Logo kobr.nl
<p>Schoolklas in de Meije 1897.</p>

Schoolklas in de Meije 1897.

(Foto: )

Verhalen uit het archief: Strijd om levensbeschouwelijk onderwijs

Hoewel er op de openbare schooltjes ook wel godsdienstonderwijs werd gegeven, meestal buiten de normale schooluren, ontstond er in Nederland grote behoefte aan speciaal christelijk onderwijs. Na een verandering van de onderwijswet ontstond na 1806 de mogelijkheid om, met toestemming van de regering, ‘bijzondere scholen’ op te richten. Wel moest men die scholen zelf bekostigen.

In 1848 kwam er een nieuwe grondwet die de vrijheid van onderwijs regelde, zodat iedereen vrij werd om hun kind naar een school naar keuze te sturen.

Meije schoolstrijd
Zover bekend was er in 1636 al een schooltje voor openbaar onderwijs in de Meije. De buurtschap ontving ieder jaar 21 gulden voor de schoolmeester, de rest moest de buurtschap bij elkaar brengen met eigen vermogen. In 1645 vragen de ‘molenmeesters’ van de Meije aan de Staten van Holland om één stuiver te mogen heffen op de ‘morgen’ in de polder. Hiermee kon de schoolmeester en het schoolhuis worden bekostigd. Zo heeft het kleine schooltje eeuwenlang kunnen bestaan.

Toen er in 1858 in Bodegraven een christelijke school werd opgericht, veranderde de situatie. Een deel van de protestantse ouders liet hun kinderen toch liever de vele uren naar het dorp lopen om daar naar de school met de Bijbel te gaan. Alleen de kinderen die niet sterk genoeg waren voor de dagelijkse tocht, bleven op de openbare school in de Meije (zie foto: schoolklas in de Meije 1897).

Na 1905 veranderde de situatie weer. Door een aanpassing van de wet werd het mogelijk om een eigen schooltje te stichten. Zowel de katholieke als de protestante Meijenaars maakten gebruik van deze mogelijkheid en stichtten eigen scholen, die in 1907 werden geopend. Door de grote toeloop naar de nieuwe scholen kwam de openbare school in de problemen. In 1913 telde deze nog slechts dertien leerlingen, waarvan er zes zelfs nog uit Nieuwkoop kwamen. Er ontstonden in de Bodegraafse gemeenteraad daarom stevige discussies over het voortbestaan van het openbare schooltje. De voorstanders van het openbare onderwijs redden hem nog tot 1927. Toen verbleven er nog maar vier kinderen op de school over en dat betekende het einde van dit onderwijs. In 1928 werden school en woonhuis verkocht voor 4800 gulden. Het oude schoolgebouw is nog altijd in de Meije te vinden, nu als woonhuis.

Godsdienstles in Nieuwerbrug
In oude archiefstukken van 1610 wordt gesproken van de benoeming van onderwijzer Pieter Claeszoon. Deze onderwijzer moest behalve lesgeven, inlezen en schrijven ook de Tien Geboden, de Catechismus, het Onze Vader, de Evangeliën en de Psalmen onderwijzen. De school telde ongeveer honderd leerlingen.

In 1859 verzocht de burgemeester van Bodegraven om het godsdienstonderwijs van het dagelijks lesrooster te schrappen en het alleen nog op zaterdagmorgen te onderwijzen. Deze maatregel was bedoeld om de oprichting van een openbare school te voorkomen. Het hoofd van de school J. van Es richtte toen met onder andere C. Brunt een christelijke school op vanuit de Kapelmeesters (een bestuursorgaan in Nieuwerbrug). Zo kon men zelf bepalen wanneer men godsdienstonderwijs wilde geven. In 1867 was met toestemming van de koning de christelijke school een feit.

Eigen school in Bodegraven
Maatschappij tot Nut van het Algemeen (of kort: ‘het Nut’) begon al in 1846 met het geven van zangles aan kinderen om zo hun ontplooiing te verbeteren. Ook startte men in 1851 met het geven van onderwijs aan volwassenen. Er werd alleen op zondag lesgegeven, aangezien de volwassenen doordeweeks de kost moesten verdienen. Maar ook de kleuters werden niet vergeten. Bij de vaak grote gezinnen en drukke huishoudens hadden de moeders weinig tijd om zich te bemoeien met het jonge kroost. Het Nut nam daarom het initiatief om een bewaarschool op te richten.

Op 13 februari 1885 werd in een vergadering van het Nut een commissie benoemd die de bouw van een Nutsbewaarschool moest voorbereiden. Uiteindelijk werd in de Kerkstraat een schooltje gebouwd, dat op 6 juli 1885 werd geopend. De leden van het Nut hebben zich ook ingespannen om het bestaande onderwijs te verbeteren. Zo gaf men in 1879 subsidie om het spijbelen te verminderen en werd in 1909 de Vereniging voor Volksonderwijs opgericht, die zich inspande om het onderwijs voor alle kinderen te verbeteren. Ook stimuleerde het Nut de ambachtstekenschool, waar gymnastiek werd gegeven en jongens een beroepsopleiding kregen, terwijl meisjes en vrouwen kooklessen volgden.

Tekst en beeld: Cock Karssen

Meer berichten