
Vervolg van voorpagina
'Ik ben geen thuisfluiter. Regels zijn regels en fout is fout'
REEUWIJK-BRUG - Op zijn 55e begon hij met fluiten, 25 jaar later heeft hij er nog altijd lol in. En zolang hij het nog bij kan lopen, blijft hij dat met plezier voor zijn club CVC doen. Op een druilerige ochtend, waarop er volop schoongemaakt wordt in het clubgebouw, vertelt Arie Graafland over zijn hobby waar hij zelf ook nog eens gezond bij blijft.
door Marlien van Leeuwen
Als hij met zijn Roemeense straathondje een rondje maakt, wordt hij vaak herkent. Als de opa van Ricardo en Leon, maar eerder als de scheids van CVC. Het hondje mag vier keer per dag 'een blokkie om' en altijd heeft Arie wel aanspraak. Hij is een geboren en getogen Reeuwijker, die tot zijn 26ste bij de atletiekvereniging lid was en vanaf de oprichting van CVC in 1968 is overgestapt. “Ik vond voetbal toch een leukere sport. In de beginjaren hadden ze twee teams. Het eerste jaar speelde ik in het tweede. Daar was ik degene die hard kon lopen en bij de inworp soms tot de pingelstip kwam."
Een drievoudige hernia maakte dat Arie met zijn 39ste stopte. "Ik was toen al met de opleiding tot sportmasseur begonnen. Zo’n 17 jaar was ik sportmasseur en verzorger van de selectie. Elke donderdagavond was ik op de vereniging en iedereen die geblesseerd was, wist mij te vinden. Elke zaterdag masseren en intapen, niet enkel voor het eerste, ook voor de andere teams. En natuurlijk mee met het eerste, zowel bij de uit- als thuiswedstrijden."
Zolang hij er lol in heeft en het nog kan bijlopen, is hij niet uit het veld te slaan.
Bewust geen thuisfluiter
Samen met nog vijf anderen heeft Arie de scheidsrechterscursus gevolgd. Van die vijf is hij de enige die nog fluit. "Alles wat niet door de KNVB-scheidsrechter gefloten wordt, fluit ik," vertelt hij. De vereniging moet elke week zo’n tien scheidsrechters optrommelen. Daarnaast zijn er scheidsrechters nodig voor de toernooitjes en de oefen- en vriendschappelijk wedstrijden. "Ik vind dat gezellig, zo onder de mensen en na afloop een biertje. Problemen op het veld heb ik zelden. Je moet altijd 50/50 fluiten, ik wil bewust geen thuisfluiter zijn. Regels zijn regels en fout is fout."
Arie ziet wel een verschil in de mondigheid van de teams. Jongens uit het Rotterdamse zijn toch brutaler dan die uit de polder. “'Praten' tegen de scheids, zoals dat in vakjargon heet, doen de Reeuwijkse jongens niet zo vaak. Misschien hebben ze respect voor mijn leeftijd? Of ze denken, hij doet het al zolang, hij zal het wel weten. Praten ze wel of begaan ze een andere overtreding, dan krijgen ze een gele kaart, dat is 10 minuten op de bank. Ze doen hun eigen team tekort, als er daardoor maar tien op het veld staan.”
Spelerskaarten op je telefoon
In de loop der jaren is het scheidsen wel veranderd. Zo heeft digitalisering ook hier zijn intrede gedaan. “Vroeger stond je de spelerskaarten vanuit zo’n map te controleren voor je het veld opging. Tegenwoordig doe je dat op je telefoon. Hetzelfde geldt voor de uitslag. Voorheen moesten de aanvoerders de uitslag op papier accorderen, nu gaat dat digitaal. De uitslag, de gele (en heel zelden) rode kaarten, alles wordt in één keer doorgezet.”
Tips en adviezen
Wat Arie ook graag doet, is een ander op weg helpen: “Zo’n 13-jarige die regelmatig fluit, zie ik bijvoorbeeld met zijn rug naar de grensrechter staan. Die geef ik graag wat tips en adviezen. En als ik het voorhanden heb een muntje of zo’n zweetband van de KNVB. Zie ik een paar weken later dat hij de tips opgepikt heeft, geniet ik daarvan. Er moeten tenslotte scheidsrechters zijn, anders kan er niet gespeeld worden.”
Als het aan Arie ligt, blijft hij nog lang fluiten. Zolang hij er lol in heeft en het nog kan bijlopen, is hij niet uit het veld te slaan.
