
‘Ging ik naar huis, stond ze weer onder de tunnel te wachten’
InterviewREEUWIJK-BRUG - Heel vreemd, het licht van Adries fiets was steeds kapot. Gelukkig werkte er een handige knapperd bij Nic Plomp aan de Straatweg. Die knapperd (Ton) is inmiddels bijna 80 jaar jong, Adrie wordt dat in november. Daarmee heeft hij een vrouw die ‘een stuk jonger’ is. De toon is gezet met de zo typische ‘De Witten-humor’. Aan de tafel voor het raam met uitzicht op winkelcentrum Miereakker zitten Adrie en Ton de Wit-Grootendorst gezellig aan een gebakje ter ere van hun 60-jarig huwelijk.
door Marlien van Leeuwen
Adrie Grootendorst woonde aan de Notaris ‘d Aumerielaan in Reeuwijk, net voorbij ’t Wapen, als oudste dochter uit een gezin van vier kinderen. Ton de Wit werd op het Dorp geboren, de zesde op rij in een kinderschare die uit achttien kinderen had kunnen bestaan. Vier van hen zijn op jonge leeftijd overleden. De rest paste allemaal in één huisje, dat nog steeds aan Kaagjesland 5 staat. Het moet een gezellige boel geweest zijn. Alles kon. En toch, vader en moeder De Wit hadden de wind eronder.
Dun koperdraad
Maar laten we beginnen bij het begin. Die knapperd die het stiekem toch wel leuk vond dat Adries licht steeds kapot was. Ton was 14 jaar toen hij bij Nic Plomp aan de straatweg begon. Een garagebedrijf waar ‘alles wat op de weg reed’ werd gerepareerd. Hij zag heus dat ze haar fietsstuur te haaks draaide, waardoor het dunne koperdraadje wel moest breken. Maar het was een leuk meissie. “Ik denk dat ze elke dag met die fiets kwam. Ging ik naar huis, stond ze weer onder de tunnel te wachten. Ik vond het best,” reageert Ton droog. Adrie vertelt hoe haar moeder de rijstijl van Ton op zijn brommer verwoordde: “Daar gaat die gek weer!” Daaruit blijkt dat Ton ook moeite deed om in de picture te komen.
Natuurlijk mocht Adrie weleens mee achterop die brommer. Het was 1958, dus niemand droeg een helm. Samen met nog een ander stel reden ze op de Notaris d’Aumerielaan. Bij het eerstvolgende bankje zouden ze stoppen. Laat die nou net even eerder komen dan gedacht. Ton ging vol in de remmen. Het volgende moment lag iedereen op het asfalt. Panty’s kapot. Dat wás wat! Want die dingen waren super duur en slecht verkrijgbaar. Gelukkig bleef de relatie heel.
Slimmigheidje
In 1964 moest Ton in militaire dienst. Als getrouwde dienstplichtige verdiende je meer. Bovendien mocht je vrij reizen, had je elk weekend vrij én je kwam in aanmerking voor een huis. Dus trouwden Adrie en Ton voor de wet op 22 januari 1964. Ze konden zelfs kiezen tussen een aantal huizen. Zij kozen er een aan de Erasmusweg, met toen nog uitzicht over de polder zo ver je kijken kon.
Volgens Adrie stelde het trouwen voor de wet niet veel voor: “Je zette je handtekening en het was klaar.” De huwelijksinzegening in de kerk werd in die tijd pas gezien als de toestemming om als man en vrouw samen te gaan. Dus woonde Adrie tot het kerkelijke huwelijk bij haar ouders. Het toegewezen huis, van 25 gulden huur per maand, werd alvast opgeknapt en van hun beider loon van ongeveer 10 gulden per week verzamelden ze huisraad. Adrie: “Ik werkte in de huishouding. Ik begon in de ochtend, at tussen de middag mee en ging na de afwas naar huis. Zaterdag was het grindharken en de ramen lappen en daarna eieren bakken in ‘t Wapen voor de mannen uit de grote stad die op de plassen kwamen vissen. Elke keer kocht ik weer iets voor mijn uitzet bij Burger aan de Straatweg, zij verkochten allerlei linnengoed.”
Groot feest was het in juli van dat jaar bij het trouwfeest voor de kerk. Adrie moest daarvoor wel eerst katholiek worden om in de katholieke kerk op het Dorp te trouwen. Vervolgens was er feest in Zalencentrum De Brug. En feest is écht feest bij de familie De Wit. Hoe leuk het was, verraadt de glimlach die nog steeds op hun beider gezicht tevoorschijn komt bij de herinnering.
Op de koffie
Het was in die tijd gebruikelijk dat je elke zondag even bij je ouders langsging. Ton en Adrie waren daar geen uitzondering op. Ton: “Eerst ’s ochtends naar de ouders van Adrie en daarna naar het Dorp, waar al mijn broers en zussen met aanhang en kleinkinderen kwamen. Mijn vader en moeder vonden het prachtig. Alles ging vanzelf, iedereen deed wat - althans, die meiden. Er stonden glaasjes met sigaretten op tafel, de hele tent stond blauw van de rook.”
Overname
Ton bleef bij het garageverblijf werken en ook Adrie ging er aan de slag. “Nic was een fijne baas,” mijmert Ton. “Toen de man blind werd, heb ik het overgenomen. We hebben er hard gewerkt. Adrie was taxichauffeur, zij zorgde dat alle onderdelen op voorraad bleven. Ze beantwoordde ook de telefoon, die toen nog met een draadje aan de muur vastzat. En ze deed de administratie. Ad Verkaik ging dag en nacht op pad met het bergingsvoertuig. Jos de Jong was verantwoordelijk voor de wasstraat en Aad van den Berg was chef garage. Goeie gasten. En natuurlijk waren er de dames op kantoor, onze Anita, Nel en Annie. Mooie tijd. In 2007 zijn we gestopt met een mooi feest als afscheid.”
Nooit vergeten
Iedereen die Ton en Adrie kent, kent hun kinderen Rob en Anita. Rob heeft twee zonen en werd hovenier. Anita heeft drie zonen gekregen, maar zij ontviel de familie veel te vroeg. Hoe kunnen zulke mooie mensen ons zo snel verlaten? Die vraag stellen Ton en Adrie zich nog elke dag. Elk jaar plaatsen zij ook nog een advertentie voor Anita in de krant.
Het maakt ook hun jubileum moeilijk om te vieren. Want hoe vier je feest, als je weet dat er één niet is? Ton en Adrie proberen er het beste van te maken.
Toch eten
Wat is het geheim van Ton en Adrie? Ton: “Natuurlijk ben je het weleens niet met elkaar eens, maar je moet toch eten, dus dan draaide ik maar weer bij.” Dan blijkt dat Adrie nog altijd zijn brood smeert. “Anders eet hij niet,” maakt Adrie het begrijpelijk. “Nee, dan wacht ik wel,” reageert Ton op zo’n typische De Wit-toon. “Maar ik kan wel een ei koken.” En hij stofzuigt ook en lapt de ramen, waar hij nog schik in heeft ook.
De verhalen zijn met één gebakje nog lang niet opgedroogd. Ze kunnen in ieder geval niet zonder elkaar en dat is vertederend om te zien.
