Commissie Ruimte blijft verdeeld over natuurnetwerk Bodegraven-Noord

BODEGRAVEN - De commissie Ruimte boog zich vorige week opnieuw over het bestemmingsplan voor polder Bodegraven Noord om een natuurgebied te maken dat de Nieuwkoopse en de Reeuwijkse Plassen verbindt. Bij een eerdere bespreking in mei waren er nog zoveel vragen dat de behandeling werd uitgesteld tot na de zomerperiode. Ondanks dat het college uitgebreide nieuwe informatie had verstrekt, bleek de commissie nog steeds vol vragen te zitten. Kernthema’s daarbij waren vooral de positie van de boeren in het gebied en de vraag of het afplaggen van grond wel zo’n goed idee is.

door Bert Verver


Het gebied van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is al in de vorige eeuw vastgelegd binnen de landinrichting Bodegraven Noord en is bedoeld voor een verhoging van de biodiversiteit in het agrarische landschap en als ecologische verbindingszone tussen de Nieuwkoopse en Reeuwijkse Plassen. Natuurmonumenten is eigenaar van circa 285 ha van dit gebied en in de toekomst ook verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud. In het inrichtingsplan is circa 45 ha opgenomen als 'af te plaggen gebied' om nat schraalland (blauwgrasland) te laten ontstaan.

In 2017 heeft de gemeente het bestemmingsplan Buitengebied-Noord vastgesteld. In dat plan heeft het college toestemming gekregen om de agrarische bestemming om te zetten in natuur. Bij de verdere uitwerking bleek echter dat de grenzen van het gebied niet overal even logisch waren. Voor het college reden om die grenzen te herzien (in- en uitdeuken van de buitengrens). Een ogenschijnlijk simpel voorstel, dat echter aanleiding gaf om de doelstellingen en uitwerking van het plan opnieuw in de volle breedte weer aan de orde te stellen.


Nieuw beleid

Namens de fractie van LLBR liet Lou Harten in haar eerste commissievergadering een kritisch geluid horen. Zij noemde het afplaggen een handeling waarop nooit meer teruggekomen kon worden. Ze vond de ingrepen ook niet nodig, omdat gebleken is dat de otter de weg tussen Nieuwkoop en Reeuwijk bijvoorbeeld al had gevonden. Zij zette vraagtekens op het gebied van waterkwaliteit en wees ook op de wijziging van inzicht door het nieuwe kabinet op dit beleidsterrein. 

Haar betoog vormde in feite de opmaat voor de inbreng van de fracties van de VVD, BBR, SGP en het CDA. Zo vreesde Kees-Willen van Os (VVD) voor de bestaanszekerheid van de boeren, al gaf hij aan waardering te hebben voor de stappen die zijn gezet om in het gebied tot elkaar te komen. Hij vroeg zich wel af wat de provincie zou doen als het voorstel niet zou worden aangenomen. Hennie Castelein (BBR) maakte zich zorgen om de voedselzekerheid en vroeg zich af of er geen minder ingrijpende scenario’s mogelijk zijn. Het CDA liet bij monde van Ard van Veen weten te vrezen voor onevenredig zware effecten op de bedrijven. Hij miste nog de beantwoording van de vragen die zijn fractie in mei had gesteld. Ook Henk van der Smit (SGP) zette vraagtekens bij het plan. Hij had twijfels over de keuze van de locatie voor botanisch beheer en stelde voor op een niet nader benoemde kansrijke locatie te kijken naar betere mogelijkheden.


Ander geluid

Een heel ander geluid kwam van Bas Otting (D66). Hij stelde dat het eigenlijk om een heel simpele aanpassing van de plangrens ging en dat de discussie onnodig in de breedte werd getrokken. Daardoor polariseerde het debat. Hij kreeg Tom Kalkman (ChristenUnie) aan zijn zijde. "Het gaat om kleine wijzigingen," aldus de spreker, die erop wees dat een onafhankelijke adviescommissie destijds geen onevenredig nadelige effecten had gezien voor de agrarische bedrijven. Bovendien waren er door alle betrokken partijen afspraken gemaakt over de toekomstige inrichting en samenwerking in het beheer. Merel van Dijk (GroenLinks) en Lisbeth Hertogh (PvdA) sloten zich daarbij aan. Zij waren van mening dat de discussie over heel veel zaken ging die geen betrekking hadden op de vraagstelling in het voorgenomen raadsbesluit.


Focus

Ook wethouder Jan Leendert van den Heuvel vroeg de commissieleden zich op het voorstel te focussen. Hij maakte nogmaals duidelijk dat het om een technische wijziging gaat voor een optimalisatie van het plan. Hij wees op de bevoegdheid die het college heeft voor het grootste deel van het gebied, zodat 97 procent van de plannen al in uitvoering kan worden gebracht. Hij wees op de nationale en internationale verplichtingen op het gebied van natuurbeheer en zag voor Bodegraven Noord geen andere koers op dat gebied. De wethouder vreesde dat bij een afwijzing of uitstel van het voorstel het college in een lastige positie zou komen. Hij sprak de verwachting uit dat de provincie sowieso doorgaat met de plannen. In een hernieuwd overleg met de provincie, waar enkele fracties naar vroegen, zag hij weinig heil. Ook was hij geen voorstander van het zoeken naar een locatie elders. Wel zegde hij toe de wijzigingsbevoegdheid pas toe te passen als er een duidelijk planschadeverhaal ligt.

Voorzitter Remco Tijssen zag in de commissie geen meerderheid om dit dossier als hamerstuk naar de raad te sturen. Enkele kritische fracties gaven aan de zaak intern nogmaals te willen bespreken. Daarom werd besloten het onderwerp voor de raad van vanavond wel op de agenda te zetten en op dat moment te beslissen om het wel of niet te behandelen.