
‘School is voor deze kinderen het meest voorspelbare in een onvoorspelbare wereld’
InterviewBODEGRAVEN - Op IKC Schatrijk krijgen nieuwkomerskinderen uit de gemeente Bodegraven-Reeuwijk taalonderwijs in het Nederlands. Deze groep heet heel toepasselijk ‘Wereldrijk’.
door Bianca Rozendaal
De leerlingen van de groep Wereldrijk op IKC Schatrijk komen namelijk vanuit landen in de hele wereld. Op dit moment zijn er leerlingen uit Oekraïne, Palestina, Somalië, Turkije, Syrië en Colombia. De meeste kinderen zijn gevlucht voor een oorlog in hun moederland. Een enkeling is om een andere reden in Nederland komen wonen. In totaal bezoeken 32 kinderen Wereldrijk. Er is een middenbouwklas (7 tot en met 9 jaar) en een bovenbouwklas (10 tot en met 12 jaar). Op elke groep werkt een leerkracht samen met twee leerlingbegeleiders. Samen zetten zij zich met hart en ziel in voor deze doelgroep. Rineke Slingerland is coördinator van Wereldrijk en specialist nieuwkomersonderwijs. “School is voor deze kinderen het meest voorspelbare in een onvoorspelbare wereld. Je kunt je eenvoudigweg niet voorstellen wat deze kinderen soms hebben meegemaakt.”
IKC Schatrijk is een Integraal Kindcentrum in Bodegraven-Noord en verzorgt naast basisonderwijs en kinderopvang van Junis al jaren het taalonderwijs aan nieuwkomerskinderen. Maar met de komst van de groep Oekraïense vluchtelingen in onze gemeente is het aantal leerlingen enorm gegroeid. De leerlingen krijgen op Wereldrijk veertig weken taalles. Daarna stromen ze door naar een reguliere klas van IKC Schatrijk of naar een school in de buurt.
Beschermjas
“Voorspelbaarheid van het lesprogramma is heel belangrijk voor deze kinderen,” vertelt Rineke. “Ze komen uit een oorlogssituatie en hebben vaak een oorlogstrauma. Als school ben je echt de beschermjas voor een kind. Dit is de plek waar een kind zich weer veilig kan voelen. Soms lukt het helemaal nog niet om te leren, maar is het al voldoende om hier alleen maar te zijn. Sommige kinderen zijn 9 jaar en hebben nog nooit een schoolgebouw van binnen gezien. Ze hebben soms maanden in asielzoekerscentra gewoond en hebben daar geen les gehad.”
Ook een aantal Oekraïense kinderen is nog nooit naar school geweest. Eerst kregen ze thuisonderwijs door COVID, daarna door de oorlog. “Leskrijgen in een schoolgebouw is voor hen een geheel nieuwe ervaring.”
Luchtalarm
Onvoorspelbare situaties maken deze kinderen angstig, zoals het luchtalarm dat iedere eerste maandag van de maand afgaat. Rineke: “Kinderen vragen dan aan mij hoe ik zeker weet dat dit echt een oefening is.” Sommige kinderen zijn ook bang voor laag overvliegende vliegtuigen. Ze associëren vliegtuigen met bommen en explosies. Of het licht dat automatisch aan en uit gaat in de gymzaal. Dit doet ze denken aan de schuilkelders waar ze vele uren in hebben doorgebracht.
Veel kinderen hebben ook hun familieleden moeten achterlaten in hun thuisland. Rineke: “In Oekraïne en Syrië is er bijvoorbeeld veel meer sprake van een wij-cultuur. Familie is heel belangrijk en oma speelt een veel grotere rol binnen het gezin dan in Nederland. Als oma is achtergebleven in het moederland, is dat voor deze kinderen heel heftig. En soms geldt dat zelfs voor hun eigen vader, die nog aan het vechten is aan het front in Oekraïne.”
Noodopvang
De Oekraïense kinderen zie je ‘s ochtends in een lange sliert door het dorp lopen. Ze komen met de bus uit Reeuwijk, waar ze in de noodopvang wonen. Vanaf het station lopen ze gezamenlijk naar IKC Schatrijk. Rineke: “De noodopvang in Reeuwijk is supergoed georganiseerd. We hebben ook heel goed contact met de locatiemanager. Maar ja, het is geen echt thuis voor de kinderen. Het zijn kantoorunits die zijn ingericht om er tijdelijk te wonen.”
In het begin waren veel Oekraïense gezinnen van plan om weer terug te keren naar hun thuisland. De meeste hebben die hoop al laten varen. Rineke: “De situatie is te uitzichtloos. Voor ons is het nu 2,5 jaar oorlog, maar sommige kinderen komen uit de Krim of de Donbas en daar is al bijna 9 jaar een oorlog met Rusland aan de gang. Een vader zei tegen mij: “Mijn kinderen hebben nog nooit iets anders dan oorlog gekend. Ik kan ze dat niet meer aandoen.”
Ggg-klank
Diana en Rima zijn allebei 12 jaar. Ze zitten naast elkaar in de bovenbouwklas. Diana komt uit Oekraïne en Rima uit Damascus in Syrië. Rima woont sinds oktober in Bodegraven. Daarvoor woonde ze in AZC Zweelo in Drenthe. Ze spreekt redelijk Engels en ook al best wat woorden Nederlands. Ze heeft het naar haar zin op school. Vooral nieuwe woorden leren vindt ze leuk, al vindt ze die ggg-klank maar lastig. ‘Big’ vindt ze het grappigste woord dat ze tot nu toe geleerd heeft. Diana vindt ‘zoek’ en ‘duim’ leuke woorden. Ze speelt graag volleybal bij de noodopvang. Haar oma en opa in Oekraïne mist ze het meest. En haar poes, die heeft ze niet mee kunnen nemen toen ze vertrok. Rineke: “Veel kinderen hebben hun huisdier achter moeten laten. Dat is echt zo verdrietig.”
