Logo kobr.nl

Thanatopraxie; ooit van gehoord?

Bodegraven-Reeuwijk - Er zijn van die beroepen waar je geen weet van hebt. Thanatopraxie is daar wellicht eentje van. Een beroep dat thuishoort in de uitvaartzorg. In Nederland wordt thanatopraxie op dit moment steeds meer toegepast. We gaan in gesprek met de Reeuwijkse Pauline Wouters.

"Thanatopraxie is een vorm van balseming waardoor je het lichaam na het over­lijden een beperkte tijd kan conserveren," legt Pauline Wouters uit. "De behande­ling kan het best vergeleken worden met die van een nierdialyse. Bij een nierdialyse wordt het 'vervuilde' bloed uit het lichaam gehaald en het 'schone' bloed teruggebracht. Bij thanatopraxie wordt er een balsemvloeistof ingebracht die de ontbinding van het lichaam tijdelijk stillegt en daarmee dus vertraagd. Normaliter
zorgen lichaamseigen bacteriën ervoor dat het lichaam als het ware wordt opgeruimd. Dat proces wordt een halt toegeroepen. De traditionele manier is om een lichaam te koelen. Er wordt dan een koelplaat onder het lichaam gelegd dat de temperatuur zo naar beneden brengt dat de bacteriën hun werk niet meer kunnen doen. Met een thanatopraxie behandeling spoel je als het ware die bacteriën uit het lichaam. Het bloed wordt vervangen door een speciale vloeistof.
Deze is tijdelijk werkzaam, afhankelijk van het lichaam zo'n dag of zeven."

Pauline is als draagster begonnen. Een draag(st)er is degene die de kist met de overledene naar zijn laatste rustplaats draagt. Pauline: "Destijds waren mijn kinderen nog klein en dit beroep kon ik makkelijk onder schooltijd uitoefenen. Zo ben ik in de uitvaartbranche terechtgekomen. En van het één kwam het ander. Ik werd overledenenverzorgster, verzorgde het rouwvervoer en deed alle werkzaamheden die in een crematorium voor­komen. Het enige wat ik niet heb gedaan, is het invullen van de uitvaart zelf als uitvaartleidster.

Buitenland stage

"In 2007 werd ik obductieassistente. Je bent dan min of meer de rechterhand van de patholoog. De arts die de doodsoorzaak probeert te achterhalen. Dan weet je wat er te koop is op dat gebied. Daarna ben ik de opleiding thanatopraxie gaan volgen. De theorie werd gegeven op de Erasmus universiteit in Rotter­dam. Voor het praktijk­gedeelte moest ik naar het buitenland omdat dit nog niet in Nederland wordt gegeven."

Elk land heeft zo zijn eigen cultuur wat opbaren betreft. Zo wordt een lichaam in Spanje binnen 36 uur begraven of gecremeerd. En zodra iemand overleden is, gaat het lichaam naar een thanatorium. Daar krijgt het lichaam een thanatopraxie behandeling. In Frankrijk is het zo gewoon dat het doorgaans in het verzekeringspakket is opgenomen. "In onze Nederlandse cultuur vinden we het prettig om het definitieve afscheid nog even uit te stellen. Het gros van de mensen kiest daarom voor een thuis­opbaring."

Pas in 1955 is er een wet aangenomen die het balsemen van lichamen toestond. Onder andere voor leden van het Koninklijk Huis, of mensen die hun lichaam ter beschikking van de wetenschap stelden. In 2010 is dit artikel aangepast en mag iedere overledene gebalsemd worden, mits de balseming ten hoogste tien dagen effect heeft. Dat kan thuis, in de vertrouwde omgeving. Maar ook in mor­tuaria van instellingen.

Geen tovenaar

Sommige mensen komen door een ongeluk om het leven. Voor nabestaanden is het ongelooflijk belangrijk afscheid te kunnen nemen van hun dierbare.
"Met make-up en wax proberen we het gezicht te reconstrueren. We doen ons uiterste best voor een zo mooi mogelijk afscheid. Geen enkel lichaam blijft zo goed als de eerste dag na overlijden. Ook niet na een thanatopraxie behandeling. De vloeistof die we via een incisie inbrengen vertraagt de achteruitgang van het lichaam, maar stopt deze niet. We zijn tenslotte geen tovenaars." De opbaring kan zonder koeling. Zonder het hinderlijke gebrom van de motor die aan- en uitspringt. Ook de temperatuur van de ruimte waar het lichaam is opgebaard, is niet belangrijk. "Het lichaam is uiteraard wel koud, maar niet steenkoud. Het is aanraakbaar. Voor de verwerking van het verlies, het rouwproces, kan dat enorm belangrijk zijn."

Tekst en beeld: Marlien van Leeuwen

Meer berichten