
Ook vroeger waren er al dijkdoorbraken
De dijkdoorbraak die onlangs gebeurde bij de Tempeldijk is niet uniek als je naar de geschiedenis kijkt. Ook in het verleden zijn er dijkdoorbraken geweest.
Na de vele droge zomers kondigden de waterschappen aan dat zij de veendijken extra zouden controleren, om dijkdoorbraken te voorkomen. Want ook in onze streek zijn in de loop van de eeuwen dijkdoorbraken geweest. In 1916 en in 1932 vonden er dijkdoorbraken plaats bij de Wierickes. Ook in augustus 1965 was er nog een dijkdoorbraak bij de Dubbele Wiericke. Hoewel men in 1965 de oorzaak niet kon vinden is het waarschijnlijk door de droogte gekomen. Vlak bij het gemaal’ Net op tijd’ in Driebruggen ontstond een gat van 20 meter breed en 3 meter diep. Hierdoor liep de polder Het Westeinde, bij Waarder, onder water. Snel wist men de sluis bij de Wierickebrug in Nieuwerbrug en de sluis bij Goejanverwelle te sluiten, zodat er geen water in de Wiericke kon stromen. Pas nadat de Wiericke bijna helemaal was leeggestroomd in de polder, kon men beginnen om met zand het gat te dichten. Daarna werd met behulp van het gemaal de polder weer leeggemalen.
Dijkdoorbraak bij de polder Broekvelden-Vettenbroek
Op oudejaarsnacht 1925 werd bij een zware noorderstorm het water van de Gravekoopseplas over de dijk van de polder Vettenbroek en Broekvelden geblazen. Door de zware druk van het opgestuwde water bezweek de Leckdijk over een lengte van 100 meter. Binnen 4 uur stonden de huizen en boerderijen in de polder onder water. Het water van de omliggende plassen zakte een halve meter, waardoor ook de dijk van de Nieuwenbroeksedijk (toen Blindeweg) doorbrak. Er ontstond hier een gat van 245 meter, waardoor ook de andere plassen leegliepen in de polder. De bewoners moesten halsoverkop vluchten. Op sommige plaatsen was het water wel 15 meter diep geworden door de overstromingen. De polderbewoners waren dakloos en brodeloos, 22 gezinnen werden dakloos en 30 huizen beschadigd. Het Rode Kruis zorgde voor bedden, strozakken en dekens, verder was men aangewezen op de liefdadigheid. Zo snel mogelijk werd begonnen om het gat in de Leckdijk te dichten (zie foto), 3 maanden na de ramp kon begonnen worden met het leegmalen van de polder. Het dichten van het gat in de Nieuwenbroeksedijk duurde veel langer. Pas in mei 1937 kon hiermee begonnen worden Omdat de polder Vettenbroek 4 meter lager lag dan de andere polder moest er 10x meer water uitgepompt worden, waardoor ook de kosten veel hoger waren. Het dempen van het gat en het leegpompen kostte 100.000 gulden. Dit bedrag drukte zo zwaar op de polderlasten, dat het land praktisch geen waarde meer had.
Droogmakingsplannen
Door het vervenen waren plassen ontstaan. In 1870 en 1878 werden de Middelburgseplas, de Tempelplas en de Wonneplas drooggemalen. Broekvelden en Vettenbroek volgden in 1890. Bij het vervenen van sommige gebieden waren in de 19e eeuw zogenaamde slikgelden geïnd, die moesten dienen om de polders als zij uitgeveend waren weer geschikt te maken voor de landbouw. Op deze manier gebeurde dat dan ook bij bovengenoemde polders. In 1856 ontstonden er plannen om alle plassen weer droog te maken. Burgemeester Lucasse van Reeuwijk pakte dit plan in de twintiger jaren weer op. Bij droogmaking zouden in de polders wel 30 boerderijen gesticht kunnen worden en het zou goed zijn voor de werkverschaffing. Een sterk punt in de crisisjaren van toen. Er was echter naast de bijval voor de plannen ook protest tegen de droogmaking. Vanuit de Goudse Ornithologen club kwam het eerste protest. De meeste Reeuwijkers waren sterk voor de droogmaking, terwijl de tegenstanders aanvoerden dat de grond die bloot zou komen, van matige kwaliteit zou zijn. Ook de kosten van bemaling zouden zeer hoog zijn.
Midden in deze discussie, op 31 december 1925 braken de dijken van de Lecksdijk en de Binnendijk door, waardoor de drooggemalen polders Broekvelden en Vettenbroek weer onder water liepen.
Surfplas
In 1964 kocht de gemeente Reeuwijk de polder Broekvelden en Vettenbroek op om er zand te gaan winnen. Dat was moeilijk voor de bewoners die 40 jaar na de overstroming van 1925 hard hadden moeten werken om het hoofd ‘boven water te houden’. De gemeente bood echter een goede prijs voor het land zodat men akkoord ging.
Zo werd deze polder eerst ontgonnen (1797), daarna uitgeveend en drooggemalen (1892). In 1925 overstroomd en weer drooggemalen om uiteindelijk in 1970 weer plas te worden. De plas is op sommige plaatsen wel 30 meter diep en wordt daarom ook vaak door duikers bezocht. De polder valt nu onder bescherming van Natura 2000. Rondom de plas werd natuur- en recreatiegebied De Reeuwijkse Hout aangelegd.