Einde in zicht van 143 jaar familie Slappendel in de Tempel en het venten.
Einde in zicht van 143 jaar familie Slappendel in de Tempel en het venten. Foto: Anke Breur

‘Ik krijg eindelijk de tijd om ’s ochtends zelf een eitje te tikken’

Interview

BODEGRAVEN-REEUWIJK - Eén doosje eitjes op het stoepje en twee broccoli, precies zoals op het handgeschreven briefje staat, half wapperend onder het bloempotje vandaan. Het is met zorg bezorgd door de uiterst vriendelijke groenteboer Henk Slappendel (78) met zijn ventwagen. Dit nostalgische beeld in de Tempel en omgeving Bodegraven-Reeuwijk zal binnen twee weken verdwijnen. Henk hangt zijn stofjas aan de haak.

door Anke Breur

Eerder dit jaar berichtte deze krant over het mooie werk van deze groenteboer en de sociale functie die het met zich meebrengt (scan de QR-code voor dat interview). Het plezier in zijn werk straalt van Henks gezicht, maar nu is het einde in zicht van ruim 60 jaar venten.

Een kilo peen voor 17 cent 

Als jong knaapje al verkocht Henk samen met zijn tweelingbroer sinaasappels op de fiets uit school en ging hij mee met vader met paard en wagen, de ‘Brik’. Het was de tijd dat een kilo peen 17 cent kostte. Tenminste, bij de ene groenteman, want de ander in Bodegraven concurreerde met 16 cent per kilo. Meneer Slappendel had geen winkel. In de tijd van nu zou dat gepromoot worden als zijn ‘unique selling point’: geen verkoop vanuit een groentezaak, maar huis aan huis vanuit de ventwagen.

De voorouders van Henk Slappendel woonden 143 jaar geleden al op de plek waar hij nu woont en ook geboren is, in de Tempel in Reeuwijk. Op 17 maart 1881 verhuisden zijn overgrootouders van Zevenhuizen naar de Tempel. Door een dijkdoorbraak van de dijk die Middelburg en de Tempel gescheiden hield, was er een einde gekomen aan de turfwinning. Het herstellen van de dijk was kostbaar, dus werd besloten de Tempelpolder droog te zetten. Steven Slappendel was een van de bewoners die er al woonde voordat de boeren zich in de nieuwe polder vestigden. Hij kweekte zomers groente en verkocht ze in Gouda door met een kleine schouw door het smalle slootje te varen achter de bebouwing van de Schinkeldijk naar de Ringdijk. Hij sjouwde zijn kisten tegen de dijk op om deze met een andere schouw verder te vervoeren naar Gouda, waar gezinnen het konden kopen en wecken.

Het leven van de familie Slappendel was nauw verbonden met dat van een andere lokale familie: Van der Smit. Het geloof bracht Jan van der Smit en Steven Slappendel samen. Hun zoons Pieter van der Smit en Hannes Slappendel werden dikke vrienden. Toch scheidden al jong hun wegen. Hannes zette het venten van groenten voort in Gouda en ook in Bodegraven. Het bedrijf Slappendel groeide uit tot een echt familiebedrijf, waarvan meerdere gezinnen leefden. Ook Hannes zoon Driekus zette het venten als groenteboer voort. Eén knipoog was het begin van de hereniging van de familie van der Smit en Slappendel, want Driekus trouwde met een kleindochter van Jan van der Smit, Hendrika Konijn. Driekus en (Hen)drieka kregen een tweeling: Hans en Henk Slappendel.

Stuk nostalgie verdwijnt

Het venten is Henk en zijn broer dus al met de paplepel in gegoten. Wanneer je tijdens het lezen van deze krant even opkijkt uit het raam, kun je groenteboer Henk Slappendel nog voorbij zien gaan met zijn witte ventwagen. Nog even, want op de laatste dag van dit jaar vindt zijn laatste rit plaats. Het einde van bijna 150 jaar een ventende familie Slappendel in de Tempel. Zijn ventwagen wordt aan het einde van die dag meteen opgepikt door een koper, voor een ander doel.

Enkele dagen erna verhuizen Henk en zijn vrouw naar Barneveld, vlak bij hun dochter die hen dan vanuit haar ‘kippenboerderij’ van de verse eitjes kan voorzien die ze zelf niet meer rondbrengen. Henk is door het venten erg veel op pad en zijn vrouw behoeft medisch gezien wat meer zorg. Samen gaan zij hun nieuwe routine vinden. In zijn woorden “We kunnen eens rustig bekijken welk vrijwilligerswerk daar te doen is” horen we dat geheel stilzitten een te grote overgang is voor de olijke groenteboer.

Letterlijk een warm welkom

Heeft Henk in al die 60 jaar venten altijd een warm welkom ervaren bij klanten? Met een vragende blik richting zijn vrouw wacht hij op een goedkeurende knik. Licht twijfelend vertelt hij een ervaring van een aantal jaar geleden die hen nog in geuren en kleuren bijstaat. Met de bestelde penen onder zijn arm nam hij de hoge afstap uit zijn ventwagen en liep hij het erf op van een lokale boer. De boer, die net was gestart met zijn mest uitrijden op het land, stopt dit gieren meteen om de groenteboer even netjes te ontvangen. Deze goede bedoeling nam een andere wending door de hendel van de giertank de verkeerde kant op te zetten.

Met verstijfde blik zat Henk in enkele seconden van top tot peen onder de mest. Aan het gezicht van de boer was meteen af te lezen dat dit zeker geen opzet was en Henk droop - nog met de penen onder zijn arm - af naar huis.

‘Wees vriendelijk voor elkaar’

Verandering kan goed zijn, verfrissend, maar verandering in zo’n nostalgische geschiedenis doet zeer in de Tempel. Klanten vinden het vertrek ronduit schokkend. Groenteboer Slappendel biedt naast primaire levensbehoeften ook een luisterend oor en veel vrolijkheid op de dag. Reacties als “Wat moet ik nou?” en “Is er een vervanger, anders kun je toch niet stoppen?” komen voorbij na het bericht van Henks vertrek. Hij legt uit dat dit werk onvervangbaar is: “Ik kom vaak al meer dan 50 jaar aan dezelfde deuren. De klanten verwachtten niet alleen een zak aardappelen en een doosje eieren, maar ook mij.”

Henk is zelf (nog) vrij nuchter over zijn vertrek: “Ik krijg nu eindelijk tijd om ‘s ochtends zelf eens een eitje te tikken samen met mijn vrouw aan het ontbijt.” Met de wens “Wees vriendelijk voor elkaar” voor de achterblijvers hangt groenteboer Slappendel zijn blauwe stofjas definitief aan de haak.

De stofjas van groenteboer Slappendel gaat voorgoed aan de haak.
Henk Slappendel en zijn vrouw vertrekken dit jaar nog uit de Tempel.