José (vooraan) tijdens het roeien.
José (vooraan) tijdens het roeien. Foto: Privé foto

Olympische spelen als deelnemer én toeschouwer

Interview

BODEGRAVEN / PARIJS - Op 26 juli beginnen de Olympische Spelen in Parijs. De medaillekansen voor de roeiers zijn groot. Een mooi moment om met voormalig roeister José van Veen terug te kijken op haar deelname aan de Olympische Spelen van 2016 in Rio de Janeiro. Als roeister in de acht, een roeiboot met acht roeisters plus één stuurvrouw, behaalde zij een zesde plaats. De geboren Bodegraafse startte haar roeicarrière als student bij H.S.R.V. Pelargos en schopte het tot de Spelen, wat ze, achteraf gezien, toch wel een hele mooie prestatie vindt.

door Lisanne van Uunen

De nu 38-jarige Van Veen startte tijdens haar studie Sport Management in Den Haag met roeien door een huisgenoot die haar meenam naar de vereniging. Met haar 1,94 meter wekte ze gelijk interesse. “In de boot heb je baat bij lengte, dus ze zagen al snel potentie,” aldus José. “Ik ben begonnen door de gezelligheid van de vereniging. Gaandeweg merkte ik dat ik aanleg had en zo groeide de motivatie om te kijken hoe ver ik kon komen. Dat bleek heel ver te zijn!”


Van atleet naar A-status

Als kind sportte José bij Sportclub Reeuwijk. “Ik was altijd wel sportief. Atletiek deed ik recreatief, maar zeker wel fanatiek. Ik had daarvoor echter niet het talent dat ik blijkbaar voor roeien wel had.”

Gedurende haar opleiding ontwikkelde zij zich in het roeien. Ze stapte over naar Roeivereniging De Laak en groeide elke seizoen verder. Toen ze klaar was met haar opleiding, had ze zich op sportief vlak ontwikkelt tot topatleet. Ze behaalde de A-status als sportster en ging parttime werken, waardoor ze kon blijven roeien. “Als je eenmaal wedstrijden roeit, verleg je de horizon geleidelijk. Je groeit van NK naar EK. WK en de Olympische Spelen zijn dan een logische vervolgstap. Ik realiseerde me eigenlijk pas dat het niet altijd vanzelfsprekend is, toen we ons niet kwalificeerden voor de Spelen in Tokio.”

Olympisch avontuur van korte duur

In 2016 reisde Team NL ongeveer een week voor het begin van de Spelen af naar Rio. Zo hadden zij voldoende tijd om te wennen aan het tijdsverschil. Omdat de roeiwedstrijden vrij dicht op de openingsceremonie gepland waren, sloeg Van Veen de vlaggenceremonie over. “Achteraf heb ik helemaal niet veel van de overige wedstrijden van de Olympische Spelen meegekregen. Je komt daar met één doel en dat is winnen. Na de eerste heat roeiden we de herkansing en kwamen we toch nog in de finale. Helaas werden we daar zesde. Op dat moment was dat natuurlijk superzuur. Hoewel alle boten wel dichtbij elkaar finishten, was dit niet waar we voor gekomen waren.”

Na haar Olympische wedstrijden in de acht was het feest voor José snel voorbij. “We hebben nog net de Corcovado beklommen en een herenbeachvolleybalwedstrijd van team NL kunnen aanschouwen toen we weer op het vliegtuig naar huis konden.” Van Veen zat op de inmiddels omstreden ‘losersvlucht’, waarbij de verliezende Olympiërs eerder naar huis moesten dan de medaillewinnaars. “Gelukkig is dat nu niet meer zo, er kwam zo namelijk wel een heel abrupt einde aan ons Olympisch avontuur.”


In the picture

Wat de Olympische Spelen voor José anders maakten dan andere (internationale) wedstrijden was het hele mediacircus eromheen. “Als sporter word je daar wel op voorbereid, maar het is tegelijk gek om zo in de picture te staan.” De Olympiërs krijgen allemaal speciale NL-kleding en dat wordt ook in een aparte sessie aan de pers getoond. “Daaraan merk je eigenlijk al wat een happening het is.”

Voor deze aandacht deed ze zelf in ieder geval niet mee. “Nee joh, dat is helemaal niets voor mij. Ik kwam daar om te roeien. Wij waren soms zelf onder de indruk wanneer we beroemde sporters zoals Usain Bolt tegenkwamen in de eetzaal van het Olympisch dorp. Maar tegelijk was ik er me in het Olympisch dorp juist van bewust dat we allemaal gewoon atleten zijn die zich zo goed mogelijk voor willen bereiden.”


Vervolg van de roeiloopbaan

Na de spelen werd José in de acht tweede op het EK in Tsjechië in 2017 en werden de pijlen gericht op de Olympische Spelen van 2020 in Tokio. “Voor mij zou een tweede keer Olympische Spelen het hoogst haalbare zijn geweest. Mijn doel was dit te halen, maar dan in ‘de vier’. Als dit niet zou lukken, dan zou ‘de twee’ of toch weer ‘in de acht’ ook oké zijn. Maar in de vier of de twee had ik gevoelsmatig minder afhankelijkheid van de keuzes van coaches en heb je de race uiteindelijk meer in de hand dan met een team van acht. Zelf was ik wel geselecteerd, maar het lukte ons niet ons te kwalificeren voor de Spelen.”

José had zich voorgenomen na de Spelen in Tokio te stoppen met roeien, maar door het missen van de kwalificatie werd dit moment een paar maanden vervroegd. Ze begon met aftrainen en om toch een doel te behouden liep zij de marathon van Amsterdam. Dat was haar laatste grote sportieve prestatie. Vanuit haar werk draagt ze nu bij aan de sportstimulatie voor jong en oud.


Nu als toeschouwer

José gaat dit jaar ook naar de Olympische Spelen, maar dan als toeschouwer. “Ik ga een weekend naar Parijs met vriendinnen vanuit mijn studententijd. Het is nu zo dichtbij, die kans laat ik niet schieten.” Ze gaan niet per se om naar het roeien te kijken. “Natuurlijk volg ik de prestaties van mijn oud-ploeggenoten, maar er waren helaas alleen nog kaarten bij de start en het gaat uiteindelijk om de finish.” Wel zal ze een aantal wedstrijden bekijken vanuit het TeamNL Huis en bij het wielrennen langs het parcours gaan kijken. “Ik ga nu de sfeer proeven vanaf de andere kant. Misschien zie ik dan nog wel meer dan in Rio.”


Geen roeivereniging aan de Rijn

Inmiddels woont José na een aantal omzwervingen weer in Bodegraven, heel toepasselijk aan de Rijn. Maar het roeien heeft ze achter zich gelaten. “Ik geef weleens een clinic op mijn oude vereniging en dan merk ik dat ik het nog steeds heel leuk vind, maar je zal mij hier niet snel op de Rijn zien roeien.”

Tussen het klussen aan haar huis door loopt ze nog wel hard of stapt ze op de wielrenfiets. “Met sporten zal ik nooit stoppen, maar het is ook wel lekker dat ik de deur uit kan stappen wanneer mij dat uitkomt en er geen strak schema meer is dat ik moet volgen. Ik had het niet willen missen, heb het maximale van mezelf en mijn lijf gevraagd en doe nu andere hele leuke dingen.”

José in het Olympisch dorp in Rio de Janeiro in 2016.