Nepinspraak? | KOBR: het nieuws uit Bodegraven-Reeuwijk
Foto:
Anders bekeken

Nepinspraak?

  Column

Het zal velen (nog) ontgaan, maar met opvallende inzet wordt gewerkt aan een plan dat grote invloed heeft op het landschap in het Groene Hart.

Vast een feit: het wordt er absoluut niet mooier op. Want in onze regio verrijzen of 67 windmolens of wordt 544 hectare grond (5,44 miljoen vierkante meter) volgeplempt met zonnepanelen. Een combinatie van die twee zaken kan ook nog, wellicht kan een deel van de zonnepanelen op daken komen. Maar stel u eens voor wat zoveel windmolens betekent voor ons landschap. De molens en/of de zonnepanelen verrijzen in het gebied Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen, Zuidplas, Krimpenerwaard en Gouda. Bedenk intussen dat in de regio’s Woerden en Alphen soortgelijke plannen worden ontwikkeld. Conclusie: in en rond het Groene Hart komen wellicht honderden windmolens of/en vele honderden hectares met zonnepanelen. Dat maakt allemaal onderdeel uit van wat heet de Regionale Energiestrategie (RES). De politiek heeft bepaald dat Midden-Holland het eigen energieverbruik op duurzame wijze moet opwekken. Dat gebeurt niet zomaar hoor: er worden uitgebreide inspraaksessies gehouden. Dan mogen ‘we’ zeggen waar die windmolens of zonnepanelen komen. Die inspraak verloopt via zogenaamde kansentafels. Op zichzelf al een vreselijk woord: ‘kansen’? ‘We’ zouden daar mogen zeggen wat we denken. Online, dus meepraten via het scherm. Maar de uitgangspunten zijn bepaald. Sterker, in uitgebreide (ambtelijke) rapportages liggen zogenaamde denkrichtingen vast. Want: “Inwoners hebben hun voorkeur uitgesproken voor wind- en zonlocaties gedurende participatieavonden eind 2018 en begin 2019”. Alsof ‘we’ dus al voor zonne- en windenergie hebben gekozen. Maar van dit soort inspraak maakt VVD-raadslid Robin Kersbergen op heldere wijze gehakt. “Nebbisj, andere keuzes waren er niet,” aldus Kersbergen, die de bijeenkomsten omschrijft als “stickerplakavonden”. Waarbij hij ook nog vaststelt dat “tegenstanders niets mochten plakken”. Zullen we het dan maar op gestuurde inspraak houden? Of noemen we het wat het is: nepinspraak?

Meer berichten