Een foto van de geïnterviewde vrouwen kunnen we niet publiceren. In plaats daarvan drukken we de prachtige tekening af die Seema, de dochter van Rahima, maakte van Áldás, een ruin waar ze veel van leerde. Beeld: eigen illustratie
Een foto van de geïnterviewde vrouwen kunnen we niet publiceren. In plaats daarvan drukken we de prachtige tekening af die Seema, de dochter van Rahima, maakte van Áldás, een ruin waar ze veel van leerde. Beeld: eigen illustratie

‘Het is zwaar om alles achter te laten wat je kent’

Algemeen Human Interest

Gevlucht uit Afghanistan


REEUWIJK-BRUG - Zo’n 20 jaar geleden ontvluchtte Rahima samen met haar toenmalig echtgenoot haar geboorteland Afghanistan. “Toen ik in Nederland aankwam, was ik alleen. Mijn ex-echtgenoot zou later komen, maar dat gebeurde niet.” Firuza lukt het niet om te vertellen over haar vlucht. “Het is té pijnlijk.”


Bijna 20 jaar geleden liep Firuza geïntrigeerd door de Reeuwijkse C1000. Verderop stond een goed verzorgde vrouw. “Wie is die chique dame?” vroeg ze zich af. Ze besloot haar aan te spreken. De verrassing was groot toen ze ontdekten dat ze beiden Afghaanse vrouwen zijn. Ze werden al snel vriendinnen. Overigens heten ze niet echt Firuza en Rahima; ze blijven in deze krant anoniem uit angst voor de taliban.


45 jaar oorlog

“Ons land is al 45 jaar in oorlog,” vertellen de vrouwen. “In 1978 viel het Sovjetleger het land binnen langs de lange grens die onze landen scheidt. Onze mannen trokken naar het front om hen te bevechten. Moedjahedien-strijders kwamen vanuit Pakistan om mee te vechten. Zij werden door Amerika flink ondersteund. De Sovjets (meestal Russen) werden verjaagd, maar we kregen er de - door Amerika geholpen - extremisten voor terug.” In de jaren 90 werd de taliban gevormd, naar voorbeeld van de moedjahedien.


Nieuws over Afghanistan ontvangen de vrouwen van achtergebleven familie en vrienden. “Het is verschrikkelijk wat er gebeurt. Er is geen werk meer, geen toekomst. Tegenwoordig slapen mensen onder bruggen, zijn depressief, gebruiken heroïne en andere drugs. De situatie voor vrouwen en meisjes is ronduit slecht.”


Extremisten zijn geen moslims

Het valt de vrouwen zwaar dat in de westerse wereld het beeld van moslims gekaapt is door de extremisten van de taliban. “Extremisten zijn geen moslims! Zij verbieden vrouwen en meisjes van alles. Dat klopt niet. Als je de Koran goed leest, zie je dat wat zij zeggen en doen lijnrecht staat tegenover hoe moslims geacht worden te leven. De taliban misbruiken het moslimgeloof met als gevolg dat de rest van de wereld denkt dat alle moslims zo zijn.”
Firuza zet het met lede ogen aan. “Toen ik naar school ging, zaten jongens en meisjes samen in de klas. We droegen geen hoofddoek, er heerste vrijheid en we respecteerden iedereen.” Rahima: “Er waren toen drie godsdiensten in Afghanistan. Je had er soennieten en sjiieten, dat zijn beide moslims. In de hoofdstad wonen ook hindoe. Wij leefden heel goed samen. Dat is nu heel anders, en dat hoort niet zo!” Ze verzuchten: “Waarom verdiepen mensen zich er niet wat meer in? Waarom is er zo weinig begrip?”


Op de vlucht

Het onbegrip geldt niet alleen voor het geloof, maar ook voor het gevlucht zijn zelf. “Het is moeilijk om je land achter te laten. Je wilt niet weg, maar je móet. Velen snappen niet hoe zwaar het is om alles achter te laten wat je kent: je geboortegrond en je familie. Wij deden het niet om er beter van te worden, wij vluchtten omdat we ons leven niet zeker waren.”


Firuza verloor aan de oorlog maar liefst 31 familieleden. Sommigen zijn gesneuveld, anderen vermoord, zoals haar echtgenoot. Ze heeft geen van haar elf kleinkinderen ooit een knuffel kunnen geven. Door haar vlucht werd ze ook gescheiden van haar twee toen nog jonge zoons. “Een van hen woont nu in de Verenigde Staten. De ander woont nog in Afghanistan. Ik ontmoet ze nooit, al kan ik tegenwoordig gelukkig videobellen.” Ze is nog één keer terug geweest naar haar geboorteland. “In 2015, voor de begrafenis van mijn broer. Hij was advocaat en is vermoord.”


Ook Rahima is nog eens teruggereisd naar Afghanistan vorig jaar. “Mijn familie woont er nog. Mijn moeder is oud en zo broos geworden. Ik wilde haar graag nog eens zien.” Reizen naar haar moederland kon vorig jaar nog via Iran, al was dat toen ook al niet meer zonder gevaar. “Die route is inmiddels niet meer te gebruiken,” stelt ze verdrietig vast.


Lichtpuntjes

Ook na de vlucht naar Nederland was het niet makkelijk voor de vrouwen om iets nieuws op te bouwen. Rahima probeerde als drogist aan het werk te gaan. Haar Afghaanse diploma’s zijn namelijk ook hier geldig. “Toch kon ik ondanks tientallen sollicitaties nergens aan de slag.” Firuza voelde zich erg eenzaam in het asielzoekerscentrum. “Ik heb heel veel gehuild. Ik had geen opleiding en sprak geen enkele vreemde taal.”


In de eenzaamheid weten beiden gelukkig wel lichtpuntjes te ontdekken. Rahima vond werk in een buurthuis in Maassluis. Ze leerde haar huidige partner kennen en kreeg met hem haar dochter Seema. Ze verhuisde naar Reeuwijk, waar ze Firuza leerde kennen die ook nog toevallig in dezelfde straat woonde.


Firuza leerde na haar verhuizing naar Reeuwijk een echtpaar kennen dat haar bijstond. “Zij hielpen mij eerst met de taal en daarna met het zoeken van een baan. Ik kan hen altijd bellen en ze zijn er voor mij.” Ze is ontzettend dankbaar voor de steun die ze van hen krijgt. Ze heeft een baan Reeuwijk en zet zich in als vrijwilliger. En ze is dankbaar voor het feit dat ze Rahima ontmoette die ene dag lang geleden in de Reeuwijkse supermarkt.

Beeld: eigen Illustratie gemaakt door Seema