Foto:

Van EHBO naar Rode Kruis

In Engeland werd in 1881 de eerste vereniging opgericht die de leden cursussen gaf en examens afnam om georganiseerd eerste hulp te kunnen verlenen. In Nederland was Prins Hendrik de initiatiefnemer van de oprichting van het Oranje Kruis in 1909. Hij wilde een betere samenwerking tussen het reddingswezen en de eerstehulpverlening. Nederland was daarmee het eerste land met een nationale organisatie voor EHBO.

Op 18 juli 1934 werd de plaatselijke EHBO-afdeling Bodegraven-Zwammerdam opgericht door huisarts S. Beye. De afdeling startte als EHBO-groep met tien mensen, maar al snel sloot de groep zich aan bij het Rode Kruis. Beye was niet alleen colonnecommandant, maar ook voorzitter. Later werd het voorzitterschap overgenomen door meneer H.E. La Gro, die deze functie meer dan 25 jaar heeft vervuld. Zijn zoon J.A. La Gro nam daarna het stokje van zijn vader over.

De plaatselijke afdeling van het Rode Kruis was in het begin de grootste van Nederland, met twee ambulances, die voor ongevallen in de wijde omgeving werden ingezet. In de andere plaatsen van onze regio ontstonden de EHBO-verenigingen pas na de Tweede Wereldoorlog: in Reeuwijk-Brug in 1949, in De Meije in 1958 en in Reeuwijk-Dorp in 1960. Ook in Nieuwerbrug en Driebruggen /Waarder ontstonden hun eigen EHBO-verenigingen.

Oorlogstijd

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd het werk van het Bodegraafse Rode Kruis steeds belangrijker. Direct al bij de eerste bombardementen in de omgeving van de Rijksweg en bij Zwammerdam moesten de leden met gevaar voor eigen leven uitrukken. Ook hebben de leden van het Rode Kruis de bemanningen van de neergestorte vliegtuigen in de Reeuwijkse polders verzorgd. Omdat de ziekenwagen al snel door de bezetters werd gevorderd, bouwde de organisatie twee vrachtwagens om tot ambulances. Helaas werden deze later ook in beslag genomen Het ziekenvervoer naar het Goudse ziekenhuis werd toen geregeld door W. van Aalst met paard en wagen.

De colonne werd niet alleen ingezet bij het bergen van slachtoffers op de Rijksweg, na bombardementen en bij het ongeluk met Canadese vliegtuigen aan de Noordzijde. Er zijn ook veel burgers geholpen die in nood waren. In de Hongerwinter zijn vele kinderen tussen 3 en 6 jaar voorzien van extra voeding en schoolkinderen kregen via de centrale keuken extra eten met hulp van het Rode Kruis. Ook bloedtransfusies en het postvervoer naar mensen die in het buitenland waren tewerkgesteld en naar Indië waren gestuurd, waren in handen van de organisatie. Na de bevrijding heeft men samen met huisarts C. Van Beek ook diverse concentratiekampen in Duitsland bezocht om slachtoffers op te halen.

De Watersnoodramp

Na de intense periode van de Tweede Wereldoorlog kwam de Rode Kruiscolonne weer in wat rustiger vaarwater terecht, tot 1953. Toen werd het korps ingezet bij de grote watersnoodramp die Zuid-Holland en Zeeland had getroffen. In De Kroniek werd uitgebreid verslag gedaan over de hulpverlening van het korps: “In de nacht van donderdag op vrijdag is de Bodegraafse colonne van het Rode Kruis teruggekeerd van een tocht van vier dagen naar de overstroomde gebieden. Onze mensen zijn dagen niet uit de kleren geweest en hebben weinig of niet geslapen. Ze waren moe maar voldaan, omdat ze hebben kunnen helpen bij de onbeschrijflijke ellende in de getroffen gebieden. In het plaatsje Zijpe hielpen de Bodegraafse hulpverleners om met kleine bootjes in de polders mensen van dijken af te halen. Vrouwen, kinderen en baby’s wisten zij hierbij in veiligheid te brengen naar verwarmde schepen, waar men na de koude en angstige februarinachten weer even op adem kon komen. Het moederschip had een grote hoeveelheid dekens en kleding aan boord, die door magazijnmeester H. Keukens aan de mensen werd uitgereikt. Allen hebben in een prettige samenwerking met de Commandotroepen gedaan wat zij konden.”

De Bodegraafse afdeling van het Rode Kruis was na de Watersnoodramp later

ook nog betrokken bij de hulpverlening bij de overstromingen in Tuindorp-Oostzaan.

Nieuw oefenlokaal

In Bodegraven zelf was men al jaren bezig om ook de jeugd voor het werk van het Rode Kruis te interesseren. Na diverse vergeefse pogingen lukte het in 1960 om een eigen jeugdploeg op te richten. In datzelfde jaar kreeg de organisatie ook de beschikking over een nieuw oefenlokaal (zie de foto).

Meer berichten