Het hoofdkwartier van de dierenhulpverlening.
Het hoofdkwartier van de dierenhulpverlening. Foto: Dierenhulpverlening Woerden

De dierenambulance helpt dieren in nood

Interview

REGIO – Een verdwaalde zwaan op het spoor of een gewond egeltje in de achtertuin, dagelijks verkeren er dieren in benarde situaties. In de gemeente Bodegraven-Reeuwijk staan de vrijwilligers van de stichting Dierenhulpverlening Woerden klaar om die beesten te helpen. Bestuurslid Anne Marie Jongedijk en ambulancechauffeur Erika Kranenburg werken bij de organisatie en zetten zich onvermoeid in voor dieren, groot en klein.

door Duarte dos Santos Estrafalhote

Stichting Dierenhulpverlening Woerden e.o. draait volledig op vrijwilligers. De organisatie telt zo’n driehonderd mensen, waarvan ongeveer twintig actief zijn als dierenambulancechauffeur. Naast de ambulancezorg beheert de stichting ook een eigen asiel, waar honden, katten, konijnen en siervogels worden opgevangen. Voor andere diersoorten, zoals egels en wilde vogels, werkt men samen met gespecialiseerde opvangcentra in de regio. “We zijn 24 uur per dag, zeven dagen per week inzetbaar,” vertelt ambulancechauffeur Erika Kranenburg. “Maar ’s avonds rijden we vooral op levensbedreigende spoed. In ons asiel kunnen we altijd terecht met huisdieren, maar voor de wilde dieren zijn de opvangen alleen overdag bereikbaar.”

Elke dag anders

“Geen dag op de dierenambulance is hetzelfde,” zegt Erika. De chauffeurs draaien de diensten alleen en rijden dus zelf naar meldingen toe. Het werk hangt sterk af van het seizoen. In het voorjaar zijn er bijvoorbeeld veel meldingen van vogels en jonge haasjes. “Elke paar maanden is er wel een diersoort die extra kwetsbaar is. In het najaar zie je bijvoorbeeld veel egels, terwijl we in de zomer juist heel druk zijn met kittens,” vertelt ze.

Buiten het rijden van de ambulance is er nog een ander belangrijk onderdeel van het werk: voorlichting. Daarmee voorkomt de stichting dat veel dieren onnodig in de opvang belanden. “Voorlichting is echt een van onze speerpunten,” legt Anne Marie Jongedijk uit. “We geven adviezen via onze sociale media, maar ook onze centralisten spelen hierin een grote rol. Zij zitten 24 uur per dag aan de telefoon en kunnen mensen direct uitleg geven over wat in een bepaalde situatie het beste is voor het dier.”

Mensengeur

Ondanks de voorlichting gaat het nog weleens mis door onwetendheid. Erika ziet het regelmatig gebeuren. “Mensen nemen een jong haasje mee omdat het stil in het gras ligt en denken dat het verlaten is. Maar moeder haas komt maar twee keer per dag voeden. Door zo’n kleintje op te pakken, geef je mensengeur mee en vergroot je de kans dat roofdieren het vinden.” Hetzelfde geldt voor jonge vogels die uit het nest zijn gevallen tijdens hun eerste vlieglessen. “Ze worden wel degelijk in de gaten gehouden door hun ouders. Vaak is het voldoende om ze wat hoger neer te zetten en verder met rust te laten.”

Naast misverstanden over de hulp aan dieren zelf horen de vrijwilligers ook opmerkingen over hun werk die onwaar zijn. “Onze centralisten krijgen weleens de reactie dat we niet willen komen,” vertelt Anne Marie. “Maar dat klopt niet: als een dier echt in nood is, rijden we altijd. Alleen soms is het beter om een dier juist in zijn eigen omgeving te laten, omdat dat de grootste kans op herstel geeft.” Een volwassen duif die wat suf is na een klapper tegen een raam, lukt het meestal om snel zijn weg weer te vervolgen. Inzet van de ambulance zou dan te ingrijpend zijn. Zowel Anne Marie als Erika hopen dat steeds meer mensen die uitleg ter harte nemen. “Goedbedoelde hulp is mooi,” zegt Erika, “maar het moet wel de juiste hulp zijn.”

Hart voor dieren

Wie eenmaal meedraait bij de dierenhulpverlening, ontdekt al snel hoe bijzonder het werk is. Vrijwilligers leren veel over dieren en hun gedrag, maar vooral ook over het snel schakelen in uiteenlopende situaties. “Het geeft veel voldoening om dieren in nood te helpen,” zegt Erika. Anne Marie vult aan: “We zijn altijd op zoek naar nieuwe vrijwilligers om ons team te versterken. Het hoeft niet veel tijd te kosten; ook met een paar uur per week kun je al een groot verschil maken.”