Logo kobr.nl
Stoomschip ‘De Bodegraven’. Kijk onderaan de pagina voor een foto van het hele schip.
Stoomschip ‘De Bodegraven’. Kijk onderaan de pagina voor een foto van het hele schip. (Foto: )
Verhalen uit het archief

Nieuws uit Indië, van de concentratiekampen en van zeelui

  Historie

Het duurde nog tot begin oktober 1945 voor de eerste brieven uit Indië in onze dorpen arriveerden.

De eerste brief was van Piet Looij die gezond en wel Japans krijgsgevangenschap had overleefd. Hij was naar diverse kampen gestuurd en ten slotte in Thailand terechtgekomen om de spoorlijn Bangkok-Rangoon aan te leggen. Op 10 oktober kwam de tweede brief. Mevrouw Van der Giesen ontving de brief van haar moeder, die vier jaar lang opgesloten had gezeten in een vrouwenkamp op Sumatra. Haar moeder had vreselijk veel meegemaakt en woog nog maar 88 pond.

Ook de familie Doornik kreeg een brief, van zoon Anthonie Hendrikus. Hij had in een mannenkamp gezeten en een zware dysenterieaanval overleefd. Ook zijn vrouw en kinderen, die in andere kampen waren opgesloten, hadden gelukkig alles overleefd. De familie Scheen kreeg een levensteken van hun dochter Beatrix, die in een missieziekenhuis had gewerkt. Zij was opgesloten met 36 medezusters. Ook de familie Ranke kreeg bericht dat de twee missiezusters, A. en C. Ranke Semarang, het overleefd hadden.

Voor al deze families waren de brieven die binnendruppelden van groot belang. Ze hadden al vier of vijf jaar niets van elkaar gehoord en wisten dus ook niets van de omstandigheden waaronder de ander de oorlog had beleefd.

Overlevenden concentratiekampen
Na de bevrijding keerden sommige dorpelingen terug die de Duitse concentratiekampen hadden overleefd. Allereerst Janus, pastoor van de Willibrorduskerk uit Bodegraven, die diverse kampen had overleefd. In het begin van de oorlog was hij op een trein gezet met eindbestemming Dachau te zijn. Na twee jaar kwam de pastoor onverwacht vrij. Terug in Nederland dook hij eerst onder in Haastrecht, maar uiteindelijk kwam hij weer terug in zijn parochie in Bodegraven, waar hij op 5 mei de bevrijding meemaakte.

Ook Rijk Jansen wist diverse kampen te overleven. Als laatste moest hij werken in een pantservuistfabriek, die op 3 april 1945 zwaar werd gebombardeerd. Hierbij werd Rijk bedolven en later uitgegraven door medegevangenen. Rijk wist te ontvluchten en liep gewond en in zeer slechte conditie 30 kilometer tot hij bij de Amerikaanse troepen aankwam.

Ook Joukje Smits, die lerares was aan de Nijverheidsschool in Bodegraven, wist te overleven. Onder de schuilnaam Clara heeft zij als koerierster tot juni 1944 in het verzet gewerkt. Toen liep zij door verraad in de val. Via kamp Vught werd zij naar Ravensbruck vervoerd en nog later naar een munitiefabriek bij Dachau. Daar beleefde zij uiteindelijk de bevrijding.

Zeelui en S.S. De Bodegraven
Naast de gevangenen uit de concentratiekampen keerden half juli ook de eerste zeelui terug. Van hen had de familie vaak in jaren geen bericht gehad, dus de vreugde was groot toen Wijnand Doornik thuis kwam. Wijnand kwam na zes jaar op zee in 1945 weer boven water. Hij had al deze jaren op hetzelfde schip gevaren, de Sibajak, dat troepen vervoerde over alle wereldzeeën. Ondanks dat het overal wemelde van de duikboten, is zijn schip nooit getroffen.

In oktober arriveerde Jaap Zaal. Jaap had sinds 1939 als marconist op diverse schepen gevaren. Op 20 juli 1942 werd het schip waar hij op voer getorpedeerd. Op een vlot dreef hij daarna vier dagen rond tot hij door een vliegtuig werd opgemerkt. Hij ging daarna de zee weer op met een schip van de Koninklijke Nederlandse Stoomboot-Maatschappij. Later werd hij als tweede telegrafist op het eerste Nederlandse vliegtuigmoederschip geplaatst, dat konvooien moest begeleiden. Ook Piet van der Klis, die als marinier diende, overleefde het oorlogsgeweld.

Waarschijnlijk weten weinig Bodegravers dat er een stoomschip ‘De Bodegraven’ heeft bestaan, dat bovendien een rol heeft gespeeld in de verdediging van Nederland. Nadat het schip al vele jaren gevaren had, werd het in de eerste oorlogsdagen van 1940 gecharterd door verzetsstrijdster Truus Wijsmuller om Joodse kinderen uit Duitsland en Oostenrijk naar Engeland over te brengen. Deze kinderen, die bij het uitbreken van de oorlog in het Burgerweeshuis in Amsterdam zaten, werden met vijf bussen naar het schip vervoerd. Ook een aantal Joodse gezinnen, waaronder de beroemde familie Goudstikker, wist met het schip te vluchten. Op 14 mei vertrok De Bodegraven uit de haven van IJmuiden en was daarmee het laatste schip dat deze haven nog kon verlaten. Daarna heeft het schip nog vier jaar gevaren voor de geallieerden met vracht en soms met wat passagiers, van en naar Engeland, meestal in konvooi met andere schepen. Juli 1944 werd het getroffen door een vijandelijke onderzeeër, waarna het snel zonk.

Meer berichten