
Onbetaalbaar geinig
Algemeen Anders bekekenDe oproep voor een reünie van autojournalisten en PR-mensen die in de afgelopen zestig jaar actief zijn geweest in de Nederlandse autobranche klinkt aantrekkelijk. In dienst van diverse landelijke media volgde ik jarenlang het vakgebied auto en economie. Vandaag de dag is dat anders, maar autoverhalen maakten bij veel media tientallen jaren deel uit van de redactionele formules. Als freelance journalist werd automotive mijn specialisme. Door de jaren heen ontstond een onderneming met tientallen medewerkers. We leverden (ook) automotive verhalen, reportages, interviews en autotesten aan media in binnen- en buitenland, produceerden voor de branche brochures, persmappen, nieuwsbrieven, magazines en later ook websites. We creëerden content voor digitale media.
Scheidslijnen tussen commercie en journalistiek zijn dun. De een moet zijn lezers c.q. kijkers bedienen, de ander wil producten zo positief mogelijk over het voetlicht tillen. Zonder hulp van de PR-manager krijg je nooit een interview met leiders of designers van fabrikanten in pakweg Japan, Duitsland, Italië, of Zuid-Korea. Je komt op eigen houtje geen autofabriek binnen. De introductie van nieuwe modellen is strak georganiseerd, partijen zijn tot elkaar ‘veroordeeld’. Journalisten van de diverse media komen elkaar constant tegen, reizen samen naar evenementen en introducties; zo groot is dat wereldje nu ook weer niet. Voldoende argumenten dus om met opgetogen hoofd naar de reünie in het Louwman Museum te rijden. Het mag gezegd zijn: onbetaalbaar geinig. Bijpraten met voormalige collega’s, ontmoetingen met branchegenoten die jaren eerder met pensioen gingen; vaten vol herinneringen werden opengetrokken.
Van de internationale autojournalistiek terug naar de lokale. Een halve eeuw geleden begon mijn journalistieke loopbaan bij de regionale krant Rijn en Gouwe, nu staat wekelijks deze column in onze lokale KOBR. Ook in Bodegraven-Reeuwijk zijn de scheidslijnen tussen de media en ‘de ander’ dun. Politici en journalisten kennen elkaars voornamen. Ze/we hebben elkaar nodig. Bijkomende factor: lezers wonen om de hoek. Vooral als de inhoud niet bevalt willen ze dat best met je delen. Laveren tussen feiten, meningen en belangen maakt journalistiek dichtbij huis extra uitdagend.