De Reeuwijkse brug.
De Reeuwijkse brug. Foto: Kijk op Bodegraven-Reeuwijk

Commissie Ruimte niet eenduidig over maatvoering bruggen

Politiek

BODEGRAVEN-REEUWIJK - De commissie Ruimte boog zich vorige week over een gewijzigd paraplu bestemmingsplan, waarin de afmetingen voor particuliere bruggen wordt vastgelegd. Het plan heeft betrekking op nieuwe en te vervangen bruggen in Reeuwijk-Brug-west en oost die een relatie hebben met bevaarbare sloten.

door Bert Verver

Tegen het ontwerpplan, dat begin dit jaar werd gepubliceerd, waren 24 zienswijzen ingediend. De meeste zienswijzen omvatten een pleidooi om de minimale doorvaartbreedte van 150 centimeter te vergroten en de doorvaarthoogte naar minimaal één meter te brengen in plaats van de voorgestelde 90 centimeter.

Gewijzigd voorstel

Uit het gewijzigde voorstel blijkt, dat het college besloten heeft deels tegemoet te komen aan de ingebrachte zienswijzen. Het betreft echter alleen de doorvaartbreedte, die vergroot zal worden naar minimaal 300 centimeter, ruim voldoende voor de doorvaart van een flinke sloep. De minimale hoogte van 90 centimeter blijft ongewijzigd. Die hoogte wordt gemeten boven het winterpeil van NAP - 2.21 meter. De maatvoering is afgestemd met het Hoogheemraadschap, dat zelf een keurhoogte van 80 centimenter hanteert. 

Het op zich vrij overzichtelijke voorstel leverde in de commissie toch nog enige discussie op. Zo was Henk van der Smit (SGP) van mening dat het beter was om de doorvaarthoogte op 80 centimeter te houden, om te voorkomen dat er een te groot hoogteverschil zou ontstaan met de naastgelegen wegen. Ook pleitte hij er voor de positie van de sloten een plaats te geven in de APV. Hij kreeg bij zijn mening steun van Lisbeth Hertogh (PvdA) die er op wees dat de problemen die er af en toe zijn vaak veroorzaakt worden door boten die zodanig zijn afgemeerd dat de doorvaart wordt belemmerd.

Jan van Rooijen (CDA) betwijfelde of met de voorgestelde hoogte de toegankelijkheid in de toekomst voldoende gewaarborgd zal zijn, maar zijn VVD college Kees-Willem van Os wist eigenlijk al zeker dat dat niet het geval zou zijn en stelde voor de doorvaarthoogte
op 1 meter te brengen.

Toekomstbestendig

Wethouder Dirk-Jan Knol was van mening dat de problemen die er zijn met de doorvaart in de bebouwde omgeving in het algemeen moeilijk te kwalificeren zijn. Volgens hem was de nu voorgestelde maatvoering voldoende toekomstbestendig en zou de eventuele beroepsvaart daarop anticiperen. Hij wilde niet meegaan in de vraag om een grotere hoogte, omdat dat verkeerstechnisch problemen op zou kunnen leveren. Volgens hem was er nu een goede balans gevonden en was een expliciete aanwijzing van de sloten als vaarweg niet nodig.

De raad zal zich vanavond opnieuw over de wijziging buigen en amendementen op het voorstel lijken niet uitgesloten. Na vaststelling door de raad zal het plan opnieuw voor een periode van zes weken ter visie worden gelegd.