<p>Anders bekeken door Henri Stolwijk</p>

Anders bekeken door Henri Stolwijk

Prettige wedstrijd

  Column

Met veel pijn en moeite lijkt het te lukken het Kaasmuseum te vestigen op een nieuwe plek, dit najaar zouden de deuren open moeten. Er wordt al lang over gesproken, er zijn bestuurders die vinden dat Bodegraven zich veel meer moet profileren als Kaasdorp. Inderdaad speelt kaas in de historie van dit dorp een belangrijke rol, het omgekeerde is qua beleving veel minder waar. Weliswaar liggen nog steeds grote hoeveelheden kaas opgeslagen in megapakhuizen, maar veel verder gaat het niet.

Het Kaasmuseum is nu nog gevestigd in het Evertshuis. De gemeente spreekt “over een belangrijk verhaal dat te vertellen is: de geschiedenis en de hedendaagse activiteiten rond het veredelen en verhandelen van kaas, biedt kansen.” Zou het? In dezelfde notitie meldt de gemeente: “De komst van Landal park De Reeuwijkse Plassen, de ontwikkeling van het centrum van Bodegraven, de passantenhaven aan de Rijnkade en GR8 Hotel zorgen voor een toestroom van nieuwe bezoekers.” De toevoeging van een VVV-informatiepunt aan het toekomstige Kaasmuseum zou zeer in de smaak vallen van bezoekers en bewoners en “zichtbaar maken wat nu verborgen blijft”. Echt? De ontwikkeling kost 175.000 euro, er wordt nog gezocht naar fondsen. Voor de exploitatie denkt de gemeente al dekking te hebben: 40.000 euro uit de eigen begroting, tien partijen uit de Kaasindustrie dragen de komende drie jaar ook 40.000 euro bij, gemiddeld dus zeg maar 1.333,33 euro per jaar per partij. En dan wordt geld geput uit het Ondernemersfonds, dat is bedoeld om nieuwe economische initiatieven te ondersteunen.

Persoonlijk blijf ik verbaasd over deze kostbare exercitie. In Reeuwijk heeft het Streekmuseum al jaren bestaansrecht, Bodegraven krijgt een Groene HartHuys, centrum voor kunst, cultuur en historie; waarom geen aansluiting? En het verhaal van kaas en Bodegraven, met Gouda en Woerden om de hoek: prettige wedstrijd zullen we maar zeggen.

Meer berichten