
Weijpoortsche molen: het gaat niet altijd voor de wind
Historie Openbaar VerledenNIEUWERBRUG – Al eeuwenlang is de Weijpoortsche molen een markant gezicht in het polderlandschap bij Nieuwerbrug. De wipmolen werd gebouwd als noodzakelijke voorziening voor waterbeheer, maar groeide uit tot een beeldbepalend monument dat nog altijd een rol speelt in de polder.
De geschiedenis van de molen gaat terug tot de middeleeuwen. In 1363 werd een afwateringskanaal gegraven naar de Hollandsche IJssel, nadat het gebied zich had losgemaakt van het Grootwaterschap van Woerden. Toen door bodemdaling natuurlijke afwatering niet meer mogelijk was, ontstond de polder en werd het water met een molen naar buiten gemalen. In 1564 kreeg de Weijpoortsche polder een eigen molen.
Brandstichting
Die molen ging in 1672 verloren toen Franse soldaten hem in brand staken. Vermoedelijk werd hij in 1674 herbouwd, een jaartal dat later werd teruggevonden op de koningsspil. In de eeuwen daarna bleef de molen essentieel voor de bemaling. In 1817 werd hij opnieuw maalvaardig gemaakt na een periode van verval, en tot 1909 werd er zelfs in gewoond.
In de 20e eeuw veranderde de rol van de molen. In 1938 werd hij gemoderniseerd met een vijzel en gestroomlijnde wieken. Tot 1975 verzorgde de molen de bemaling van de polder, waarna een gemaal deze taak overnam. Sindsdien dient de molen als hulpgemaal, dat bij grote wateroverlast nog altijd wordt ingezet door vrijwillige molenaars.
Slechte staat
Tegenwoordig staat de molen er echter zorgelijk bij. Uit onderzoek blijkt dat er tot 2 meter diepe spoelgaten in het molenerf zitten, dat er lekkages zijn in de voorwaterloopmuren en dat delen van de constructie verzakken. De herstelkosten worden geraamd op 960.287 euro. De provincie heeft 518.320 euro toegezegd, maar voor het resterende bedrag wordt nog financiering gezocht.
Tijdens de inspraakraad van woensdag 3 december vorig jaar pleitte Kees Wassenaar, voorzitter van de Rijnlandse Molenstichting, voor een gemeentelijke bijdrage. Volgens hem is herstel noodzakelijk om de molen te behouden en mogelijk ook in de toekomst een rol te laten spelen in het waterbeheer.