Foto:
WOW!

De eindeloze tijd van klokken

Voor klokkenmaker Frank Zuidhof zijn de meeste klokken nooit té oud. Eerder andersom hoe ouder hoe degelijker. Een uurwerk bestaat uit messing en staal en dat is altijd na te maken. Eén van de wanden van zijn winkelpand hangt vol met die ‘oude’ klokken. Het uitgebreide arsenaal aan gereedschap beslaat de andere kant van het pand. In het midden de werkbank waar een ‘uitgekleed’ uurwerk onder handen wordt genomen.

Door Marlien van Leeuwen 

“De waarde van klokken is vooral de emotionele waarde,” verteld Frank. “Ik luister graag naar die verhalen. Werken doe ik niet alleen voor het geld, het verhaal bij de klok vind ik ook belangrijk.” Van timmerman tot zelfstandig klokkenmaker. Om met de leeftijd van de klokken te spreken; het kan verkeren. Sinds 2016 beoefent Frank Zuidhof dat vakmanschap uit aan de John Raedeckersingel in Reeuwijk. Al jaren een agenda die zo’n drie maanden vooruit vol zit. Handwerk met Zwitserse precisie kost tijd.


Frank legt uit dat de meeste klokken met het stempel oud gebracht worden; ”Vijftig jaar voor spullen is oud, maar voor een klok niet. De slijtage is doorgaans minimaal. Als een klok goed onderhouden is kan deze honderden jaren mee. Klokken overleven ons wel.”


Het uurwerk zelf blijkt een stukje techniek wat relatief eenvoudig is maar heel nauw luistert. Doorgaans bestaat een uurwerk uit elf raderen die elk hun eigen taak hebben in de klok. Frank begint bij de gewichten: “De aandrijfkracht van het uurwerk die het eerste radar in beweging zet. De slinger bepaalt de snelheid waarmee het radarwerk loopt. Het afstellen daarvan is precisiewerk. Anders gaat de tijd te snel of te langzaam. Daarbij moet de uurwerk in de klok recht staan (of hangen) anders heeft de slinger het te zwaar. Het aantal tandjes van de radar van de slinger bepaald de lengte tussen het uurwerk en het uiteinde van de slinger. De wijzers hebben ook een eigen radar, evenals het hamertje wat de uren slaat. Sommige klokken hebben een maandje wat ook een eigen radartje heeft. Elk radartje zorgt voor zijn eigen taak.


Frank geeft aan heel gevoelig voor geluid te zijn: “Nodig om exact te kunnen horen of de slinger goed loopt. ‘Rechttikkend’ in vaktaal. Eenmaal aan het werk filter ik al die geluiden van de tikkende en slaande klokken weg. Een klok loopt ongeveer acht dagen als deze volledig opgewonden is. Elke week wind ik de klokken op en dan merk ik aan het aantal opwindslagen of ze al dan niet goed hebben gelopen. De gewichten hangen min of meer gelijk aan de kettingen. Hoe meer slagen de klok slaat hoe meer de één ten opzichte van de ander zakt. Bij de uren waar minder slagen nodig zijn komen ze weer gelijk.”


De oudste klok aan de wand is een Comtoise uit 1750. Het gros zijn Friese staart- of stoelklokken; die met een wijzerplaat waar een tafereeltje op geschilderd is. “Als je goed kijkt,” wijst Frank, “zie je dat het redelijk grof geschilderd is. Van de Zaanse klok, (ook goed vertegenwoordigd aan de klokkenwand) werden in de jaren ’70 zo’n 1000 stuks per week per fabriek gemaakt. Het is een replica van die uit 1700-1800. En er stonden heel wat van die fabriekjes in die jaren.”


“Het meeste werk bestaat naast het schoonmaken uit het tappen polijsten en verbussen;” vaktaal van de ambachtsman. Voor het namaken van onderdelen staan diverse draaibanken. De één nog kleiner dan de ander. Een heel regiment van boordjes, ruimers, vijltjes en naaldjes horen ook bij het gereedschap. En een testbok waar het uurwerk uit een klokkenkast van 2.5 meter getest wordt. De kast laat Frank bij zijn klanten staan. De uurwerken brengt hij het liefst zelf na reparatie weer terug. Dan kan hij horen of het uurwerk rechttikkend staat. Of hangt.

Meer berichten