Ad van den Herik peilt de diepte van een sloot. Beeld: Ad van den Herik
Ad van den Herik peilt de diepte van een sloot. Beeld: Ad van den Herik

Peilstok en iPad als broedmachines voor gelukshormonen

Algemeen Human Interest

Ruim 3 jaar geleden ging Ad van den Herik (1957) met vroegpensioen. De Bodegraver houdt de geraniums op gepaste afstand met onder andere schouwwerkzaamheden namens het waterschap. Over die bezigheid laat hij de lezers van deze krant over zijn schouder meeturen in de polder. Ook geeft hij een inkijkje in het waterbeheer van eeuwen geleden waarbij ook zijn voorouders een rol vervulden.

door Ad van den Herik

Plons. Het uiteinde van de peilstok verdwijnt kopje onder in de sloot en doorbreekt de stilte in de polder. ,,40 centimeter water en 20 centimeter bagger,’’ concludeert mijn schouwmaat van deze dag als hij de streepjes op de peilstok afleest. Zijn bevindingen noteer ik keurig op de iPad. Dat betekent werk aan de winkel voor de eigenaar van deze sloot (meestal een agrarische ondernemer). Die moet deze binnen anderhalf jaar weer op diepte gaan brengendoor twintig centimeter bagger te (laten) verwijderen, zodat er een vereiste diepte van 60 centimeter water ontstaat. 

Kaplaarzen

Je mot toch wat als vroeg-pensionado. Naast stukjesschrijver voor enkele media, voetballer en vrijwilliger bij Rohda’76, communicatieadviseur bij Geboorte van Nederland 1572, kleinkinderopvang en genealogisch vorser, spring ik gemiddeld zo’n 20 dagen per jaar in mijn kaplaarzen. Vooral in de maand maart. Dan ga ik namens Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) als schouwmeester aan de slag om sloten en watergangen te controleren. En om daarvan verslag te doen. 

Met de meeste sloten is trouwens niks mis. Bij agrariërs bespeur ik een grote mate van betrokkenheid en verantwoordelijkheid bij het waterbeheer in deze streek. De importantie daarvan neemt steeds verder toe door bodemdaling, klimaatverandering enz.

In een enkel geval stuit je op een verwaarloosde watergang die bijvoorbeeld is overwoekerd of dichtgegroeid. Dat belemmert de doorstroming en beïnvloedt de kwaliteit van het water. Soms stuit je op een sloot die zonder vergunning is gedempt of verlegd.

Schouwen in het DNA

Mijn bijbaantje heb ik ook een beetje te danken aan Godebald. Godebald? Godebald wie? Ja, de bisschop van Utrecht die in 1122 opdracht gaf om de Kromme Rijn bij Wijk bij Duurstede af te dammen. Het HDSR ziet die handeling als het begin van het waterbeheer in onze streek. Ruim 900 jaar geleden dus.

En met gepaste trots wil ik niet verhullen dat ik het schouwen in mijn DNA heb. Je mag het bijna een familietraditie noemen. Achtereenvolgens spanden Cornelis Ariensz (1665-1734), zoon Willem (1707-1777) en kleinzoon Cornelis van den Herik (1740-1805) zich in voor het waterbeheer. Als heemraad, schepen, respectievelijk polderbode. Ook zij rekenden het schouwen tot hun werkzaamheden. Niet in het werkgebied van wat nu het HDSR beslaat, maar in de laaggelegen Alblasserwaard. Een soort badkuip die in ruim zes eeuwen tijd maar liefst 33 keer volliep, inclusief drie inundaties.

In 1277 legde graaf Floris V van Holland (1254-1296) hier de eerste ringdijk omheen. Floris V had goed in de smiezen dat alleen de aanleg van een dijk niet volstond. Iemand moest ook verantwoordelijkheid dragen voor het onderhoud en waterbeheer. Daar bedacht Floris V iets op. Hij stelde een hoogheemraadschap in, het oudste bestuursorgaan van Nederland. Op 15 maart mochten we daar – samen met de provinciale verkiezingen - een algemeen bestuur voor kiezen.  

Schepping

Uitgestrekte weilanden oefenen een aantrekkingskracht uit op mij. Ik denk dat het komtomdat een polder zich laat vergelijken met vuur en golven. Je kunt er eindeloos naar blijven kijken zonder je te vervelen. Er gebeurt niet veel, maar toch is er veel te zien. Daarom ervaar ik dat schouwen in de polder als een weldaad, een voorrecht. De peilstok, iPad en groene einders voelen voor mij als broedmachines voor gelukshormonen. Geen wonder dat ik mezelf beschouw als een poldermens. Waar je wieg staat bepaalt vaak wie of wat je bent. Ik koos 65 jaar geleden voor de Alblasserwaard als geboortegrond. Weilanden, kaarsrechte sloten, knoestige knotwilgen, fraaie boerenhoeves. Iconen van een onbegrensde speeltuin. Een oer-Hollandse schepping. 

Een wat? Een camisool!

Toch nog even terug naar mijn voorvader Cornelis van den Herik. Van hem heb ik nog een soort aanstellingsbrief opgedoken. ,,Ik hebbe Cornelis van den Herik geengaggeert voor tagtig gulden tractement sjaars en alle twee jaren een nieuwe rok, camisool, broek en een hoed met zilver.’’ Dat staat opgetekend in een akte van 22 januari 1776. Camisool (een vest), wat een heerlijk woord. Weer eens wat anders dan het oranje hesje dat om mijn schouders fladdert. Zijn aanstelling kreeg Cornelis trouwens van Cornelis Johan de Lange (1752-1820). Op diens visitekaartje stond niet alleen Vrijheer van Wijngaarden (met rechten en privileges die geld opleverden), maar ook stadsbestuurder en geschiedschrijver van Gouda (zijn fraaie woonhuis aan de Westhaven 52 staat nog fier overeind). En in zijn hoedanigheid als patriottenleider hield hij Wilhelmina van Pruisen aan op 28 juni 1787 bij Goejanverwellesluis. Een belangwekkende gebeurtenis in de vaderlandse geschiedenis. De Lange zette Wilhelmina van Pruisen nog enkele uren gevangen in de Prinsessenboerderij (die nog steeds bestaat) in Hekendorp. En laat op een steenworp afstand van die Prinsessenboerderij nou net de plek zijn waar mijn schouwwerkzaamheden dit jaar van start gingen. Heerlijk toch, die verwevenheid met het verleden.

Adhd-gedrag

Terug naar het heden. De ingelanden (iemand die eigendom heeft in het waterschap) die hun sloten op diepte moeten brengen, ontvangen binnenkort een brief van het HDSR. Als straks de bagger op de slootkant ligt, volgt de controleschouw. Wedden dat mijn gelukshormonen dan weer adhd-gedrag vertonen?

-

Fragment uit akte van 22 januari 1776. Archiefbeeld
Peilschaal in de polder. Beeld: Ad van den Herik