Loco-burgemeester Knol verraste de 100 jarige mevrouw Looijen met een mooie bos bloemen. Beeld: gemeente Bodegraven-Reeuwijk
Loco-burgemeester Knol verraste de 100 jarige mevrouw Looijen met een mooie bos bloemen. Beeld: gemeente Bodegraven-Reeuwijk

Grote bos bloemen voor 100-jarige mevrouw Looijen

Human Interest

Loco-burgemeester Dirk-Jan Knol ging vorige week donderdag met een grote bos bloemen op bezoek bij mevrouw Geertruida (Truus) Looijen-Verdick, die die dag 100 jaar was geworden. Het bezoek vond plaats in het huis van haar dochter en schoonzoon, omdat de 100-jarige in het verpleeghuis Oudshoorn in Alphen aan de Rijn is opgenomen, maar officieel nog inwoonster van Bodegraven is.

door Bert Verver

Truus Looijen werd geboren in Leerdam in een echte glasmakersfamilie, hoewel haar vader vooral werkzaam was in de technische kant van het bedrijf. Op haar 15e verhuisde ze naar Schiedam, waar ook een glasfabriek was, om later weer terug te keren naar Leerdam waar haar vader promotie kon maken. Tijdens haar tienerjaren was zij als akela erg actief bij de padvinderij en was zij enkele jaren kleuterleidster. De oorlogsjaren bracht de familie in Leerdam door en na die moeilijke jaren ging Truus werken op het distributiekantoor, waar voedsel- en brandstofbonnen werden uitgereikt. Tijdens haar werk ontmoette zij Hennie Looijen. 

In 1950 trouwden ze en namen zij de kruidenierswinkel van Hennies ouders in Asperen over. Door de aankoop van een naastgelegen pand wisten zij de winkel uit te bouwen en werden zij onder de VIVO-vlag de eerste zelfbedieningswinkel in het dorp. Truus werkte met hart en ziel voor de winkel en samen werkten zij dat op tot een bloeiend bedrijf.

Hobby’s

Bij gebrek aan opvolging werd de winkel op 1 januari 1979 verkocht en was er meer tijd voor hobby’s. Handwerken deed Truus altijd al graag, maar ook sportieve hobby’s als wandelen, zwemmen en fietsen waren aan haar besteed. Haar grote liefde was echter het stukje land bij de Linge waarop ze een paard, een pony en wat kleinvee hielden.

Toen haar man door een ongeluk minder mobiel was geworden, kwam de zorg voor hem op haar schouders terecht en zij deed die zorg met alle liefde. Enkele jaren na het overlijden van haar man verhuisde ze naar De Meent in Bodegraven om dichter bij een van haar dochters te zijn. Een goede keus, want de steun van haar dochter Lina en haar man is inmiddels onontbeerlijk geworden, hoewel de medewerkers van het verpleeghuis Oudshoorn inmiddels veel van de dagelijkse zorg hebben overgenomen.