Foto:
Politici aan het woord

AMA(and)I

Merel van Dijk - Daar zitten ze dan. In GR8 Hotel, een groep van ongeveer zestig jongeren uit landen waar je liever niet wilt zijn. De afgelopen weken beleef ik hun aanwezigheid betrekkelijk intens. Als in, het raakt mij diep. Daarom heb ik de afgelopen weken een regelmatige gang naar GR8. Op woensdagmiddag neem ik in een aantal ritten telkens een aantal jongeren mee naar de kledinguitgifte. Op vrijdagmiddag naar de moskee voor het vrijdagmiddaggebed. 

Ik vraag iedere jongen zijn naam. Ergens is er misschien nog een pap of mam of familielid die het fijn zal vinden dat het kind gezien wordt. De verhalen van de jongens zijn aangrijpend. Je komt van alles tegen: baldadigheid, rennen om de plek voorin naast de juf/chauffeur en dan triomfantelijk de overwinning vieren voorin. Ik vraag: “You won?” Het kind zegt trots: “I won!” Het zijn momenten waarop het moment gevierd kan worden, ontspannen en kind kunnen zijn… Eigenlijk net als je eigen puberkinderen ook doen. Maar ook dankbaarheid, netheid, beleefdheid. Zeuren om de PlayStation. Herkenning als ze mij weer zien, een vriendelijk woord, een groet. Maar ook de zorgen van de jongeren over gebrek aan structuur. 

Er heeft zich een heel net van vrijwilligers en betrokkenen om hen heen gevormd om hen helpen te leven. Vind ik mooi en dan word ik warm van binnen. Dan ben ik zo trots om daar deel van uit te mogen maken. Ik maak mij ook zorgen als ik hen zie: onbevangen, maar tegelijkertijd volwassen zorgen met zich mee dragend. Wat zal er van hen terecht komen? Krijgen ze de kans om hier te blijven? Ik wens het voor hen allemaal. Voor je kind niets dan goeds, zoals iedere ouder dat wil. Maar voor nu kan ik alleen het moment inrichten dat ze hier zijn. Proberen om de goedheid die mensen ook hebben te tonen en te geven. Deze mensenkinderen hebben dat nodig.

Meer berichten