Afbeelding

Over familie gesproken

Algemeen Anders bekeken

Met familie deel je vooral je jeugd, opgroeiend raak je elkaar kwijt. Een reünie van de nazaten van Wilhelmus Stolwijk (1881) en Johanna Streng is dus welbeschouwd een tijdreis. 

Opa en oma Stolwijk-Streng bestierden aanvankelijk een boerderij in de Tempel, later verhuisden ze naar Reeuwijk-Dorp. Naast mijn vader Henk kregen ze nog vier zonen en drie dochters. Ons gezin groeide vervolgens op in Reeuwijk-dorp, net als dat van een tante, drie broers verhuisden naar De Brug. Een broer vertrok naar Bodegraven, twee zussen naar Utrecht. Als kinderen kende een aantal van de meer dan veertig neven en nichten elkaar, door logeerpartijtjes of omdat we op dezelfde basisschool zaten. Neven en nichten zwierven met hun gezinnen uit over Nederland, sommigen vertrokken naar het buitenland. 

Hoewel een aantal nichten op gezette tijden een bijeenkomst organiseert, zijn veel contacten geminimaliseerd, ook binnen eigen gezinnen. Op deze zondag gaven 21 neven en nichten (en 12 partners) gehoor aan de oproep elkaar te ontmoeten in Streekmuseum Reeuwijk (prima plek daarvoor), waar nicht Janny al meer dan 30 jaar een actieve vrijwilligster is. Zus Petra en nicht Rosa tekenden voor de organisatie. De leidende vraag bij het handen schudden: ‘Van wie ben jij er een?’, waarna vervlogen herinneringen konden worden opgehaald en levensverhalen uitgewisseld. Een fotopresentatie van onze overleden ouders en grootouders zorgde voor gespreksstof, het feest der herkenning. 

Nicht Janny puzzelde de familiestamboom in de mannelijke lijn uit. Ze kwam tot 1560, toen is stamvader Cornelis Janszoon in Hoenkoop geboren. Uiteindelijk belandde de familie via onder meer het Land van Stein, Haastrecht, Moordrecht en Sluipwijk in Reeuwijk. De achternaam Stolwijk is waarschijnlijk toegevoegd toen Napoleon in 1811 iedereen dwong een achternaam te kiezen. Door de tijd zijn diverse takken Stolwijk ontsproten, alleen al in de onze zijn sinds 1560 in twaalf generaties meer dan tachtig kinderen geboren en uitgewaaid. Als vader (13e generatie) van twee dochters geldt stamboomtechnisch dat mijn tak stopt. Kijkend naar onze kleinkinderen zie ik dat trouwens anders.