Jan krijgt les van vrijwilliger Heidi.
Jan krijgt les van vrijwilliger Heidi. Foto: Bianca Rozendaal

Driebruggenaar Jan heeft nooit leren lezen en schrijven

Interview

DRIEBRUGGEN - Lezen en schrijven, heel veel mensen staan er niet bij stil hoe vaak we dit doen. We lezen de krant of het nieuws op onze telefoon, we sturen elkaar een appje, maken een boodschappenlijstje. Maar hoe is het als je niet goed of zelfs helemaal niet kunt lezen en schrijven? In het eerste geval spreken we over laaggeletterdheid, in het tweede geval over analfabetisme. In beide situaties is het behoorlijk lastig om nog goed te kunnen functioneren in deze maatschappij. Veel mensen die laaggeletterd of analfabeet zijn, schamen zich en willen hier niet over praten. Jan uit Driebruggen deelt wel graag zijn verhaal.

door Bianca Rozendaal

Het is maandagmiddag. We zijn in het Huis van Alles in Driebruggen. Jan Doornbos (53 jaar) krijgt hier elke week 1,5 uur les in lezen van vrijwilliger Heidi van Duuren. Jan is analfabeet. In Driebruggen is hij een bekende verschijning. Hij is in het vaarseizoen al ruim 20 jaar brugwachter bij de Langeweidsebrug. Ook is hij de oud-ijzerboer van het dorp. Jan heeft geen prettige jeugd gehad en kon op school moeilijk meekomen. Hij volgde speciaal onderwijs, waar hij te horen kreeg dat het nooit wat met hem zou worden. Jan: “Ze zeiden tegen me: ga maar wat anders doen: hout of metaal bewerken of koken.” 

Met als gevolg dat Jan niet kon lezen of schrijven toen hij van school kwam. Maar hij kan wel zoveel andere dingen. Jan: “Mijn buurman was schipper. Als er iemand ziek was, dan sprong ik bij en dat ging prima. Ik kan een boot besturen, ik kan op een trekker rijden, allemaal geen probleem. Alleen heb ik geen vaar- of rijbewijs. Omdat ik analfabeet ben, lukt het mij niet om een examen af te leggen waar ook veel theorie bij komt kijken.”

Tussen wal en schip

In Bodegraven-Reeuwijk is 9 procent van de inwoners tussen de 9 en 65 jaar laaggeletterd. Dat komt neer op een kleine 2000 mensen. Bibliotheek De Groene Venen is in onze gemeente verantwoordelijk voor taallessen via het Digitaalhuis. Wilmienke van Meijeren is hier werkzaam als taaldocent. Zij is op maandagmiddag ook aanwezig in het Huis van Alles in Driebruggen. Jan heeft zelf contact met de bibliotheek gezocht en om hulp gevraagd om te leren lezen en schrijven. Wilmienke: “We verzorgen als bibliotheek vooral veel taallessen aan nieuwkomers die de taal nog moeten leren. Jan was de eerste Nederlandstalige die zich bij ons meldde. We zijn toen met hulp van Heidi dit taalklasje opgestart.”

Voor mensen zoals Jan is er vrij weinig geschikt lesmateriaal beschikbaar. Eigenlijk zou hij aan moeten sluiten bij een groep 3 van een basisschool, want dat is het niveau waarop hij zich bevindt. Heidi: “Ik heb van een bevriende lerares op een basisschool boeken van een oude lesmethode geleend voor kinderen uit groep 3. Die gebruik ik om Jan te leren lezen.” Jan hoopt dat er meer mensen in zijn taalklas komen die samen met hem willen leren lezen en schrijven. “Ik voel me nu heel erg een eenling.” Wilmienke: “Ook mensen die moeite hebben met lezen en schrijven en dus laaggeletterd zijn, zijn van harte welkom bij ons in een taalklas. De groep laaggeletterden blijft nu heel erg onder de radar, maar ervaart wel veel problemen om goed te kunnen functioneren.”

Jan zelf voor de klas

Jan zit niet alleen ín een taalklas, hij heeft ook vóór de klas gestaan. Zijn ogen beginnen te glunderen als hij hierover vertelt. “Een juf van basisschool De Lelie kwam een oude fiets brengen die ik kon gebruiken voor oud ijzer. Ik vertelde haar mijn verhaal en ze vroeg me of ik hier een keer op school over wilde vertellen. Dat wilde ik wel. Ze heeft de kinderen in de klas eerst mijn verhaal verteld. Om hen te laten zien hoe het voor mij is om iets te lezen, had ze op het scherm een verhaal geschreven, waarin ze allemaal letters had weggehaald. Daarna stond ik zelf voor de klas en stelden de kinderen me allerlei vragen. Bijvoorbeeld hoe ik weet welke boodschappen ik moet halen als ik geen boodschappenlijstje kan maken, hoe ik weet of een pak melk over de datum is en hoe ik weet hoe laat het is als ik geen klok kan kijken. Ik heb hier allerlei trucjes voor bedacht. Als ik bijvoorbeeld tussen de middag de kinderen uit school zie komen, dan weet ik dat het tijd is om mijn boterham te eten. Ook heb ik thuis een tijdschakelaar. Als het licht aangaat, weet ik dat ik uit bed moet. Ik vond het geweldig, uiteindelijk heb ik voor drie klassen mijn verhaal verteld. Ik zou dit wel vaker willen doen.”

Grootse droom

Vrijwilliger Heidi: “Jan wil zo graag meedraaien in de maatschappij, zijn steentje bijdragen. Als het brugseizoen voorbij is, verveelt hij zich thuis. Hij moet onder de mensen komen. Het zou zo mooi zijn als een werkgever Jan een kans zou willen geven en er niet voor terugschrikt dat hij analfabeet is. Er zijn zoveel banen waar je niet per se een diploma voor nodig hebt. Als iemand van goede wil is en hem op de juiste manier begeleidt, kan hij echt van betekenis zijn.”

Jans grootste droom is zijn trekkerrijbewijs halen. Ook wil hij wel op een kraan rijden. “Ik zou prima kunnen werken voor een loonbedrijf. Maar ja, ik heb geen rijbewijs, dus ze durven het niet aan. Of ik zou willen varen op een schip en de kades baggeren. Mijn hele familie werkt op schepen. Dat zou ik echt machtig mooi vinden.”

Advertentie

Categorieën