
Café De Halve Maan en de buurtschap Meije
MEIJE - Halverwege Meije ligt café De Halve Maan, een historische plek in een eveneens historische omgeving. Daarom eerst een stukje geschiedenis van deze streek.
Meije is van oudsher een waddengebied geweest dat later begroeid werd met moerasbos. Vervolgens vormde zich een metersdikke veenlaag op de zeeklei. De oude naam Miland betekent broek- land: drassig land. Ook zou een afsplitsing van de Oude Rijn, de Linschotenstroom, door het gebied hebben gelopen. Deze liet op sommige plaatsen flinke kleilagen achter, zoals bij de watertoren, waar een metersdikke kleilaag te vinden is. De Meije zelf is waarschijnlijk een restant van deze rivier.
Geïsoleerd
Omdat de weg heel lang onverhard bleef, was de buurtschap tot de jaren twintig van de vorige eeuw moeilijk bereikbaar. Het achterste gedeelte, ‘het achterend’, werd pas na 1950 beter ontsloten. Bovendien was die weg stikdonker. Daarom hielden bewoners de zogenoemde ‘buuravonden’: bijeenkomsten in de winter, alleen bij volle maan. In de huizen gebruikte men petroleum, gas en carbid voor verlichting. Voor koken gebruikte men hout, turf en eierkolen. Het ‘voorend’ kreeg in 1927 elektriciteit en in 1931 waterleiding. Tot die tijd werd water uit sloten of de Meije gehaald, of men had pompwater. Achter bij De Kooy kreeg men deze voorzieningen pas in 1958. Tot 1952 was er slechts één telefoonaansluiting in het hele Meije-gebied, en wel bij café De Halve Maan.
Door dit isolement waren bewoners sterk op elkaar aangewezen. Er ontstonden allerlei vormen van burenhulp. Bij sterfgevallen verzorgden de buren de begrafenis: zij zeiden het overlijden aan in de buurt, zorgden voor de kist en droegen die naar de begraafplaats. Dit noemde men ‘van de buren begraven’. Ook bij geboorte, ziekte, brand of hooibroei hielpen buren elkaar. Als men dacht dat een baby op komst was, werd eerst de buurvrouw gewaarschuwd. Zij bood hulp in het gezin, terwijl de man per fiets of tentwagen naar De Halve Maan spoedde om de dokter in het dorp te waarschuwen.
De Halve Maan
Het café bevindt zich sinds 1888 op de grens van de Bodegraafse en Zegveldse Meije. Het werd gebouwd voor Cees Hellingerwerf en groeide uit tot een belangrijke pleisterplaats voor bewoners en reizigers in dit landelijke gebied. Op zondagen na de kerk was het er druk: mannen namen een borreltje, vrouwen koffie.
Omdat Meije geen verenigingslokaal had, werden klaslokalen van de christelijke scholen vaak als vergaderruimte gebruikt. Het café zelf was een belangrijke ontmoetingsplek voor de buurt. Bovendien vervulde het door de enige telefoonverbinding in de streek een cruciale functie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte het verzet veelvuldig gebruik van die telefoon om te waarschuwen wanneer er Duitsers Meije introkken. Waard Michielse zorgde er dan voor dat de vele onderduikers in de streek mondeling op tijd gewaarschuwd werden.
Met de verbeterde weg en het gemakkelijke vervoer verdween het isolement en veranderde de buurtschap sterk. Het oude café is inmiddels aangepast aan de moderne tijd en noemt zich nu een brasserie en eetcafé.