Toekomstvisie vraagt om heldere keuzes

  Politiek

BODEGRAVEN-REEUWIJK - Ondanks dat door coronabeperkingen de communicatie tussen gemeente en inwoners werd bemoeilijkt, is het afgelopen jaar hard gewerkt aan het concept voor de Toekomstvisie Bodegraven-Reeuwijk. De commissie Ruimte deelde vorige week de eerste gedachten over dit stuk. De kernvraag in de toekomstvisie is: wat voor gemeente willen wij zijn?

De Toekomstvisie Bodegraven-Reeuwijk is nodig om te reageren op de vele ontwikkelingen die op de gemeente afkomen. Samen met de Visie op de Leefomgeving geeft de toekomstvisie bovendien antwoord op de vragen die door de aankomende Omgevingswet worden gesteld.

Drie scenario’s
In een korte inleiding vroeg wethouder Jan Leendert van den Heuvel de commissieleden zich vooral uit te spreken over de keuze voor de driedeling die de toekomstvisie maakt: ‘versterken van de Oude Rijn-zone’, ‘open landschap met kleine dorpen en buurtschappen’ en ‘evenwicht in het plassengebied’. Tijdens de discussie bleek dat eigenlijk alle fracties zich wel in deze driedeling konden vinden. De tweede vraag aan de commissieleden was om zich ook uit te spreken over de drie geschetste scenario’s: ‘Groene Hart centraal, laag dynamisch’, ‘Knooppunt in het Groene Hart, duurzaam dynamisch’ en ‘Knooppunt in de Randstad, hoog dynamisch’. Deze vraag werd minder duidelijk beantwoord, omdat het stuk daarvoor nog te veel open einden kent. “Laten we nog geen keuze maken over een bepaald scenario,” sprak bijvoorbeeld Hennie Castelijn (BBR). Ze gaf daarmee aan dat juist het behoud van de scenario’s in deze fase de keuzemogelijkheden inzichtelijk maakt, ook voor de inwoners.

Als eerste spreker worstelde Henk van der Smit (SGP) al met het maken van een keuze. Hij vreesde dat met het huidige Rijks- en provinciaal beleid zelfs het scenario ‘laag dynamisch’ al te hoog gegrepen zou zijn. Hij stelde voor de benaming maar te wijzigen in ‘realistisch dynamisch’. Daarnaast stelde hij vast dat in het ‘hoog dynamische’ scenario 270 ha grond aan de agrarische sector wordt onttrokken en hij vroeg daarom aandacht voor de positie van agrariërs. In relatie daarmee noemde hij de compensatie van 10 ha voor de versterking van de natuur-, water- en recreatiefunctie wel erg mager.

Ook Kees-Willem van Os (fractie Van Os) en Jan Vergeer (CDA) maakten zich zorgen over de positie van de agrariërs en de toekomst van het buitengebied door de vele ontwikkelingen die de agrarische sector raken en de ruimte die zal worden ingenomen door woningbouw, bedrijvenontwikkeling en bijvoorbeeld de aanleg van zonneparken.

Aan de knoppen draaien
Kijkend naar het strakke beleid van het Rijk en de provincie vroeg Elly de Vries (D66) zich - niet als enige - af in hoeverre er binnen de gemeente nog aan de knoppen gedraaid kon worden. Hoewel die vraag niet werd uitgediept, was het wel duidelijk dat de fracties eraan hechten eigen keuzes te kunnen maken, waarbij ook de meningen van inwoners kunnen worden meegenomen. De Vries miste in het stuk nog aandacht voor het beleid op het gebied van de energiestrategie en ook Reinoud Doeschot (GroenLinks) en Jan Bouwens (PvdA) vroegen meer aandacht voor dat onderwerp en de opgave op het gebied van klimaatadaptatie. Beide waren van mening dat het noodzakelijk was compact te bouwen op inbreilocaties, waarbij hoger bouwen zeker moet worden overwogen om het ruimtegebruik te beperken. Robin Kersbergen (VVD) zag nog wel enige uitbreidingsruimte voor bouwlocaties, maar pleitte ook voor het behoud van het landelijke en groene karakter. Ook zag hij ruimte voor woningbouw in de kleine kernen, maar niet nadat de bereikbaarheid was verbeterd.

Een punt van discussie was de vestiging van bedrijven. De noodzaak voor ruimte werd niet ter discussie gesteld, maar er werd wel van verschillende kanten een pleidooi gehouden om te kijken naar het type bedrijven dat de gemeente wil hebben, omdat bedrijven directe invloed hebben op bijvoorbeeld de woonbehoefte.

Bijschaven
In een korte beantwoording gaven wethouders Jan Leendert van den Heuvel en Kees Oskam aan het stuk werkenderwijs te willen bijschaven. Zij wezen erop dat nog niet alles ingevuld en uitgediept was en dat het stuk beïnvloed wordt door andere plannen, zoals de Regionale Energie Strategie. In een aantal gevallen is ook afstemming nodig met andere Groene Hartgemeenten. Ook de dorpsvisies moeten nog een plek krijgen binnen het stuk. Het opstellen van deze visies kent een eigen planning, maar het is de bedoeling dat de Toekomstvisie nog dit najaar in de raad wordt vastgesteld.

Tekst: Bert Verver

Meer berichten