Het duurzaamheidsplan van het college voor 2024 t/m 2026 kon rekenen op brede steun in de commissie Ruimte.
Het duurzaamheidsplan van het college voor 2024 t/m 2026 kon rekenen op brede steun in de commissie Ruimte. Foto: Bert Verver

Grote consensus over duurzaamheidsplannen

Politiek

BODEGRAVEN-REEUWIJK - Tijdens een ingelaste vergadering van de commissie Ruimte is ruimschoots de tijd genomen om het programma Duurzaamheid 2024-2026 te bespreken. Ook werd instemming gevraagd over het opzetten van een (gemeentelijke) klimaatmonitor en een evaluatie van de bestaande routekaart.

door Bert Verver

De wens om tot een nieuw programma Duurzaamheid te komen is opgenomen in het coalitieakkoord en inmiddels is hier ook personeel voor aangetrokken. Een van de doelen in het programma is het behalen van de landelijke doelstelling van 55 procent CO2-reductie, maar in het raadsvoorstel is aangegeven dat die doelstelling niet één op één kan worden vertaald naar een gemeentelijke doelstelling. De gemeente wil zich focussen op de afspraken die (in regionaal verband) zijn gemaakt in de Regionale Energie Strategie (RES) en de acties die daarvoor nodig zijn. 

Voor het programma is een geschat bedrag nodig van 1,2 miljoen euro, waarvan circa 465.000 euro ten laste komt van de gemeentelijke begroting. Voor het resterende bedrag kan een beroep worden gedaan op andere (rijks)fondsen.

Kleine windmolens

Duurzaamheid is de laatste jaren een steeds terugkerend onderwerp bij de beleidsvorming van gemeentelijke plannen. Binnen de commissie was daarover ook geen vorm van onenigheid te bespeuren. Volgens Jan van Rooijen (CDA), die als eerste spreker het woord kreeg, mag als grondhouding verwacht worden dat iedereen in zijn eigen energiebehoefte kan voorzien. Hij miste in de stukken echter de positie van de inwoners, terwijl volgens hem het draagvlak ‘van onderaf’ dringend noodzakelijk is voor het behalen van de doelstellingen. Hij miste ook een visie op de inzet van kleine windmolens en de mogelijkheden voor het 

Opwekken van biogas

De positie van de inwoners was ook een zorgpunt voor Lisbeth Hertogh (PvdA), die aangaf een duidelijk startpunt met een visie op de doelen in het programma te missen. Ook miste zij de vertaling van een eerdere motie die opriep om alternatieve energieprojecten in te richten met 50 procent lokaal eigendom. Voor GroenLinks is duurzaamheid en energietransitie al jaren een speerpunt in het beleid. Woordvoerster Judith Wijtenburg zag in het programma onvoldoende terug over fairtrade en verantwoorde inkoop. Het opzetten van een klimaatmonitor was voor haar belangrijk, maar zij wees erop dat er al eerder twee rapporten over dat onderwerp verschenen waren en zij vroeg zich af of de uitkomsten daarvan ook meegenomen worden.

Focus

Namens de SGP riep Jacob Biemond vooral op de focus te leggen op grote uitdagingen zoals het beëindigen van het gasgebruik en niet teveel ‘met hagel te schieten’ op kleine zaken. Hij vroeg om meer inzicht in hoeverre de gemeente op weg was met de energietransitie. Ook Johan Langelaar en Tom Kalkman (ChristenUnie) wilden de focus vooral leggen op de energietransitie. Zij wilden meer inzicht in het nuttig rendement van de te investeren gelden, waarbij Kalkman vroeg om de handen ineen te slaan met mijnklimaatpartij, omdat dat de effectiviteit van de inzet ten goede kan komen.

Hennie Castelein (BBR) was blij met de opzet, maar vroeg nog wel om te bekijken hoe het een en ander handzaam gemaakt kon worden. Volgens haar was burgerparticipatie nodig om de doelstellingen te kunnen bereiken en zij was van mening dat een goede monitoring daarbij kan helpen. Dat laatste was ook de mening van VVD’er Kees-Willem van Os, die verder vroeg om een duidelijke koppeling tussen de thema’s ‘landbouw’ en ‘veenweidegebied’. Bij het vasthouden aan 50 procent lokaal eigendom bij alternatieve energieprojecten zag hij nogal wat problemen opdoemen en hij wilde zeker geen extra druk op de agrariërs leggen. 

Van Os zijn oproep om het stuk wat compacter te redigeren werd gesteund door Frits van Dijk (LLBR), die ook opriep om de jeugd erbij te betrekken en niet te veel vast te houden aan jaartallen. Volgens Bas Otting (D66) was het opnemen van een nulmeting bij de monitoring belangrijk, maar hij zag in dit instrumentarium voldoende mogelijkheden voor de raad om aan de knoppen te draaien. Hij vond het wel jammer dat de lokale doelstelling om 55 procent CO2-reductie werd losgelaten.

Energietransitie

Wethouder Jan Leendert van den Heuvel was het met de commissieleden eens dat een goede monitoring erg belangrijk is om de voortgang op dit thema vast te leggen. “Duurzaamheid is een containerbe-

grip,” aldus de wethouder. “We doen best veel op allerlei gebieden, maar mede gezien de beperkte menskracht is nu vooral gekozen voor inzet op de energietransitie, waarbij het ook gewenst is de energiearmoede bij de inwoners goed in kaart te brengen.”

Van den Heuvel wees erop dat al een flink aantal woningen op het gebied van energiebesparing met rijksmiddelen waren aangepakt en dat het de bedoeling is dat aantal uit te breiden tot 1250 woningen. Per woning is een bedrag van 150 tot 170 euro beschikbaar. Hij wees er ook op dat er voor kleine windmolens al beleid was vastgesteld en dat medewerking is gegeven aan biogasinstallaties. 

Het thema ‘zon op het land’ zal volgens hem in een latere fase terug komen. Hij onderstreepte ook dat de gemeente zeker van plan is om als ‘fairtrade gemeente’ verder te gaan en dat bewonersparticipatie heel belangrijk is. Daarbij is het de bedoeling belangengroepen zoals mijnklimaatpartij bij het vervolgtraject te betrekken.

Grote consensus

Nadat in tweede termijn nog een aantal aanvullende vragen naar tevredenheid waren beantwoord, kon commissievoorzitter Remco Tijssen de conclusie trekken dat dit belangrijke stuk als hamerstuk aan de raad kan worden voorgelegd.