Felicitaties en een bloemetje voor de 100 jarige mevrouw Huizer Martins namens de gemeente uit handen van burgemeester Michiel Grauss. Beeld:  Marlien van Leeuwen
Felicitaties en een bloemetje voor de 100 jarige mevrouw Huizer Martins namens de gemeente uit handen van burgemeester Michiel Grauss. Beeld: Marlien van Leeuwen

Neem het leven zoals het komt

Algemeen Human Interest

BODEGRAVEN - Op 4 april 1923 kwam Lexandrina Martins in Rotterdam ter wereld. Ze heeft daar haar hele leven gewoond. Sinds 3,5 jaar woont ze in Rijngaarde. En alhoewel je een oude boom niet moet verpoten leeft ze er helemaal op. Sjoelen, bingo, handwerken, koersbal deze krasse 100 jarige doet overal aan mee. Ze is een doener, altijd al geweest. Rijngaarde biedt de mogelijkheid om al die activiteiten met elkaar te doen. Nu ze jarig is wil ze de felicitaties namens de gemeente van burgemeester Michiel Grauss graag ontvangen tijdens de warme maaltijd voor senioren van en rondom Rijngaarde.

door Marlien van Leeuwen

Er staat bami op het menu, haar lievelingskostje. En als ze de zaal binnenkomt staan er vijf kinderen en een juf van de naburige basisschool Willibrord/Milan klaar om haar te feliciteren. De zaal is feestelijk versiert, ballonen markeren haar plaatsje aan tafel. Voor die tijd heeft ze boven op haar kamer al een interview gegeven. Aan niets is te merken dat ze maar liefst 100 kaarsjes mag uitblazen. Uiteraard zijn er ook voor mevrouw Huizer – Martins periodes geweest dat haar gezondheid te wensen overliet. Maar op dit moment straalt ze.

Met de boot overzee

Haar vader kwam van Madera in de Rotterdamse haven voor reparatie aan het schip waar hij op werkte. Haar moeder werkte als kok in het Zeemanshuis. De boot zou voor langere tijd in het dok moeten blijven, waardoor haar vader onderdak zocht. Met die vraag kwam hij in contact met Lexandrina’s moeder. Het begin van een romance en uiteindelijk huwelijk. Het echtpaar zou twee kinderen krijgen Lexandrina de oudste dochter en een zes jaar jonger broertje.

Lagere school

De Julianaschool in het Rotterdamse met gemengde klassen van jongens en meisjes. “Heel Christelijk,” zo omschrijft mevrouw Huizer-Martins de grondslag van de school. “Maar ik was speels en liever buiten dan op school.”

Jurken gemaakt van vlaggen

In de oorlog was er een tekort aan alles. Mevrouw Huizer – Martins vertelt hoe ze toch aan spullen kwamen. “Van zijn werk, de Rotterdamse droogdok maatschappij nam mijn vader vlaggen mee uit de schepen die daar lagen, daar naaide ik jurken van. Om aan voedsel te komen fietste ik met mijn broertje in de hongerwinter naar Overijssel. Zelf had ik net voor de oorlog een nieuwe fiets gekregen. Maar mijn broertje fietste op een fiets waarvan de banden van gevlochten touw gemaakt waren. Er lag zo’n laag bevroren sneeuw op de weg, wat het fietsen nog lastiger maakte. Onderweg sliepen we bij boeren, in scholen of andere zalen. Ondanks zijn vijftien jaren was hij groot van stuk, wat het extra gevaarlijk maakte want de bezetter was op zoek naar jonge mannen voor het front en de arbeidsinzet.

Zak bloem

Mijn broertje had bij de padvinderij gezeten. Zo was hij met een tentje bij een boer in Overijssel geweest. Daar zijn we heen gefietst. We sliepen er boven de koeien in het stro. We kregen een zak bloem mee die zo zwaar was dat je op moest passen dat je fiets niet zou steigeren als je afstapte. De Duitsers stonden overal om je eten af te pakken. Waardoor we op de terugweg clandestien zijn overgevaren.” Er borrelen nog meer verhalen op; “De boer waar we net zoveel appelen mochten eten als we wilden. Meenemen mocht niet, dus aten we zoveel we op konden om vervolgens aan de race te gaan. Teveel van het goede.”

Oudste van zes

Haar aanstaande echtgenoot was de oudste van zes en woonde in bij zijn opoe en opa. De reden daarvan kan mevrouw Huizer-Martins zich niet meer herinneren. Na de oorlog was de woningnood zo hoog dat mensen verplicht werden om inwoners te nemen. Zo kwamen ze na hun trouwen bij hen inwonen.

Vrouwen achter het aanrecht

Ik wilde graag kinderen, maar mijn man vond het niet verstandig om kinderen op de wereld te zetten in de toenmalige tijd. We kregen één dochter, onze Anneke, zij was het ons compromis. Vrouwen werkten niet buiten de deur. Als dat wel gebeurde was het een schande voor de man, die kon het dan kennelijk niet bij elkaar verdienen. Maar ik werkte wel. Knoopjes aanzetten op een naaiatelier. Heel eentonig werk, maar ik was er wel uit en onder de mensen.”

Ladders ophalen

Nylonkousen (die met jarretels opgehouden werden) waren er nauwelijks na de oorlog. Daar werd heel zuinig mee omgegaan. Mevrouw Huizer-Martins: “Ik haalde de ladders in nylonkousen op voor anderen. Eerst met de hand, later met een apparaatje. Het was een kunst apart, soms was je helemaal boven en schoot hij weer terug. Een priegelwerkje waar ik het geduld voor kon opbrengen. Met elke opgehaalde ladder verdiende ik vijf cent. Een serieus bedrag waar ik dan weer wat anders mee kon doen.”

Bezige bij

Naarmate de jaren gingen tellen vielen er steeds meer mensen om haar heen weg. Haar echtgenoot, familie, vriendinnen en toen ook één van de laatste vriendinnen in het Rotterdamse ging verhuizen heeft ze met haar dochter Anneke en haar partner besproken dat ze richting hen zou verhuizen. Zo kwam ze in Rijngaarde en daarmee weer onder de mensen. Van al de activiteiten die er gegeven worden leefde ze helemaal op.

Groot feest

De zondag voor haar verjaardag vierde ze feest in de Mondriaanzaal. Als je op deze leeftijd nog zo’n vijftig mensen kunt uitnodigen heb je een uitzonderlijk grote kennissenkring. Natuurlijk worden die 90-plussers door hun kinderen naar het feest gereden die dan vervolgens ook blijven. Door de jaren heen hebben ook zij een band opgebouwd. De vensterbank staat overvol met felicitatiekaarten. Heel bijzonder! En toch ook weer niet, mevrouw Huizer-Martins neemt het leven zo het komt. Een hele nuchtere maar vooral positieve instelling. Daarnaast heeft ze alle verjaardagen en trouwerijen bijgehouden. En dan blijkt maar weer; zo je doet, zo je ontmoet.