Non-participatie?
Ingezonden Ingezonden briefEen aantal jaren geleden werd het gemeentelijk sociaal domein opgescheept met de participatiewet. Het nevendoel van deze wet was de verdere ontmanteling van de sociale werkplaats. Dat is aardig gelukt. Maar het eigenlijke doel, meer mensen aan het werk op de arbeidsmarkt, is mislukt. De verplichting om bij grote projecten een participatietraject op te tuigen toont opnieuw aan hoe weinig praktische kennis er in Den Haag is betreffende de gemeentelijke taken.
Een groot compliment aan de redactie van de Kijk op Bodegraven-Reeuwijk en aan Key Tengeler, de schrijver van het verhaal ‘Het gaat ook nóóit goed’. Graag wil ik daarbij enkele opmerkingen plaatsen. De ordening van zo’n traject in een groot aantal fases of onderdelen, van het nadenken over de noodzaak tot de evaluatie, leidt tot de conclusie: bedenk je wel drie keer voordat je eraan begint. Uit het verhaal blijkt nergens dat er op of om het gemeentehuis iemand aanwezig is die voldoende kennis en invloed had op de gelopen trajecten. De houding van de burgemeester roept vragen op, omdat hij in de verdediging schiet. Dat is jammer, omdat hij als de hoogste gezagsdrager ook de meeste verantwoordelijkheid heeft.
Het zou mooi zijn als er later nog eens een overzicht kwam van de bestudeerde trajecten; aan de hand van alle genoemde fases/onderdelen zouden de burgers wat meer zicht krijgen op deze participatie. Want eigenlijk is de teneur van het verhaal: in de praktijk is er meer sprake van non-participatie dan van echte betrokkenheid en invloed.
Wim van Kempen