Foto:
Anders bekeken

Onvermijdelijke vraag

  Column

Soms valt je oog ergens op. Onlangs stelde Jan Christiaan Goudbeek via Twitter de vraag welke gemeentesecretaris in 2019 het meeste verdiende: Alphen, Bodegraven-Reeuwijk, Gouda of Woerden. De verrassende uitkomst: die van ‘ons’ staat op de eerste plaats, met een beloning van 138.694 euro per jaar, exclusief pensioenlasten. Terwijl onze gemeente van dit viertal veruit de kleinste is. De raadsleden in Bodegraven-Reeuwijk ontvangen in deze ranglijst om die reden de laagste vergoeding (958,91 euro per maand), net als de burgemeester en de wethouders. Best bijzonder: gemeentesecretaris Johan de Jager verdient beduidend meer dan burgemeester Christiaan van der Kamp.

Waar dat op is gestoeld? Wie zijn oor te luisteren legt, weet dat de politiek niet tevreden is over het functioneren van het ambtelijk apparaat in het algemeen en dat van de gemeentesecretaris in het bijzonder. Met de komst van De Jager veranderde het organisatiemodel. Afdelingen, functies en managers passen daar niet in, hiërarchie is achterhaald. Simpel gezegd komt het erop neer dat je als ambtenaar zelf kiest wat je doet - dus ook wat je niet doet. De Jager kwam binnen als tijdelijke kracht om veranderingsprocessen te begeleiden en trad vervolgens in vaste dienst. Via de Managersacademie ontvouwt hij zijn visie op publieke podia.

De politieke onvrede over de gang van zaken op het gemeentehuis heeft zich vertaald in een opmerkelijke stap: waar personeelsbeleid normaliter onder de burgemeester valt, is deze portefeuille vorig jaar overgeheveld naar wethouder Dirk-Jan Knol. Zo probeert de politiek meer grip te krijgen op de organisatie. Of het daarbij blijft, leert de toekomst, maar de onvrede is bepaald nog niet weggenomen. Intussen dreigt Bodegaven-Reeuwijk financieel de afgrond in te glijden, met oplopende tekorten. Externe adviseurs kosten miljoenen per jaar. Deels is dat vast en zeker noodzakelijk, maar de vraag hoe een en ander zich verhoudt is onvermijdelijk. Toch?

Meer berichten