Het Kerkelaantje in Waarder is een van de aangewezen locaties.
Het Kerkelaantje in Waarder is een van de aangewezen locaties. Foto: Willem IJdo

Hugo Kotestein wil meer gemeentelijke monumenten

Algemeen

BODEGRAVEN – De Werkgroep Bodegraven-Reeuwijk van stichting Hugo Kotestein vraagt het gemeentebestuur om meer gebouwen en gebieden een beschermde status te geven. In een brief aan het college pleit de werkgroep voor vier beschermde dorpsgezichten en het aanwijzen van ruim twintig panden als gemeentelijk monument.

Het gaat om de Oude Markt en directe omgeving, de Burgemeester Le Coultre-
straat en de Emmakade daartegenover (met uitzondering van de nieuwere woningen aan het begin van de Le Coultrestraat), de Bruggemeestersstraat in Nieuwerbrug en in Reeuwijk-Brug de zogenoemde ‘Rietveld-woningen’ aan de Van Goghstraat, Erasmusweg en Jan van Hooftstraat.

Waardevol

Daarnaast vraagt de werkgroep om bescherming van waardevolle landschapselementen zoals het middeleeuwse Kerkelaantje in Waarder en vrije doorzichten op de polder, de zogenoemde ‘vensters’. Ook hoogstamfruitbomen, geriefbosjes, polderkades met begroeiing, boerentuinen en karakteristieke toegangshekken zouden volgens de werkgroep moeten worden opgenomen in omgevingsplannen. Uit een inventarisatie van de gemeente uit 2016 en 2017 blijkt dat veel van de genoemde panden al een hoge waardering kregen. Het gaat onder meer om de voormalige slijterij en woning aan de Wilhelminastraat 15 in Bodegraven, de villa Sursum Corda aan dezelfde straat, de boerderij aan het Laageind 15 in Driebruggen en de villa aan de ’s-Gravenbroekseweg 108 in Reeuwijk.

“We zijn de afgelopen decennia al veel waardevols kwijtgeraakt,” zegt voorzitter Ton van der Schans van stichting Hugo Kotestein. “Denk aan de ‘witte villa’ aan de Wilhelminastraat en het pensionaat Sint Joseph aan de Overtocht in Bodegraven. Opgeofferd aan wat men toen zag als vooruitgang.” De werkgroep vindt dat ook de Turkenburg-vleugel van het Evertshuis, op de hoek van de Willemstraat en de Spoorstraat, bescherming verdient vanwege de architectuur en beeldbepalende ligging. Verder noemt zij de boerderij Veldzicht aan Meije 5 met resten van een middeleeuwse ringgracht en het Waarderse Kerkelaantje als nog niet geïnventariseerde locaties. Door dorpsbranden in 1672 en 1870 is in de kern van Bodegraven weinig ‘historische’ bebouwing overgebleven, afgezien van molen De Arkduif en de Dorpskerk. De werkgroep ziet daarom juist waarde in gebouwen uit de late 19e eeuw, de periode tussen de wereldoorlogen en de wederopbouwarchitectuur van 1945 tot 1960, zoals de Da Costaschool aan de Laan van Turkenburg. Volgens Van der Schans is de huidige lijst met voorstellen een momentopname.