Natuurontwikkeling Bodegraven-noord kan van start gaan. Raad stemt in met wijziging bestemmingsplan

Eindelijk kan natuurontwikkeling Bodegraven Noord van start

BODEGRAVEN - De gemeenteraad van Bodegraven-Reeuwijk is in haar laatste vergadering van 2024 eindelijk akkoord gegaan met de aanpassing van de begrenzing van de gronden die zijn bestemd voor het natuurgebied in de polders ten noorden van Bodegraven. De beslissing over die begrenzing, die in feite slechts een bescheiden aanpassing van het al eerder vastgestelde bestemmingsplan omvatte, was in het afgelopen jaar al een aantal keren uitgesteld omdat de discussie zich verbreedde tot de al vastgelegde inrichting van het gebied. Vooral het plaggen van enkele tientallen hectaren weidegrond riep bij een aantal fracties tegenstand op, omdat dat een belemmering zou zijn voor het medegebruik door agrariërs.

door Bert Verver


Verantwoordelijk wethouder Jan Leendert van den Heuvel werd deze herfst door de lokale politici al tweemaal op pad gestuurd naar de provincie en de Stuurgroep Veenweiden Gouwe-Wiericke om te proberen de plannen nog aangepast te krijgen. De eerste maal om te kijken of er voor het plaggen een alternatieve locatie gevonden kon worden buiten het gebied en in de afgelopen maand of de provincie bereid zou zijn de boeren meer zekerheid te geven over het gebruik van 75 ha provinciale grond in het gebied. Beide malen moest de wethouder de raad laten weten dat alle pogingen gestrand waren. Daarbij had de provincie duidelijk gemaakt te overwegen om in te grijpen in de besluitvorming als de raad dit jaar geen positief besluit meer zou nemen, omdat verder uitstel onverantwoord zou zijn.

Drie moties

Tijdens de behandeling in de raad, die plaatsvond onder toeziend oog van heel veel agrariërs uit Bodegraven Noord, bleek al snel dat de eerder ingenomen standpunten van de fracties nauwelijks veranderd waren. De fracties van de PvdA, GroenLinks, ChristenUnie en D66 bleven het voorstel steunen, de overige fracties waren eigenlijk tegen. Maar de fracties van de VVD, de SGP en het CDA telden hun knopen en gingen overstag, omdat zij inzagen dat de gemeente de regie kwijt zou raken als het voorstel zou worden afgewezen. Om hun ongenoegen over de gang van zaken kenbaar te maken dienden de SGP, BBR, CDA en LLBR echter een drietal moties in.


De eerste ‘motie van treurnis’, die werd toegelicht door Hennie Castelein van BBR, had volgens haar betrekking op wat in het gebied ging gebeuren en niet op mensen. Zij onderstreepte dat door haar waardering uit te spreken voor de inspanningen die de wethouder had gedaan om de provincie en de stuurgroep op andere gedachten te brengen. De tweede motie werd gepresenteerd door Lou Harten (LLBR) en riep onder andere op de bestaande agrarische structuur als uitgangspunt te nemen bij natuurontwikkeling en uiterst terughoudend te zijn met de herbestemming van landbouwgrond. Bij de derde motie vroeg CDA’er Jan van Rooijen zich af of met de kennis van nu hetzelfde besluit genomen zou zijn als bij de vaststelling van het plan 7 jaar geleden. In de motie werd onder andere opgeroepen in de toekomst geen toestemming meer te geven voor afplaggen, in welke vorm dan ook.


Tot slot sprak de vierde indiener Henk van der Smit (SGP) zijn teleurstelling uit over het feit dat er niet opnieuw gesproken kon worden over de inrichting en over het gegeven dat het niet zomaar mogelijk zal zijn de 75 ha provinciale grond te verkopen aan de agrariërs in het gebied.


Bewijsbare onjuistheden

De voorstanders van het plan deelden voor een groot deel de zorgen die leven in de agrarische sector, maar Merel van Dijk (GroenLinks) vond dat de discussie te breed was gevoerd en nam het op voor de positie van de provincie en terreineigenaar Natuurmonumenten in het proces. Ze kreeg daarbij steun van Monique Jonker (PvdA) en Bas Otting (D66). Die laatste fileerde de ingediende moties en wees erop dat die deels gebaseerd waren op verkeerde aannames en bewijsbare onjuistheden, onder andere de stelling dat het plaggen CO2-uitstoot zou veroorzaken. Ook Johan Langelaar (ChristenUnie) was geschrokken van de drie moties met onjuiste stellingen en steunde volmondig de maatregelen voor de verbetering van de biodiversiteit.


Beperkte ruimte

Wethouder Jan Leendert van den Heuvel gaf in zijn reactie aan dat de beweegruimte in het plan uiterst beperkt was door de lange voorgeschiedenis. Hij hoopte dat de 75 ha provinciale gronden nog een oplossing zouden kunnen betekenen bij de gebiedsvisie Nieuwkoop, dat grenst aan de Meije. Hij wees er verder op dat Natuurmonumenten in het verleden ook al flinke concessies heeft gedaan bij de planvorming.

In het algemeen kon hij wel leven met de ingediende moties, waarbij hij beloofde de betrokkenheid van agrariërs bij natuurontwikkeling zeker mee te nemen bij eventuele verdere plannen. Zoals te verwachten was, werden de drie ingediende moties met alleen de tegenstemmen van de ChristenUnie, GroenLinks, PvdA en D66 aangenomen.


Eindelijk beginnen

Het raadsvoorstel voor de plan aanpassing kreeg uiteindelijk een ruime meerderheid. Dit tot tevredenheid van de vertegenwoordigster van Natuurmonumenten op de publieke tribune, die verzuchtte dat nu eindelijk met de inrichting begonnen kon worden en er met alle partijen weer vooruitgekeken kon worden. Alleen de fractie van BBR en LLBR hadden nog moeite met de aanpassing en stemden tegen.