
Jan en Jannie Versluis vieren hun diamanten huwelijk met veel gelach
InterviewREEUWIJK-BRUG – Jan en Jannie Versluis vierden woensdag 15 oktober hun 60-jarig huwelijksjubileum. Zoals gebruikelijk kwam de burgemeester langs om het echtpaar te feliciteren. Samen met hun dochter, schoondochter en kleinzoon wachtten Jan en Jannie in de woonkamer op het bezoek, dat uitmondde in een geanimeerd gesprek waar de ene na de andere komische anekdote de revue passeerde.
door Duarte dos Santos Estrafalhote
Hun eigen verhaal begon op een kamp van de Hervormd-Gereformeerde Jeugdbond (HGJB). “We leerden elkaar kennen op een groepsreis naar Oostenrijk,” zegt Jannie. Niet meteen liefde op het eerste gezicht, bekent ze eerlijk: “Ik moest wel een beetje ‘ingewonnen’ worden.” Maar Jan gaf niet snel op. Hij fietste geregeld een flink eind - van Reeuwijk naar Bleiswijk - om haar te zien, en al gauw groeide vriendschap uit tot verkering en, op 15 oktober 1965, tot een huwelijk dat nu 60 jaar standhoudt.
Klusser
Diezelfde vasthoudendheid komt later ook in andere verhalen terug. Jan werkte decennialang in Boskoop, in een boomkwekerij. Het vak veranderde in de loop der tijd van veel handwerk naar meer machines, vertelt hij. Met zichtbaar plezier haalt hij herinneringen op aan het organiseren van leveringen. Het maken van lange dagen was schering en inslag voor Jan. Het werken van 70 uur per week was hem niet vreemd.
En thuis? Daar was hij volgens zijn vrouw Jannie toch iets minder handig. Jaren geleden nam hij het ophangen van een schilderij op zich. Terwijl de vrouw des huizes aan het strijken was, ging Jan vol vertrouwen naar boven. Na een tijdje kwam hij de trap af met een opvallende mededeling: “Het hangt nog niet, maar het kan geen kwaad.” Toen Jannie uit nieuwsgierigheid naar het resultaat ging kijken, bleek waarom: in de muur gaapte een flink gat. Het geschetste beeld zorgde voor een lach bij de aanwezigen.
Verhalenbundel
Ook over Reeuwijk praten ze met zichtbare betrokkenheid. De jaren van weilanden die plaatsmaakten voor woningen, de eerste flats waar aanvankelijk niemand in wilde wonen, en de huizenprijzen die in de loop der decennia de lucht in schoten: het passeert allemaal. Wie bij Jan en Jannie in de woonkamer zit, krijgt er een bundel anekdotes bij. Over de hond die de glazenwasser op afstand hield, katten die meeliepen tijdens het uitlaten, en over vroeger; toen de kachel nog met de hand werd aangemaakt en het stof door de kerk blies.
En dan is er dat onvergetelijke treinverhaal. Op weg met de nachttrein naar Zwitserland stapte Jan in Emmerich even uit om te informeren hoe ver de vertraging was. Precies op dat moment werd de locomotief gewisseld en reed het voorste deel met Jannie al weg. “Mevrouw, waar is uw man?” vroeg de conductrice even later. Jannie moest het antwoord daarop schuldig blijven en het vermoeden rees dat Jan toch echt niet in de trein kon zitten. Toen het ook nog eens duidelijk werd dat Jans urgente medicijnen nog in Jannies tas zaten, zochten de spoorwegcoördinatie en een arts naar een noodoplossing. Daarop werd de trein waar Jannie inzat bij het volgende station even stilgezet, zodat Jan kon overstappen en zich weer bij haar kon voegen.
Zestig jaar later is de toon nog steeds dezelfde: opgewekt en vol verhalen die blijven hangen. Lachen hoort erbij, maar zeker ook elkaar wat gunnen. “Je moet geven en nemen,” vat Jannie samen.