Marga Klompé, de eerste vrouwelijke minister van Nederland.
Marga Klompé, de eerste vrouwelijke minister van Nederland. Foto: Henk Blansjaar

Het Openbaar Verleden

Nederland 'was nog niet klaar' voor Marga Klompé

REEUWIJK-DORP - Naast de katholieke kerk in Reeuwijk-Dorp bevindt zich het Dr. Marga Klompéhof. Voor de wat oudere lezers is dit een bekende naam. Maar wat deed zij precies? En waarom zijn er nu straten, bruggen, scholen en verzorgingshuizen naar haar vernoemd?

door Liesbeth van Houten


Marga Klompé (1912 – 1986) was de eerste vrouwelijke minister van Nederland. Ze zette zich in voor mensen die weinig hadden. Haar katholieke achtergrond gaf daarbij richting: plichtsbesef, zorg voor kwetsbaren en nadruk op hun waardigheid. “Je moet met opgeheven hoofd aanspraak kunnen maken op steun,” vond zij. “Elkaar helpen is geen liefdadigheid maar een plicht.” 


Klompé groeide op in Arnhem, in een katholiek gezin met vijf kinderen. Omdat ze zo getalenteerd was, mocht ze als enige doorstuderen. Ze studeerde scheikunde in Utrecht en promoveerde in 1941. 


Verzet

Tijdens de oorlog maakte ze deel uit van burgerlijk verzet. Zo hielp ze mensen die gevaar liepen de stad uit en waarschuwde ze wanneer razzia’s dreigden. Na de oorlog bood ze, ook internationaal, hulp in verwoeste oorlogsgebieden en organiseerde ze voedsel, kleding en medische steun voor wie dat nodig had. 


Geweten en sociale stem

Klompé was 36 jaar toen ze in de Tweede Kamer kwam voor de Katholieke Volkspartij. Ze ging hier grondig te werk en had altijd grote kennis van dossiers. Ook in (de voorloper van) het Europees Parlement werd ze het geweten en de sociale stem voor onder andere grensarbeiders en gezinnen van mijnwerkers. Volgens haar waren landen gezamenlijk verantwoordelijk voor armoede en vluchtelingenproblematiek.


Nog niet klaar

In 1956 werd ze minister van Maatschappelijk Werk. Omdat ze een vrouw was, werd haar bekwaamheid openlijk betwijfeld. Maar dat negeerde ze. Ze leverde solide werk en bouwde zo gezag op. Na tien jaar kreeg ze kans om de eerste vrouwelijke minister-president van Nederland te worden, maar dit aanbod wees ze af omdat, zo zei ze, “Nederland daar nog niet klaar voor is.”


Zelf nam ze op haar ministerie relatief veel vrouwen aan. Niet om positief te discrimineren maar omdat, zoals ze zei, “vrouwen geen bevestiging nodig hebben, maar ruimte.” Ze maakte verder weinig woorden hieraan vuil. Emancipatie was voor haar geen doel op zich, maar een gevolg van degelijk werk.


Verantwoordelijkheid

Dankzij haar Bijstandswet waren arme mensen en ouderen niet meer afhankelijk van hulp door familie of kerk. Het sociale vangnet dat zij vormgaf staat op dit moment nog steeds, maar niet meer op de manier die zij ontwierp. De Bijstandswet is afgeschaft in 2004. Nu is er de Participatiewet, met meer nadruk op eigen verantwoordelijkheid en plichten.