Foto:
Verhalen uit het archief

Uitgebreid takenpakket voor huisartsen in de vorige eeuw

  Historie

In deze coronatijd zijn de huisartsen in onze regio druk met de bestrijding van het virus. Ook honderd jaar terug moesten zij al virussen bestrijden. Zo heerste aan het begin van de twintigste eeuw de Spaanse griep, die veel slachtoffers maakte. Ook cholera en tbc waren ziekten die veel voorkwamen.

Bodegraven heeft in haar lange geschiedenis vele artsen gekend, waarvan een aantal zich naast de praktijk ook op een andere manier voor de gemeenschap hebben ingezet. Zo was dokter G. de Niet (zie foto), die zich in 1895 in Bodegraven vestigde, erg populair. Hij werd in 1899 kandidaat gesteld voor de gemeenteraad en was van 1899 tot 1905 een aantal jaren raadslid. Bijzonder is dat in het pand dat De Niet in 1904 als praktijkgebouw liet bouwen nog altijd een huisartsenpraktijk is gehuisvest. Huisarts mevrouw Van den Nieuwendijk is er de tiende arts.

De artsen moesten het in de beginjaren zonder auto’s stellen. Zij konden vaak wel gebruik maken van een koetsje. Dokter Ragay moest, toen hij in 1945 in Bodegraven kwam als opvolger van Kerpel, echter eerst alle bezoeken nog per fiets en motorfiets moest doen. In die jaren moesten de artsen nog 24 uur per dag beschikbaar zijn en deden zij de meeste bevallingen ook zelf. Ragay rekende uit dat hij in 22 jaar zeker duizend kinderen op de wereld had geholpen. Zijn collega in die tijd was arts S. Beije, die was werkzaam in Bodegraven van 1924 tot 1958. Beije heeft naast zijn praktijk veel gedaan voor de dorpsgemeenschap. Zo richtte hij in 1935 het plaatselijke Roode Kruis op en heeft hij ook honderden EHBO’ers opgeleid. Ook na zijn vertrek bleef hij betrokken bij het Rode Kruis.

Beijes opvolger was E.M. Bol, die 33 jaar zijn beroep in Bodegraven uitoefende. Hij maakte vele veranderingen mee in de gezondheidszorg. De patiënten werden mondiger en hij vond zich meer een tussenpersoon tussen patiënt en ziekenhuis geworden. Doordat de bevallingen niet meer in het ziekenfondspakket zaten, liep het aantal dat door de huisarts werd gedaan sterk terug. De bevallingen werden langzaam maar zeker overgenomen door verloskundigen, zoals de dames Nobak, Samson, Dasoel-Knol, Bening-Visserman en Van Gerven. In Nieuwerbrug was en is de arts ook apotheekhoudend huisarts.

Gemeenschappelijk Geneeskundige Dienst Waarder-Lange Ruige Weide
In Waarder-Lange Ruige Weide (nu Driebruggen) was van 1836 tot 1883 de arts J.J. Rombach actief. Na zijn overlijden was er nog slechts één vroedvrouw over, die alleen bij bevallingen kon helpen. Voor andere hulp was men aangewezen op dokters uit de omgeving. Het gemeentebestuur van Waarder nam in 1886 het initiatief om samen met Lange Ruige Weide een dokter te benoemen. Om de functie in de kleine gemeenschap aantrekkelijk te maken, besloot men om een speciale dokterswoning te bouwen aan de Kerkweg in Driebruggen. De eerste arts was Ligterink, die zich in 1887 in de dokterswoning vestigde. Wij noemden al dokter Poolman, die ter plaatse het Groene Kruis oprichtte. Later volgden de artsen Kühler en Heckman. Na het vertrek van die laatste in 1962 werd de Gemeenschappelijk Dienst opgeheven. Het artsenechtpaar Kleinloog nam de zorg in Waarder-Driebruggen over.

Dokters in Reeuwijk
In De Reeuwijkse Reeks vertelde W.R.C. Alkemade het volgende: “De eerste officieel benoemde gemeentearts annex verloskundige in Reeuwijk werd benoemd in 1872. Het was dokter J.J. Schreuder, die als gemeentearts ook belast was met de armenpraktijk en de doodschouw. De komst van de nieuwe arts zorgde voor allerlei verbeteringen in de gezondheidszorg, zoals het reguleren van het inenten en het oprichten van een ziekenhuisje. Ook maakte de gemeente een uitgebreid reglement voor de functie van gemeentearts. Na 25 jaar overleed Schreuder en hij werd opgevolgd door zijn zoon Johan Aris, die al arts was in Zwammerdam. Samen met onderwijzer Mignon richtte hij in 1901 het Groene Kruis op in Reeuwijk. Hij werd in 1902 opgevolgd door Van Staveren, die bekend stond als een vriendelijke dorpsdokter die ook actief was binnen het Groene Kruis.”

In 1928 werd zijn plaats ingenomen door Jan Batelaan, die al snel populair en geliefd was in het dorp. Hij was ook actief in allerlei verenigingen en besturen. Hij kreeg in zijn tijd ‘concurrentie’ van een wonderdokter, Van der Werf, die aan de Oud Reeuwijkseweg woonde. Deze stond bekend als ’het boertje van Reeuwijk’ en had vele jaren een kruidenpraktijk.

Van 1950 tot 1975 bemande dokter J.P. Hoeneveld de dokterspost. Ook hij stond bekend als een arts die achter zijn patiënten stond en dag en nacht voor zijn patiënten klaar stond. Zijn vrouw assisteerde hem in de apotheek, die aan huis werd gehouden in villa Constantia. Hoeneveld was naast zijn praktijk ook actief bij de EHBO en bij het Groene en Wit-Gele Kruis.

Door Cock Karssen

Meer berichten