Een oefening met de vrijwilligers van Bescherming Bevolking in 1956. Rechts het blokhoofd W. de Jong. Beeld: archief
Een oefening met de vrijwilligers van Bescherming Bevolking in 1956. Rechts het blokhoofd W. de Jong. Beeld: archief

Bescherming Bevolking voor hulp bij calamiteiten

Algemeen Verhalen uit het archief

In de periode na de Tweede Wereldoorlog, toen de Koude Oorlog volop speelde, werd de organisatie Bescherming Bevolking opgericht.

door Cock Karssen

De organisatie was enigszins een vervolg op de Luchtbeschermingsorganisatie die in 1939 was opgericht, waarbij werd geoefend in handelingen die men moest uitvoeren als er een luchtaanval plaatsvond. Kort na de bevrijding in 1945 begon men al te denken over een nieuwe organisatie om de bevolking te beschermen. Men spiegelde zich aan de Engelse organisatie Home Guard, die tijdens de oorlog zo goed had gefunctioneerd. In de jaren 70 was nog regelmatig de persiflage op deze organisatie te zien in het tv-programma ‘Dad’s Army’. In zijn eigen tijd kwam de Home Guard echter slechts moeizaam van de grond.

Oprichting

Rond 1954 vormden de brandweer en het Rode Kruis samen met een groep vrijwilligers en artsen de nieuwe organisatie Bescherming Bevolking (BB). Maar het vinden van vrijwilligers was lastig, de organisatie klaagde dat door de dreiging van de atoombom en de waterstofbom de bevolking in de veronderstelling verkeerde dat zelfbescherming toch geen zin had. 

Uiteindelijk lukte het toch, zowel in Bodegraven en Reeuwijk als in andere plaatsen. In februari 1955 werd W. de Jong benoemd als Hoofd Zelf Bescherming in Bodegraven. Hij kreeg de leiding over een volwaardige organisatie van 63 man. Het dorp werd in blokken ingedeeld, met elk een eigen blokhoofd, die de leiding had bij calamiteiten. Het blokhoofd moest bij een ramp de redders instrueren en de brandweer en het Rode Kruis naar de plaats van het onheil sturen. Ook moest hij zorgen dat de gewonden werden afgevoerd en dat er sociale opvang was voor de mensen in zijn wijk. 

Om al deze zaken te oefenen werden regelmatig rampenoefeningen gehouden. Op de foto bij dit artikel is een oefening in 1956 afgebeeld, tijdens het bezoek van de Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland, de heer Klaasesz, aan Bodegraven. De BB had te horen gekregen dat er boven de nieuwe Tuinwijk een vijandig vliegtuig was neergestort en men is op de foto bezig om hier in samenwerking met het Rode Kruis de gewonden te verzorgen bij het laboratorium van de zaadhandel Turkenburg (nu de Marktstraat).

Reeuwijkse BB actief

In juli 1956 werd in het weekblad ‘De Kroniek’ vermeld dat de Reeuwijkse BB bij kringwedstrijden de eerste prijs en een wisselbeker had behaald. In het stukje worden de volgende namen van de manschappen genoemd: Van der Linden, Bontenbal, ploegcommandant Blom, Stoppelenburg, Van der Bas, Meijer, Van de Avoird en Schilt. De Reeuwijkse burgemeester was trots op het behaalde succes!

Naast instructieavonden en het eigen blad ‘De Paladijn’ werden vier keer per jaar grote oefeningen gehouden, waarbij vooral de samenwerking tussen de verschillende groepen van de BB belangrijk was. Zo vielen er (zogenaamd) brisantbommen boven Bodegraven, werd het huis van Van der Haven gebombardeerd en was er in 1963 een treinramp met veel gewonden in de trein in de Dronenwijk in Bodegraven.

Vraag om schuilkelder in Bodegraven

In oktober 1961 vroegen bewoners van de Oranjelaan, Vijverlaan, Sportlaan en Willem de Zwijgerstraat in Bodegraven om de bouw van een stralingsvrije schuilkelder. Onder leiding van bewoners De Groot, De Meijere en Vink werd een plan gelanceerd om een schuilkelder te bouwen naast de tennisbanen achter de Oranjelaan.

De bouw zou 100.000 gulden kosten. Na uitleg van het hoofd van de BB over de werking van zo’n schuilkelder werd besloten er nog eens over na te denken. In december werd het plan afgeblazen en werden richtlijnen gepubliceerd voor bescherming in de kelders van eigen woningen. Er werd nagegaan hoeveel mensen in zo’n particuliere kelder konden schuilen en er werden lijsten gemaakt over wat men in kelders moet opslaan: toiletemmers, levensmiddelen, een radio, verbandmiddelen en water. De kosten zouden 25 gulden per woning en 5 gulden per persoon bedragen.

Verlies van nut

In 1965 is het aantal vrijwilligers van de BB gezakt naar twintig personen. De dorpelingen zijn niet meer overtuigd van het nut van de BB, die machteloos zou zijn bij moderne oorlogvoering. Dit betekende het einde van de organisatie.