Hier had kruidenier Zwijnenburg in de Meije zijn winkeltje. Foto: archief
Hier had kruidenier Zwijnenburg in de Meije zijn winkeltje. Foto: archief Foto: archief

Ook handelsondernemingen in de dorpen Bodegraven, Reeuwijk en de Meije

Historie Verhalen uit het archief

In het vorige Verhaal uit het Archief zijn de namen genoemd van de vele handelaren die zo’n 100 jaar geleden te vinden waren in Bodegraven. In deze editie gaan we verder met handelaren in Bodegraven, Reeuwijk en de Meije.

door Cock Karssen

Muziekinstrumenten

D. Boot begon in 1927 zijn handel met een werkplaats voor reparatie van orgels en piano’s in de Kerkstraat in Bodegraven. In de jaren 60 opende hij daarnaast een grote showroom in de Brugstraat, nu is restaurant Anders daar gevestigd.

Jacob Vreeken startte in 1923 aan de Overtocht met muziekinstrumenten voor de huiskamer. Naast de verkoop van instrumenten en muziekstukken bood hij zijn diensten aan als orgelleraar. Ook reviseerde hij bij klanten aan huis de instrumenten. Het was geen vetpot en Vreeken ontdekte al snel het belang van reclame maken. Hij durfde in datzelfde jaar een groter pand aan de Prins Hendrikstraat te betrekken. Hij begon harmoniums uit Duitsland te importeren en bereisde het hele land per trein om zijn handel aan de man te brengen. 

De oorlogsjaren gooiden roet in het eten, en na deze periode kostte het veel moeite om de draad weer op te pakken. Drie zoons kwamen vader assisteren en het bedrijf kwam weer in de lift. Ook zijn er in Waddinxveen meubelfabrieken overgenomen voor de productie van de orgelkasten. Het bedrijf exporteerde naar zestig landen en produceerde rond 1970 20.000 orgels per jaar. In de fabrieken werkten 375 werknemers.

Reeuwijkse handeleren

In Reeuwijk handelden Vermeulen en Verkleij in groenten en fruit, N.J. van Leeuwen in land en tuinbouw benodigdheden, Bontenbal en Groenendijk in brandstoffen, Van Roon in olie, De Hoog in auto’s en Van der Heijden en Verkerk hielden zich bezig met de fouragehandel. Theo Verkleij handelde in zand en grint.

In Sluipwijk was Gerrit Verweij actief in de brandstoffenhandel en hielden de gebroeders Van der Starre zich vooral bezig met de vis en wildhandel. Dit bedrijf, dat al bestond in de 19e eeuw, had vele jaren een enorme ijstoren op haar terrein staan, waar vis voor de zomerperiode koel werd gehouden.

Over kaashandel Vergeer, die een prominente plaats inneemt in Reeuwijk-Dorp, zal in een later verhaal nog aan bod komen.

Vele beroepen in de Meije

In onze tijd is in de Meije bijna geen kleine zelfstandige middenstander meer te vinden, maar in de vorige eeuw, zeker de periode voor 1950, was dat heel anders. Zo waren er in de Meije wel tien kruideniers, waarvan sommigen ook in brandstof handelden: G. v.d. Berg, J. van Dam, B. de Lange, Pauelse, G. Roos, P. Straver, A. Smit, J. Vörrer, De Wit en Zwijnenburg (zie foto). Daarnaast was er een grote variatie van allerlei beroepen, waarbij sommigen speciaal verwant waren aan het boerenbedrijf.

Er waren twee smeden, M. Voorn en P. Francken, wagenmaker A. de Graaf en vijf zaakjes die timmerwerk verrichten: F. Bekker, Gebroeders Haring, C. Erveld, L. Hoosbeek en de gebroeders Mulder. H. van der Werf was naast schoenmaker ook zadelmaker en Heemskerk schilderde niet alleen huizen, maar ook wagens en rijtuigen. Sommige bedrijfjes waren weer gespecialiseerd in de slacht, zoals A. Verboom en C. Voordouw, die ook veeverloskundige was.

J. Verdauw was berenboer (mannetjesvarkens), terwijl K. de Koning varkenshandelaar, A. Verbree veehandelaar en J. Domburg in kleinvee handelde. Anderen waren gespecialiseerd in het vervoer van vee, zoals Piet van Dam en G. de Wit. Die laatste vervoerde het vee per schuit. Jan de Balvert was beurtschipper en J. van Leeuwen en H. Griffioen hielden er een bodedienst op na. J. Heemskerk begon ook met een bodedienst, maar ging later met een echte bus over op personenvervoer.

Naast de vele kruideniers was er groentehandelaar A. Heemskerk en voor het brood zorgde Janmaat en later bakker Van der Poel. G. Pijnacker was gespecialiseerd in brandstof en fouragehandel, J. Twaalfhoven in metselwerk, J. Muis was kleermaker en L. Terlouw had een brei-inrichting. Zover bekend was er maar één beroepsvisser in de Meije, namelijk Muijt, die daarnaast ook mollenvanger was.