Kees Oskam.
Kees Oskam. Foto: Bert Verver

Vertrekkend wethouder Kees Oskam: ‘Besturen is net als estafettelopen, je moet het stokje doorgeven’

Politiek

Met de vorming van het nieuwe college is het moment aangebroken dat de ChristenUnie-wethouder Kees Oskam (66) afscheid neemt van de lokale politiek. Als geboren en getogen Driebruggenaar zette Oskam 41 jaar geleden zijn eerste stappen op het politieke speelveld. De laatste 9 jaar fungeerde hij als wethouder, reden voor een terugblik en een visie op de toekomst.

BODEGRAVEN-REEUWIJK

Hoe bent u in de lokale politiek terechtgekomen?

“Voor mij is democratie niet vanzelfsprekend. Daarin moet je investeren. Je moet je inzetten voor anderen. Bij mij speelt mijn christelijke achtergrond daarbij een belangrijke rol. Reeuwijker Leen Kaptein klopte bij mij aan om lid te worden van de RPF, de protestants-christelijke Reformatorische Politieke Federatie. Deze partij zou later met de GPV samenwerken onder de naam ChristenUnie. Er was toen één gezamenlijke kieskring Driebruggen-Reeuwijk, maar bij de verkiezingen hadden we geen kandidatenlijst. We hebben toen geadviseerd SGP te stemmen. Dat pakte goed uit en bij de volgende verkiezingen kwam ik als nummer 5 op de lijst. Het had weinig gescheeld of ik was met voorkeurstemmen in de raad gekomen. 

Bij de fusie van de gemeenten Driebruggen en Reeuwijk zijn de SGP en de RPF met een gezamenlijke lijst gekomen. Henk van der Smit werd wethouder en ik stroomde door vanuit de commissies naar het raadswerk. Rond de fusie van Reeuwijk en Bodegraven ben ik er drie jaar tussenuit geweest, maar toen Hans Vroomen vertrok als wethouder zijn Jan Leendert van den Heuvel en ik gevraagd om gezamenlijk een wethouderspost te bezetten. Ik heb die uitdaging aangenomen, maar ik had mij wel verkeken op de tijdsbesteding. Na een half jaar heb ik toen besloten om het werk voor mijn eigen adviesbureau op gebied van bouwmanagement te beëindigen en mij volledig te concentreren op het wethouderswerk.”

Hoe heeft de sfeer binnen de gemeente zich ontwikkeld?

“De beginjaren van mijn wethouderschap waren een roerige tijd. De fusie tussen Bodegraven en Reeuwijk had veel los gemaakt en de politieke cultuur in de voormalige gemeente Bodegraven was nogal wat hectischer dan die in Reeuwijk, waar in het algemeen de verhoudingen harmonieus genoemd konden worden. 

Het politieke klimaat moest nog verbeterd worden. Gelukkig zijn de verhoudingen tussen het college en de raad en tussen de raadsleden onderling goed. Natuurlijk schuurt het weleens, maar dat hoort bij het politieke bedrijf.

De verbetering van contact met de inwoners vroeg veel aandacht. Iedereen doet zijn best op dat gebied, maar helaas kun je het niet iedereen naar de zin maken. Terugkijkend op mijn 9 jaar als wethouder merk ik dat de mensen mondiger geworden zijn en zich meer richten op het individuele belang. De onderlinge benadering is ruwer geworden en dat is mede een reden waarom ik sociale media mijd.”

Hoe zijn inwoners bij het beleid betrokken?

“Om de betrokkenheid van inwoners te vergroten is vanaf 2014 gewerkt aan de oprichting van dorpsteams. Hoewel dat ook wat aanloopproblemen heeft gekend, zijn zij een belangrijk klankbord en overlegorgaan geworden. Met veel respect heb ik gezien hoe zij in coronatijd hebben doorgewerkt aan de dorpsvisies, die een belangrijke bouwsteen vormen voor het gemeentelijke beleid. Al is het uiteindelijk aan de raad om daar de beslissingen over te nemen.

De inzet van de dorpsteams draagt in belangrijke mate bij aan het behoud van het authentieke karakter van de dorpen. We koesteren de verscheidenheid. De wil om dat te behouden zal echter vooral uit de dorpen zelf moeten komen, bijvoorbeeld via het verenigingsleven en de inzet van vrijwilligers op maatschappelijk en sociaal gebied.

Daarbij kan ik er niet aan voorbijgaan dat niet alle wensen kunnen worden ingevuld. De financiële middelen zijn al jaren beperkt. Voor de inrichting van de openbare ruimte en de infrastructuur betekende dat flink opletten. Af en toe schuiven was onvermijdelijk, maar op de noodzakelijke punten is flink geïnvesteerd en is veel achterstallig onderhoud weggewerkt zoals in de Dronenwijk, Reeuwijk-brug, Nieuwerbrug en de Kerkweg in Driebruggen.”

Wat is een van de belangrijke aandachtspunten voor de komende tijd?

“De komende tijd vraagt het beheer en gebruik van onze smalle en kwetsbare wegen in het buitengebied nog veel aandacht, want het verkeer wordt steeds drukker en zwaarder. In het oostelijke deel van de gemeente loopt er samen met de gemeente Oudewater al een onderzoek of het instellen van éénrichtingverkeer een oplossing kan zijn. 

Dit soort oplossingen vragen veel overleg met inwoners en bedrijven, want iedere verandering heeft consequenties voor de bereikbaarheid. Hoe lastig die afwegingen kunnen zijn, is overigens gebleken bij de plaatsing van de ‘poortjes’ in het plassengebied. Het idee erachter was mooi, maar het proces duurde te lang en werd door technische ontwikkelingen ingehaald. Dan moet je tot de conclusie komen dat er inmiddels andere methoden beschikbaar zijn die de beperking van de toegankelijkheid kunnen regelen, daar moet je dan ook niet voor weglopen.”

U was wethouder Duurzaamheid. Wat heeft de gemeente bereikt op dat gebied?

“Het begrip ‘duurzaamheid’ is gedurende mijn wethouderschap een steeds belangrijker plaats gaan innemen. Het was lange tijd onderbelicht, maar het speelt nu een rol bij alles wat aangepakt wordt, of het nu gaat om infrastructuur of nieuwe bouwprojecten. De ambitie op dat gebied hebben we in regionaal verband vastgelegd in de Regionale Energie Strategie. Bij velen is de wil om eraan te werken aanwezig, maar het mag nog te veel niet ten koste gaan van het eigen comfort. 

De gemeenschap moet er denk ik nog een schepje bovenop doen om verder te komen op dat gebied. De gemeente kan dat niet alleen, maar kan wel faciliteren. Daarnaast zijn we al druk bezig geweest om binnen het gemeentelijke bedrijf de nodige maatregelen te nemen. De auto’s zijn elektrisch geworden, er is led-verlichting in de straten gekomen en we hebben flinke stappen gezet in de verduurzaming van onze gebouwen.”

Hoe kijkt u terug op uw 9 jaar als wethouder?

“Ik kijk met plezier terug op de periode dat ik mijn gemeenschap mocht dienen. Ik dank de inwoners en de ondernemers voor de samenwerking en ik wens een ieder geluk, gezondheid en zegen. Zelf ga ik de komende tijd kijken hoe ik mijn vrije tijd ga invullen. Thuis ligt er nog flink wat kluswerk en verder zie ik wel wat er op mijn weg komt.”

door Bert Verver