
100 jaar De Goudse Verzekeringen
‘Mijn grootvader begon met een pak en hoge hoed’
REEUWIJK - Verzekeringsmaatschappij De Goudse vierde in 2024 het 100-jarig bestaan. Een prachtige mijlpaal voor Nederlands grootste verzekeringsmaatschappij die voor 100 procent particulier bezit is. Wij spraken de Reeuwijkse bestuursvoorzitter Geert Bouwmeester.
door Elly de Knikker
Op een van de laatste dagen van 2024 blikt Geert Bouwmeester terug op het ontstaan en het jubileum van De Goudse. “Ik ben me ervan bewust dat het bijzonder is om als familie een verzekeringsmaatschappij van deze omvang te bezitten. Er zijn er nog wel een paar, maar die zijn een stuk kleiner dan ons bedrijf. Aan de andere kant ben ik er gewoon mee opgegroeid, dus in zekere zin is het voor mij normaal. Thuis spraken we vaak over De Goudse, en over verzekeringen en ondernemen in het algemeen.”
Dat thuis bevond zich in het Reeuwijkse plassengebied - en nog steeds. De bestuursvoorzitter heeft het ouderlijk huis gekocht toen zijn ouders naar een appartement verhuisden. Regelmatig fietst hij tussen de plassen door naar het kantoor in de Goudse binnenstad. “Nou ja, niet als het regent of als ik afspraken elders heb natuurlijk,” lacht Geert. “Wij wonen met veel plezier in Reeuwijk, je kunt er prima boodschappen doen en er is leuke horeca. Ik geniet ervan en hopelijk doen anderen dat ook.”
We zijn niet aan het gokken. We verzekeren dat wat we niet zelf kunnen dragen. Want, verzekeren is altijd duurder
1924
100 jaar geleden startte grootvader Geert met wat later zou uitgroeien tot De Goudse. “Hij werkte bij een verzekeraar en verkocht ziektekostenverzekeringen in Schoonhoven. Op een gegeven moment ontstond bij hem het plan om de verzekeringen ook in de regio te verkopen. Zijn werkgever zag daar niks in. ‘Dan ga ik het zelf doen’, dacht hij. Met van zijn vader geleend geld is hij met een vriend, meneer De Jong, gestart in Gouda.”
Geert schetst het beeld van een ondernemende jongeman die precies wist wat hij deed. “Met zijn 22e was hij natuurlijk jong en mensen moesten wel vertrouwen in je hebben. Dus hij maakte meteen een soort Raad van Advies en hij betrok de notabelen van Gouda bij zijn bedrijf.” Een mooi pak en een hoge hoed maakte het plaatje af.
16 jaar na de oprichting had hij 250.000 polissen verkocht en op de fiets rondgebracht. Zijn klanten waren vooral armen die zich met centen en dubbeltjes verzekerden tegen een ziekenhuisopname. Toen in 1941 het ziekenfondsbesluit werd genomen, raakte hij in één dag 130.000 van de verzekerden kwijt. “Dat voorzag hij echter al,” blikt Geert terug. “Hij voelde aan dat de overheid steeds meer grip zou willen hebben op de ziektekostenverzekeringen.” Er kwamen dus allerlei andere verzekeringen bij. “Vanaf dat moment zijn we dus eigenlijk een heel breed bedrijf. Mijn vader kwam in het bedrijf toen het 40 jaar bestond en heeft het vervolgens enorm uitgebouwd, ook met internationale activiteiten en een eigen assurantie-advieskantoor.” De verzekeraar kocht en verkocht diverse kantoren en divisies. In 1997 ging vader Ad met pensioen en was er niemand van de familie werkzaam in het bedrijf. Tot Geert in 2005 weer aan boord kwam.
Het was geen uitgemaakte zaak dat hij in dienst zou treden bij De Goudse of überhaupt ‘in de verzekeringen’ zou gaan werken. Toch gebeurde dat wel. “Bij het afstuderen werd mijn aandacht getrokken door de richting Verzekeringseconomie. Dat ging me heel goed af en ik vond het heel erg leuk. Na twee jaar in Londen te hebben gewerkt, heb ik het vak echt geleerd bij diverse verzekeraars in Nederland. In 2005 ben ik in dienst gekomen bij De Goudse, de laatste acht jaar ben ik voorzitter van het bestuur.”
Aandelen
Op dit moment telt de verzekeraar achttien aandeelhouders, allemaal familie. “Er zijn nog twee aandeelhouders van de tweede generatie Bouwmeester, dat zijn mijn vader en mijn tante. Vijf aandeelhouders zijn van de derde generatie, twee neven, mijn broer, zus en ik. Elf aandeelhouders zijn van de vierde generatie; de kinderen van de derde generatie aandeelhouders. De meesten van hen zijn begin 20 en bezitten één certificaat. Dan ben je voor een heel klein stukje eigenaar, voor 0,02 procent of zo. Maar je zit wél bij alle vergaderingen en krijgt alle stukken. Zo leert de jonge generatie het bedrijf goed kennen en leren ze wat de verantwoordelijkheden zijn die horen bij een certificaathouder. Zo’n vier of vijf keer per jaar praten we iedereen bij over hoe het gaat met het bedrijf en wat de strategie is. Als zij daar wat van vinden, dan luisteren wij natuurlijk ook.”
Een certificaat in een verzekeringsmaatschappij vertegenwoordigt een waanzinnige waarde, maar je kunt het niet uitgeven. “Het geld moet in het bedrijf blijven, want anders kun je geen verzekeraar zijn. Je moet kapitaal in reserve houden om uit te keren wanneer dat nodig is.” Met een voorbeeld legt Geert uit wat hij bedoelt. “Stel dat wij een huis hebben verzekerd van 2 miljoen euro en dat huis brandt af. Dan moeten wij 2 miljoen betalen. Dat hebben we niet. Gelukkig hebben wij 1,5 miljoen van de 2 die we nodig hebben, bij andere verzekeraars herverzekerd. Dat betekent wél dat we 0,5 miljoen zelf moeten betalen uit onze reserve.” Hij lacht. “En dan hopen we natuurlijk dat de bij ons verzekerde huizen niet allemaal tegelijk in de brand gaan.”
Risico’s
Ook een verzekeraar verzekert zich dus. Geert: “Veel mensen denken dat verzekeren het nemen van risico is, maar dat is het niet. Verzekeren gaat over het verdelen van risico’s. Dat geldt voor ons net zo goed als voor het mkb of voor een particulier. We zijn niet aan het gokken. We verzekeren dat wat we niet zelf kunnen dragen. Want, verzekeren is altijd duurder dan zelf het risico dragen.”
De Goudse richt zich op de zakelijke markt en werkt uitsluitend met advieskantoren als tussenpersoon. Dat is een bewuste keuze. “Wij vinden een goed advies erg belangrijk. Je moet een balans vinden tussen voorkomen van financiële schade, het zelf dragen of verzekeren. Een adviseur die zijn zijn werk goed doet, helpt daarbij. Wij proberen de kwalitatief goede adviseurs aan ons te binden en daar intensief zaken mee te doen.” De ambitie van de Goudse verzekeraar ligt niet zozeer in groei “al is enige groei noodzakelijk om de kosten op te kunnen vangen”, maar in een hoge klanttevredenheid. “Dan komt de groei ook wel goed. Onderaan de streep blijft er uiteindelijk wat over wat dan winst heet.”