Franciscanessen startten rooms-katholiek onderwijs in Bodegraven | KOBR: het nieuws uit Bodegraven-Reeuwijk
Foto:
Verhalen uit het archief

Franciscanessen startten rooms-katholiek onderwijs in Bodegraven

  Historie

Door verandering van de onderwijswet werd het in Bodegraven in 1858 mogelijk om, met toestemming, een christelijke school op te richten. Men moest de kosten van het onderwijs en de bouw van de school echter wel zelf bekostigen.

Toch startten in 1875 vijf Zusters Franciscanessen uit Duitsland een schooltje voor katholiek onderwijs aan de Overtocht. De zusters begonnen met een naai- en bewaarschool (kleuterschool) en in 1878 werd ook een lagere school voor meisjes geopend. De jongens bleven tot 1883 op het openbare schooltje. De meisjes en jongens zaten in aparte lokalen en hadden een eigen zuster als onderwijzeres. In 1914 werd een aparte jongensschool gebouwd onder leiding van meester E. Bogaart in Oud Bodegraven op de plek waar nu de vestiging van Albert Heijn staat. De meisjes en de jongens van de twee laagste klassen bleven bij de zusters. De jongensschool viel onder leiding van het kerkschoolbestuur. De pastoor en kapelaan onderwezen de catechismus en godsdienstlessen én betaalden de salarissen aan de leerkrachten.

Bijnamen
Naast een gedreven onderwijzer was Bogaart ook een prima organisator. Hiervan heeft vooral de rooms-katholieke kring veel profijt gehad. In het jubileumboek van de Willibrordschool uit 1989 staat bovendien dat hij bijnamen voor kinderen erg leuk vond, zoals ‘kikker’, ‘okketa’, ‘kneuvie’, ‘bruine boon basie’ en ‘kiel’. Zolang je elkaar maar niet uitschold!

Bogaart werd na vijftien jaar opgevolgd door W.H.W. van Liempt, die al acht jaar onderwijzer aan dezelfde school was. Hij vervulde de hoofdonderwijzersfunctie tot 1979. Ook Van Liempt was een rasonderwijzer, die al snel te maken kreeg met problemen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De school moest diverse malen op bevel van de Duitsers worden ontruimd. Men moest zich behelpen met ruimtes in de pastorie, op timmerzolders en in kaaspakhuizen. Na de oorlog werd de school uitgebreid, waarbij oud-leerling Cor Veelenturf de muren met mooie schilderingen verfraaide. In 1962 kwam er een lekenbestuur voor het katholieke onderwijs. Pas in 1969 werden ook meisjes op de jongensschool toegelaten.

In 1975 werd de oude locatie aan Oud Bodegraven verlaten voor een nieuw schoolgebouw aan de Vrije Nesse. Hans Verkleij nam in 1979 het stokje over van Van Liempt. De school fuseerde in 1996 met De Milandschool in de Meije en is sinds 2012 in een prachtig nieuw gebouw gevestigd.

Ook een ULO
Naast onderwijs hadden de zusters ook een pensionaat voor (vooral) schipperskinderen opgericht, die naast de kinderen uit het dorp de klassen bevolkten. Er kwam ook een opleiding in huishoudvakken bij en in 1918 werd gestart met het uitgebreid onderwijs voor veertig meisjes, vooral uit het pensionaat. Na diverse verbouwingen en uitbreidingen van het pensionaat aan de Overtocht (nu de Franciscushof) besloot men een aparte school te bouwen op een terrein aan de overkant, de Jozefschool. De nieuwe school, die evenals het andere onderwijs van de zusters door een aparte stichting werd geleid, werd in 1924 geopend. In 1927 mochten ook een aantal jongens het Ulo onderwijs volgen.

De ULO-school leverde onder strakke regie van de zusters prima onderwijs, waardoor de school steeds verder groeide. In 1965 werd een modern gebouw geopend aan de westkant van de tuin van de zusters en de oude St. Jozefschool werd in gebruik genomen door het lagere onderwijs.

Stichting Katholiek Onderwijs
In 1966 besloot de Congregatie van de zusters om de scholen niet zelf meer te besturen, maar onder te brengen in de Stichting Katholiek Onderwijs. Ook werd besloten om het pensionaat te sluiten. Het gebouw werd gesloopt, evenals later het Mavo-gebouw. De school verhuisde naar het gebouw van de Groen van Prinsterer Mavo aan de Willem de Zwijgerstraat, waar het christelijk voortgezet onderwijs al was gevestigd. Later werd gefuseerd met Het Antoniuscollege.

Door Cock Karssen

Meer berichten