Henk en MaryLynne van de Wind voorzien zware tijden.
Henk en MaryLynne van de Wind voorzien zware tijden. Foto: Ans van Heck

Agrariërs in de knel door falend overheidsbeleid

Interview

NIEUWERBRUG - De boerenprotesten van de afgelopen jaren zullen niemand zijn ontgaan. Nederlandse veehouders hadden jarenlang een uitzonderingspositie in de EU, waardoor ze meer mest mochten uitrijden. Aan deze uitzonderingspositie komt binnenkort een einde. Te veel mest belast de natuur. Hoewel het kabinet in de EU ijvert voor een nieuwe uitzonderingspositie voor Nederland, legt de huidige minister van Landbouw Femke Wiersma ook de verantwoordelijkheid bij de veehouders door te stellen dat zij zelf een afweging moeten maken. Een zeer ingrijpende beslissing voor de direct betrokkenen, zoals melkveehouders Henk en MaryLynne van der Wind uit Nieuwerbrug.

door Ans van Heck

Henk en MaryLynne van der Wind hebben een melkveehouderij in Nieuwerbrug. De boerderij is al enkele generaties in de familie. Henk en MaryLynne runnen samen het bedrijf en ook hun drie kinderen helpen vaak mee. Hun jongste dochter is het meest enthousiast. MaryLynne: “Zij wil graag boer worden en gaat na de middelbare school een agrarische opleiding doen. Dat geeft ook iets positiefs aan ons verhaal, we doen het namelijk ergens voor.”

Precies afgestemd

Henk: “Wij hebben in 2009 de boerderij van mijn ouders overgenomen. Tussen 2009 en 2015 hebben we de stal verbouwd en een nieuwe melkput gemaakt. We hebben ons bedrijf zo opgezet dat het goed in balans is qua voer en het plaatsen van de mest op het land. De grasproductie is afgestemd op het aantal koeien: tachtig melkkoeien op 40 hectare.”

Anno 2024 is het beleid van de Nederlandse overheid echter gericht op minder dierlijke mest op het land en daarom moeten veehouders hun veestapel inkrimpen. Wat betekent dit voor Henk en MaryLynne? Henk: “We zitten nu in het tweede jaar daarvan. De hoeveelheid mest die we op het land mogen brengen wordt stapsgewijs afgebouwd. Volgend jaar is de laatste stap. Dat betekent voor ons óf dertig koeien minder, óf de mest van dertig koeien moet van het bedrijf worden afgevoerd. Dat is de keuze die moet worden gemaakt. Waarschijnlijk wordt het een beetje van allebei, maar het gaat sowieso financieel pijn doen.”

MaryLynne: “We hadden het zo goed voor elkaar. We hebben een mooi bedrijf opgebouwd, genoeg land achter ons erf voor veevoer in de winter en we konden alle mest op ons eigen land kwijt. Nu wordt het financieel niet meer haalbaar omdat we moeten betalen voor het afvoeren van mest en het terugkopen van kunstmest. Onze kosten gaan dus omhoog. We snappen het niet, het is niet logisch.”

Modellen en praktijk

Kan het iets te maken hebben met een verschil in de chemische samenstelling van kunstmest en dierlijke mest? Henk: “Nee, zelfs dat is niet zo. Ons vermoeden is dat het beleid van vee-reductie dat door vorige kabinetten is ingezet, puur als sanering wordt gecontinueerd. De gedachte was dat minder vee goed zou zijn voor het milieu en het klimaat, en op deze manier kun je dat doen. De consequentie hiervan is dat de hele opzet van ons bedrijf, ook met het oog op de opvolging, nu de das wordt omgedaan. Onder deze condities blijft er namelijk geen levensvatbaar bedrijf over.”

MaryLynne: “Er zijn veel verschillende onderzoeken geweest en die spreken elkaar vaak tegen.” Henk vult aan: “Onderzoek in Frankrijk heeft aangetoond dat de hoeveelheid mest die koeien daar produceren veel lager is dan in Nederland. Rara, hoe kan dat? Het antwoord is dat er geen Europese standaard is. Nationale overheden mogen zelf hun normen bepalen waaraan ‘Brussel’ ons houdt. Onze normen zijn anders en daarmee doen we onze eigen bedrijven de das om.”

Eenzelfde verhaal geldt volgens Henk voor de hoeveel stikstofneerslag en voor de waterkwaliteit. “Een rivier die zowel door Nederland als België loopt, kan volgens Brussel een goede waterkwaliteit hebben in België, maar het Nederlandse deel een slechte. Niet omdat er werkelijk een verschil is, maar omdat Brussel meet met maten en cijfers die de Nederlandse overheid zelf heeft aangedragen. Nu worden er rechtszaken tegen de Nederlandse staat aangespannen omdat Nederland zich niet aan haar eigen doelen houdt.”

Één standaard tussen de verschillen

Nederland is natuurlijk wel een land dat een hoge agrarische productie heeft, waarvan een groot deel ook voor de export is bedoeld, met alle gevolgen van dien. Henk: “Ik kan alleen spreken over de melkveehouderij, en qua export heb je het dan eigenlijk vooral over kaas (maar ook over boter en melkpoeder, red.). Het Nederlandse klimaat en de bodem zorgen ervoor dat we heel veel keren per jaar kunnen maaien omdat het gras zo hard groeit. Dat is in andere Europese landen wel anders, maar daar mogen ze toch evenveel mest per hectare uitrijden als wij. Daar is dan weer wel één Europese standaard voor, terwijl de regionale omstandigheden qua bodem en klimaat overal anders zijn.”

In het huidige overheidsbeleid worden zowel akkerbouwers als veehouders over één kam geschoren. Die logica is voor veehouders moeilijk te begrijpen en dat vergroot de frustratie onder boeren enorm. Henk: “Er wordt van alles geroepen, zowel door de media als door de overheid, maar vaak zonder feitelijke kennis. Maar er wordt nu wel gemeenschapsgeld gebruikt om een deel van de Nederlandse economie om zeep te helpen.”

Wat betekent dit nu voor jullie? Henk: “Met vijftig koeien hebben wij geen volwaardig bedrijf meer. Wij hebben nog steeds de hoop dat het goed komt. Het huidige kabinet staat er anders in en is van goede wil. Maar voorlopig zit Nederland nog vast aan afspraken die in het verleden zijn gemaakt. Als de huidige regering erin slaagt de juiste gegevens aan te dragen in Brussel, dan verwacht ik dat het wel goed komt.”

Hoop

Wat doet deze onzekerheid met jullie, want dit is een zeer complex probleem dat niet snel is opgelost. MaryLynne: “Tot een jaar of vijf geleden was er niets aan de hand. Sindsdien is er veel veranderd: veel regels, papierwerk, fosfaatrechten, mestproblematiek, enz. Dat geeft veel frustratie. Je merkt dat de samenleving meer gespannen is. Wij proberen zoveel mogelijk te genieten van de dag, van de kinderen, wij zijn gezegend met wat wij hebben. Ons geloof is belangrijk, dat geeft ons hoop.”