Afbeelding

Voorzichtigheid of onnodige zuinigheid?

Het is een oude wijsheid: 'Voorspellen is lastig, vooral als het over de toekomst gaat.' Dat blijkt ook uit de begrotingen van onze gemeente. Kijkend naar de cijfers zien we telkens eenzelfde patroon: in de begroting worden pessimistische verwachtingen geschetst, maar de uiteindelijke resultaten vallen positiever uit.

Neem bijvoorbeeld de begroting van 2022, waar werd aangenomen dat we 157 miljoen euro zouden moeten lenen met slechts 10 miljoen in de reservepot. De realiteit bleek anders: we leenden 10 miljoen minder en de reserves groeiden naar 15 miljoen. Dit patroon heeft zich elk jaar herhaald. Vandaag de dag hebben we nog 'maar' 143 miljoen aan leningen uitstaan en een reserve van 37 miljoen. Ook voor de toekomst zien we een rooskleurig beeld: in 2028 wordt verwacht dat we een reserve van 67 miljoen zullen hebben, met minder dan 128 miljoen aan leningen.

Hoewel dit deels te danken is aan hogere bijdragen van het Rijk en het voorzichtige beleid van het college, rijst de vraag of we niet te voorzichtig zijn. De gemeente heeft de laatste jaren fors gespaard, maar tegen welke prijs? Door dit tempo blijven belangrijke investeringen, zoals het onderhoud van wegen en rioleringen en verduurzaming, achter. Ondertussen loopt de lastendruk voor inwoners en bedrijven onnodig hoog op.

Het is tijd om het beleid te herzien. Er is voldoende ruimte in de begroting om te investeren in de toekomst van onze gemeente, zonder dat de financiƫle gezondheid in gevaar komt. We kunnen het ons veroorloven om het onderhoud op peil te brengen, onze gemeente te verduurzamen en tegelijkertijd de lasten voor inwoners en ondernemers te verlichten. Laten we verstandig omgaan met ons spaargeld, zodat ook toekomstige generaties kunnen profiteren.