Rijksweg 12 met viaduct.
Rijksweg 12 met viaduct. Foto: Archiefbeeld

Rijksweg 12 direct al onder vuur in 1940

Algemeen Verhalen uit het archief

De splinter nieuwe rijksweg kwam tijdens de oorlogsjaren direct al onder vuur te liggen. Op 10 mei bij het uitbreken van de oorlog vielen de eerste bommen op de weg, in de omgeving van de Wierickerschans. 

door Cock Karssen

Dit waren bommen die door Duitse vliegtuigen werden uitgegooid. Later tijdens de oorlogsjaren waren het geallieerde vliegtuigen die het verkeer op de weg beschoten of bombardeerden. De toen 12 jarige Jan Griffioen schreef daarover in zijn dagboek het volgende:

‘De Engelse Spitfires en Hurricanes schoten op alles wat over de wegen reed. Na een dergelijke beschieting lagen overal hulzen, zij waren bij honderden te vinden als je er snel bij was. Jan en ik trokken er meestal direct op uit na een aanval. Wij trokken vanuit de Prinsenstraat, uit de achtertuin van de vader van Jan, met een plank over de sloot, en waren dan al in het weiland. Vervolgens gingen wij via een koeientunnel onder de spoorlijn door en dan was je al in de weilanden die grensden aan Rijksweg A12 (Cock Karssen: de woonwijken ten zuiden van de spoorlijn waren nog niet gebouwd). In deze weilanden vonden wij van alles. De piloten doken altijd in de lengte richting van de weg op de moffenvoertuigen. Er reed alleen nog maar verkeer van de bezetters en verder reed er niets. De moffen hadden veel schuilplaatsen in de vorm van camouflagenetten langs de weg geplaatst, de voertuigen konden hier snel onder rijden als er vliegtuigen in de lucht verschenen. Zij hadden gaten in de daken van hun auto’s gemaakt, boven de plaats van de bijrijder. Hier stond altijd een soldaat op de uitkijk, of zij zaten op het spatbord, en waarschuwden bij gevaar uit de lucht. Bij alarm reed de auto snel onder een dergelijk op palen staand camouflagenet. De inzittenden renden de weilanden in en zochten dekking in de overal gegraven putten. Meestal was het te laat en werd de auto toch gemitrailleerd, wat wij prachtig vonden. Wij lagen op afstand langs de slootkant, en omdat wij de schietrichting van de vliegtuigen gezien hadden, wisten wij precies waar wij, na afloop moesten zoeken. Soms vonden wij nog warme patroonhulzen of stukken van een mitrailleurband.

Het mooiste vond ik echter de keren dat wij een beschieting van dichtbij meemaakten. Je zag de formatie aan komen vliegen, de voorste maakte op zijn kant een linkerbocht en maakte snelheid in de duik naar het doelwit. Indrukwekkend. Je zag ook hoe er gevuurd werd en hoe het vliegtuig weer op hoogte kwam. Zo ging het ook met de andere vliegtuigen uit de formatie. Wat waren die piloten vrije vogels, wij waren er van overtuigd dat het supermensen waren, het waren onze helden! Wij voelden dat na vier jaar oorlog zeer sterk. Wij hadden al genoeg gezien en hadden zwaar ‘tabak ‘ van die moffen. De weg had toen nog maar twee rijbanen. En er waren twee viaducten over de weg, dat waren grote betonnen bruggen die wij de eerste en tweede tunnel noemden. Ook zagen wij hoe in november 1944 duizenden Rotterdammers na een razzia gedwongen werden om langs de A12 naar Duitsland te lopen.’

Dit gebeurde op 10 en 11 november toen in Rotterdam duizenden Rotterdammers werden opgepakt om in Duitsland te gaan werken. Twintigduizend van hen werden gedwongen via de A12 lopend naar Utrecht te gaan.

Het verhaal over de Rotterdammers werd al snel bekend in Bodegraven. Het was zondag en via de kerken werd besloten om een snelle hulp actie op touw te zetten. Er werd eten ingezameld dat men naar de langstrekkende mannen op de rijksweg ging brengen.

Omdat het voor mannen levensgevaarlijk was om zich naar de Rijksweg te begeven, waren het de meisjes, de vrouwen en de mensen van het Rode Kruis die, geholpen door jonge jongens, met transportfietsen het eten naar de Rotterdammers brachten. De vrouwen en meisjes trokken met manden en tassen vol etenswaar de weg op, en ze werden als de Duitse bewakers niet al te onbarmhartig waren, eenvoudig bestormd door de hongerige mannen. De grootste triomf beleefden de meisjes - die zich als ware Kenaus gedroegen- als ze erin slaagden om een man uit de hand van de bewakers te redden. Bodegraven zat ‘s avonds vol met vluchtelingen, die de kans schoon gezien hadden om, met de hulp van de Bodegravers, te ontsnappen.

Advertentie

Categorieën