De gezondheidszorg in onze regio in oude tijden | KOBR: het nieuws uit Bodegraven-Reeuwijk
Foto:
Verhalen uit het archief

De gezondheidszorg in onze regio in oude tijden

  Historie

Na de serie over de scholen wordt de schijnwerper in de volgende verhalen gericht op de gezondheidszorg, die in onze tijd ook vol in de belangstelling staat. Hoe was dat in vorige eeuwen geregeld?

Aan het einde van de negentiende eeuw ontstonden er in Bodegraven diverse initiatieven om hulp te verlenen aan mensen die onder ziekte te lijden hadden. Arbeiders leefden vaak in slechte woningen, waarbij de bewoners van meerdere huisjes dezelfde wc (toen nog een simpele ‘poepdoos’ buiten) moesten gebruiken. Ook was er nog geen waterleiding, waardoor cholera en tuberculose vaak voorkwamen. Bij de komst van de waterleiding in 1907 verscheen er in de plaatselijke krant dan ook een dringende oproep van de artsen om aan te sluiten op het nieuwe waternet. Als iemand ziek werd, had die geen inkomen. Ook was er geen verzekering die de kosten van de ziekte vergoedde. Ziekte betekende dus meestal bittere armoede.

In 1893 werd in Bodegraven door een aantal notabelen, waaronder apotheker K. Douwes Dekker, de lutherse predikant De Meijere en bankier Van Ghesel Grothe, een vereniging opgericht die zorg zou dragen voor de voeding van de zieken. Samen met de huisartsen heeft deze vereniging meer dan veertig jaar gezorgd dat er melk, eieren en andere voedingsmiddelen werden uitgedeeld bij gezinnen waar de nood hoog was.

Een jaar later werd door dezelfde mensen ook een ziekenkas opgericht onder de naam ‘Eendracht maakt macht’. Mede-oprichter was Herman Blazer, die ook vele jaren voorzitter was van deze ‘ziekenkas’. De kas ging van start met een kapitaal van 234 gulden. De arbeiders die zich aansloten waren verzekerd voor 6 gulden per dag. Zij betaalden aan de kas met centen en dubbeltjes, die door bode A. van Leeuwen werden opgehaald. Beide organisaties werden ook ondersteund door de Maatschappij tot Nut van ‘t Algemeen.

Oprichting Kruisverenigingen
Rond de eeuwwisseling werden er ‘kruisverenigingen’ opgericht, die in het begin vooral bezig waren met hygiënevoorlichting, het bestrijden van epidemieën (zoals cholera en tbc) en het verplegen en verzorgen van zieken. Ook de zorg voor kraamvrouwen behoorde tot hun taak. In Driebruggen was dokter Poolman de initiatiefnemer en oprichter van het Groene Kruis. Al in november 1900 kwam de vereniging hier van de grond, waarmee deze organisatie de eerste was in Nederland. Reeuwijk en Bodegraven volgden al snel. In Nieuwerbrug werd het Groene Kruis in 1905 opgericht met 98 leden. In de eerste jaren werd 164 liter melk en 130 eieren aan ‘behoeftige‘ inwoners verstrekt. Men startte in een simpel magazijn, op eigen grond, aan de Stationsweg (nu Graaf Florisweg). Het Groene Kruis, dat ook in Waarder actief was, kocht in 1919 een huis aan het Westeinde, dat werd ingericht als ‘kruisgebouw’.

Bodegraven en Reeuwijk hadden eigen ziekenhuisjes
Door de gemeente Bodegraven werd rond 1895 een ziekenhuisje opgericht aan de Noordzijde naast de Kaasfabriek van Oud-Holland. De plaatselijke huisartsen konden daar hun patiënten behandelen. Het was maar een klein ziekenhuisje, dat zeker niet voldeed aan de eisen van de moderne tijd. Het Groene Kruis nam vanaf 1900 het beheer van het ziekenhuisje op zich. De verpleegsters van deze organisatie, de zusters Schoonderwaldt en Van Wingerden, zorgden ook voor de ziekenhuispatiënten. In 1906 waren elf patiënten opgenomen met een totale duur van 195 verpleegdagen. Er vonden vier operaties plaats.

De financiën voor het ziekenhuisje waren waarschijnlijk moeilijk te beheren. Er werd geklaagd over sneeuw die door het dak kwam en slechte verlichting en verwarming. In 1926 werd het gebouw nog aangesloten op het nieuwe elektriciteitsnet, maar in 1932 besloot de gemeente dat het pand niet meer voldeed aan de eisen. Het ziekenhuisje werd gesloten en de zieken werden daarna naar het ziekenhuis in Gouda gestuurd.

In Reeuwijk werd al in 1873 een ziekenhuisje neergezet. Het was niet meer dan een eenvoudig lokaaltje waar mensen met een besmettelijke ziekte konden worden verpleegd. Het stond aan de Nieuwdorperweg en werd in 1882 vervangen door een nieuw gebouwtje aan de Zoutmansweg. In dit geval was het een zaaltje met twee bedden in het huis van de plaatselijke vroedvrouw. Ook deze plek werd na enkele jaren weer vervangen door een nieuw pand aan de Raadhuisweg 55.

Het laatste ziekenzaaltje werd in 1926 gebouwd, ook aan de Raadhuisweg. Hier werd op nummer 49 een gebouwtje neergezet voor de wijkzuster, waarin een ziekenkamer was met één bed. Omdat het Groene Kruis er in 1936 ook een consultatiebureau voor zuigelingen wilde vestigen, werd het gebouw ingericht als Groene Kruisgebouw. Het is later gesloopt en vervangen door een nieuw gebouw aan de Koningin Wilhelminastraat.

Door Cock Karssen

Meer berichten