Ingezonden brief
Een onverwachte botsing
Ik heb vorige week een botsing gehad. Dat was behoorlijk vervelend. Die botsing vond plaats in een van de stembureaus. De situatie was als volgt: wij waren met onze verstandelijk gehandicapte dochter en enkele van haar lotgenoten in een der Bodegraafse stemlokalen. Zij hadden allemaal van de overheid een uitnodiging gekregen om hun stem uit te brengen op een van de politieke partijen of beter gezegd op een van de vele namen op een groot aantal goed gevulde lijsten. Dat is juist, want die uitnodiging vloeit voort uit artikel 1 van de Grondwet.
Nu doet zich een probleem voor. Onze dochter kan niet lezen en schrijven, ze kan zelfs niet binnen de lijntjes kleuren. Vele jaren heeft mijn vrouw geprobeerd haar deze vaardigheden bij te brengen, naast wat er al op school werd gedaan. Dat is helemaal mislukt. Dat vinden wij nog steeds erg jammer voor haar. Toch is het wel aardig van onze overheid om mensen met een verstandelijke handicap als volwaardige burgers aan te merken en hen net als alle andere burgers met hun bijzondere kenmerken uit te nodigen hun stem uit te brengen. Dat hoort in een modern land bij maatschappelijke betrokkenheid en burgerschapskunst.
Tot zover voor ieder helder. En toen kwam de botsing. Want zelfstandig haar stem uit brengen is onmogelijk voor deze dame. En daarom is het logisch, wenselijk en billijk dat mijn vrouw of ik haar daarbij helpen. Wie schetst onze verbazing en niet veel later onze verontwaardiging toen dat verboden werd. Op luide toon werd onze dochter het stemmen onmogelijk gemaakt. "U mag niet in het stemhokje komen!” klonk het herhaaldelijk. Toen wij toch een poging wilden doen om de stemgang mogelijk te maken klonk herhaaldelijk en op steeds kribbiger toon, het verbod. Van de weeromstuit herhaalden wij dat ze zonder hulp niet kan stemmen.
Inmiddels had zich achter ons een lange rij stemgerechtigden gevormd, die met zichtbaar ongenoegen deze botsing van gedachten aanhoorde. Wij hebben de stempassen bijeengeraapt en zijn onverrichter zake naar huis gegaan. Alleen lichamelijk gehandicapten mogen geholpen worden werd ons nog gezegd. En daarmee was er weer eens sprake van discriminatie. Artikel 1, zei u?
Daarmee konden wij het doen. Wat een feest had moeten zijn: “Wij gaan stemmen!” werd een deceptie.
Wim van Kempen