Hulp aan vogels in strenge winter van 1956 | KOBR: het nieuws uit Bodegraven-Reeuwijk
<p>Ladingen voedsel moesten de vogels helpen de winter van 1956 te overleven.</p>

Ladingen voedsel moesten de vogels helpen de winter van 1956 te overleven.

(Foto: )
Verhalen uit het archief

Hulp aan vogels in strenge winter van 1956

  Historie

Nu wij sinds lange tijd weer een strenge vorstperiode meemaken, zullen vele oudere dorpsbewoners zich nog de acties herinneren van de vogelhulp bij de Put van Broekhoven.

In de strenge winter van 1956 hadden bijna 10.000 watervogels de nabijheid van de Put van Broekhoven bij de Weiweg opgezocht. De Put die in 1937 gegraven was voor zandwinning voor de aan te leggen A12, was diep en had welwater, waardoor een deel van het wateroppervlak niet was bevroren. Meerkoeten, futen, ganzen, zwanen, brilduikers en andere duikeendjes hadden het open water opgezocht. Begin februari werd ontdekt dat de duizenden vogels hulp nodig hadden om de kou te overleven.

Deze hulp werd in gang gezet door de plaatselijke Jeugd Natuur Wacht die in 1953 was opgericht. Voorzitter M.A.N. Ede en secretaris R. Schakel, wisten in eerste instantie de jeugd en de gemeente in te schakelen om de 10.000 vogels van voedsel te voorzien. De dorpsomroeper ging door het dorp en verzocht de bevolking om brood en groenvoer, aardappels en graan te verzamelen. Ook via de scholen werd voedsel ingezameld dat met hulp van gemeentewerken naar de Put werd gebracht.

Landelijke hulpacties
Omdat de vorst lang aanhield, werd via een familielid van R. Schakel de NCRV ingeseind met het verzoek om landelijke hulp. De bekende radiopresentator Johan Bodegraven bracht daarna via zijn programma op de radio het land op de hoogte van de vogelnood in Bodegraven. Al enkele minuten na de uitzending kwamen de eerste reacties al binnen. Met behulp van het Polygoon filmnieuws werd daarna de rest van Nederland gemobiliseerd.

Het gevolg was dat uit alle delen van het land brood en voer naar het Bodegraafse politiebureau aan de Prins Hendrikstraat toestroomde. Ook kregen de bakkers Van Dalen en Oosterbeek geld om extra brood voor de vogels te bakken. Het voedsel stroomde binnen en met behulp van de mensen van de dienst gemeentewerken en de jeugd van de Jeugd Natuur Wacht werd het brood op het politiebureau tot hapklare brokken verwerkt. Ook kreeg organisator Schakel, 200 kilo maïs van een graanhandelaar, kaasschrapsel uit diverse kaaspakhuizen, vis en diverse giften. Een bewoner uit Reeuwijk reed na de eerste oproep naar Den Haag en haalde daar bij de broodfabriek ruim honderd broden op. Uiteindelijk werd alles in auto’s geladen en naar de Put vervoerd.

Polygoonjournaal
Op voorstel van Ing. Van Ede werd het Polygoonjournaal uitgenodigd om het unieke schouwspel te komen filmen. Er kwam al snel een filmploeg die een uitgebreid filmverslag voor de Nederlandse bioscopen maakte van de activiteiten in het Politiebureau en bij het uitdelen van het voedsel op de Put. Ook de Provincie Zuid-Holland legde het unieke gebeuren nog vast in kleur.

Landelijk was er veel hulp, zoveel zelfs dat in de plaatselijke pers werd gemeld dat de Bodegraafse gaven maar magertjes afstaken tegen de ruime landelijke giften. De schare hongerende vogels en de lange duur van de vorstperiode vroeg echter om nog meer hulp. Na enkele noodkreten in de krant De Kroniek kwam ook vanuit het dorp meer hulp opdagen. Kaashandelaren brachten geld bij elkaar en het personeel van Andrélon en van kunstsmederij Van der Heijden zamelden geld in.

Ook trokken particulieren langs de deuren om meer geld in te zamelen en schoolkinderen uit Utrecht en bakkers uit Woerden schoten te hulp. De grootste hulp kwam echter van een Rotterdams kledingmagazijn, dat behalve een groot geldbedrag ook tonnen met voedsel liet sturen. In de laatste dagen van februari haalden de vrachtwagens van Baas en Domburg dagelijks wagens vol met voedsel uit Rotterdam. Gelukkig viel eind februari de dooi in.

Door Cock Karssen

Meer berichten