Afbeelding

OZB, de nieuwe geldboom

Politiek Anders bekeken

De witte envelop met de jaarlijkse gemeentelijke aanslag die afgelopen week op de mat viel, zal menigeen naar adem hebben doen snakken. Opnieuw zijn de bedragen fors gestegen. En wat nog erger is: de berekeningen zijn onnavolgbaar en oncontroleerbaar.

Sowieso behoort onze gemeente qua heffingen tot de duurste gemeenten van ons land. Tja, de gemeentelijke schuld is torenhoog, geld moet ergens vandaan komen. Dat leidde tot verhogingen met dubbele cijfers. Te gortig, vond de raad: die bepaalde dat deze keer alleen de inflatiecorrectie van 2,6 procent mag worden bijgeteld. Uitzondering zijn de rioolheffing en de reinigingsheffing, waarvan de werkelijke kosten mogen worden doorberekend. Zodoende stijgen de gemeentelijke belastingen toch weer met 3,75 procent. 

Op zichzelf te overzien, alles wordt duurder. Maar de alternatieve geldboom heet OZB. Daarvoor geldt de getaxeerde waarde van de woning (WOZ), peildatum januari 2025. Landelijk steeg de WOZ met 10,6 procent. Opvallend genoeg stegen woningen in Bodegraven-Reeuwijk volgens de Waarderingskamer in 2024 met 14,5 procent veel harder in waarde. Let op, de Waarderingskamer spreekt over gemiddelden. Na ingewikkelde rekensommen (de theoretische opbrengst moet immers zonder inflatiecorrectie gelijk blijven) zijn de tarieven eerst naar beneden bijgesteld en vervolgens weer verhoogd met het inflatiepercentage. Na deze rekenexercitie kost de OZB 0,112300 procent van de koopwaarde van uw huis tegen 0,124300 procent vorig jaar. Per 100.000 euro waarde is dat 112,30 euro tegen 124,30 euro aan OZB. Snapt u het nog? 

Inclusief de inflatiecorrectie van 2,6 procent zou de eindopbrengst voor de gemeente bij die genoemde prijsstijging van 14,5 procent dus fractioneel hoger moeten uitkomen. En de verhoging per huishouden beperkt blijven. Maar de rondgestuurde aanslagen tonen een verbijsterend beeld. Waar de een de theoretische waarde van zijn woning met een magere 1 procent opgehoogd zag, zijn anderen geconfronteerd met papieren stijgingen van meer dan 30 en zelfs 40 procent: voor hen een forse verzwaring van de OZB waar die anderen bespaard blijft. Conclusie: de gemeente vindt blijkbaar dat woningen in bepaalde wijken harder in waarde stijgen dan gemiddeld en elders juist minder. Hoe valt zo’n ogenschijnlijk willekeurige verdeling van lasten te rechtvaardigen?