Foto:
Huisvesting arbeidsmigranten

Bewoners én ondernemers stellen duidelijke eisen aan huisvesting arbeidsmigranten

  Politiek

BODEGRAVEN-REEUWIJK - Vlak voor het einde van het jaar verscheen het rapport ‘Kaders en oplossingsrichtingen voor de huisvesting van arbeidsmigranten’. Het is de uitkomst van het participatietraject dat het huisvestingsprobleem - na het debacle van het ‘Polenhotel’ op Groote Wetering’ - helemaal opnieuw heeft gedefinieerd en in kaart heeft gebracht. Het rapport bevat een veelomvattend en breed gedragen advies, maar laat ook duidelijk zien waar arbeidsmigranten, inwoners en ondernemers van mening verschillen.

De opdracht
Rob van Hilten van adviesbureau BMC kreeg van de gemeente de taak om als onafhankelijke procesbegeleider een participatief proces op te zetten om ‘kaders en oplossingsrichtingen’ te maken voor de huisvesting van arbeidsmigranten. “Vraag 1 was: wat is - in de ogen van de belanghebbenden - het probleem? En vraag 2: wat is volgens hen de oplossing?” legt hij uit.

Op zoek naar een antwoord op vraag 1 begon hij met een gespreksronde langs allerlei belanghebbenden: ondernemers, inwoners, de vakbond, arbeidsmigranten, enz. “Zo maakte ik een ‘foto’ van de situatie en de mate waarin men zich bewust was van de problematiek.” Dit mondde uit in het rapport ‘Issues en belangen in beeld’, waarin vooral de beschrijving van de schrijnende omstandigheden waarin sommige arbeidsmigranten wonen de aandacht trok. Ze verdienen weinig door uitgebreide onkosten-constructies, krijgen niet betaald bij ziekte, voelen zich onveilig en vrezen voor het verlies van hun woning bij onenigheid op het werk. “Alles is beter dan hoe we nu wonen,” liet een van hen optekenen.

De bal bij de participanten
Het was duidelijk dat er iets aan deze omstandigheden gedaan moet worden, maar hoe zorg je dat je alle belanghebbenden meekrijgt in één oplossing? Daarvoor organiseerde Van Hilten drie bijeenkomsten in drie kernen van de gemeente. Iedereen was uitgenodigd om zijn zegje te komen doen. Daarna kon ieder die dat wilde zich aanmelden voor een besloten comité, dat verder op de inhoud inging. In vijf grotendeels digitale bijeenkomsten spraken bewoners, huisvesters, werkgevers, uitzenders en vertegenwoordigers van de arbeidsmigranten met elkaar.

Procesbegeleider Van Hilten koos ervoor de bal in het begin volledig bij de leden van het comité te leggen om zijn eigen onafhankelijkheid te benadrukken en de onrust van een nieuw begin de ruimte te geven. De eerste bijeenkomsten verliepen daardoor traag - voor sommigen te traag. Van Hilten kreeg meermaals het verwijt dat er ‘alleen maar gepraat’ werd zonder dat er beslissingen werden genomen. Langzaam maar zeker raakten de deelnemers echter moe van hun eigen inbreng, terwijl het vertrouwen in de onafhankelijkheid van Van Hilten groeide. Uiteindelijk riepen ze de procesbegeleider op de leiding te nemen. Van Hilten nam de uitdaging aan en vanaf dat moment werden er spijkers met koppen geslagen. Hij zette groepjes aan het werk om deelonderwerpen uit te werken en verzamelde de bevindingen in een concept-rapport. Dat werd uitgebreid besproken, zodat uiteindelijk het definitieve rapport vorm kreeg.

Recept voor succes
De uitkomst is een rapport en advies dat breed wordt gedragen. Huisvesting is misschien een regionaal probleem, maar op het gebied van de erbarmelijke omstandigheden bínnen de gemeente kan een verschil worden gemaakt. Er staat een uitgebreide lijst eisen in het rapport waaraan de huisvesting moet voldoen. Dat gaat om kwalitatieve voorwaarden voor de arbeidsmigranten (zoals het aantal personen per appartement) en ruimtelijke voorwaarden voor de locatie (zoals afstand tot een woonwijk). Ook bevat het rapport de uitdrukkelijke oproep om de begrippen transparantie, openbaarheid en betrokkenheid centraal te stellen tijdens elk proces dat op het rapport zal volgen. “Deze noodzaak tot communicatie is ook de sleutel tot succes voor het vervolg. Alleen ga je snel, samen kom je verder,” luidt het advies.

De interessantste uitkomst is de oproep tot een pilot-project. De pilot dient als test om tot een succesvol recept te komen dat de gemeente kan herhalen tot het probleem is opgelost. De pilot moet kleinschalig zijn (60-90 bedden), voldoen aan alle kwalitatieve en ruimtelijke eisen en voor maximaal vijftien jaar worden vastgelegd. Als de locatie bepaald is, moet er een klankbordgroep van omwonenden komen die in nauw contact staat met de gemeente en de ontwikkelaar. De migranten moeten geregistreerd staan in de Basisregistratie Personen en de huur moet transparant zijn opgebouwd.

Over twee belangrijke zaken konden bewoners en ondernemers het niet eens worden: de mogelijkheden tot latere uitbreiding en de knip tussen de huisvester en de uitzender van de arbeidsmigranten. Bewoners in het comité gaven aan nooit meer dan honderd arbeidsmigranten per locatie te willen. De ondernemers wezen echter op de financiële voordelen van schaalvergroting op het gebied van handhaving en duurzaamheid. Zowel bewoners als ondernemers hadden de voorkeur een knip tussen huisvesting en uitzending, maar of dat in de praktijk haalbaar is, daar verschilden ze van mening.

Veel overeenkomsten, onvermijdelijke tegenstellingen
Rob van Hilten kijkt tevreden terug op het proces. Dat de deelnemers aan het comité het niet op álle gebieden eens zijn geworden, dat is niet erg. Sterker nog, dat zou heel onverwacht zijn. “Wat het belangrijkste is, is dat het proces ertoe heeft geleid dat de deelnemers bereid waren om de positie van de ander te zien. De discussie ging over de inhoud en het gesprek was van mens tot mens.”

Dat het advies op veel punten gezamenlijk tot stand is gekomen, is volgens Van Hilten te danken aan de inzet en discipline van de deelnemers. “Corona heeft het ons niet makkelijker gemaakt. De digitale bijeenkomsten hebben het proces vertraagd en het gevoel van gemeenschap was lastiger te creëren. Toch zijn we tot de bodem gegaan.”

Het rapport moet natuurlijk gevolgd worden door een daadwerkelijk huisvestingsproject. Van Hilten waarschuwt dat ook in dat proces communicatie en samenwerking prioriteit moeten hebben. “Ik had slechts een fractie van de inwoners van de gemeente in het comité, dus de kans dat er geen reactie komt op een nieuw plan, is nihil. Ik denk wel dat alle zorgen en belangen door het comité zijn besproken, gewogen en in het rapport zijn benoemd. Ook al was het comité geen volledig representatieve afspiegeling van de samenleving, ik heb er telkens rekening mee gehouden dat tegenstrijdige belangen werden benoemd, ook als dat de belangen van een minderheid waren.”

Het is aan de politiek om die belangen af te wegen. “Als dat met een goed proces gebeurt en iedereen wordt serieus genomen, ben ik ervan overtuigd dat je de bereidheid vindt om samen te werken en waar nodig in te schikken.”

Een boek gaat dicht
In de laatste krant van 2019 vertelde Bodegraver Levi Hogendoorn over zijn een jaar lange strijd tegen de manier waarop de gemeente een huisvestingslocatie voor arbeidsmigranten wilde plaatsen naast de wijk Weideveld. In deze eerste krant van 2021 kan worden bericht dat het rapport dat een nieuwe start symboliseert, af is. Levi was actief onderdeel van het participatietraject. “Voor mij zit het er nu op,” merkt hij op. “Na twee jaar gaat er een boek dicht. Ik heb eindelijk het gevoel dat er loon naar werken is.”

Ook Levi is tevreden met de uitkomst. “Ik denk wel dat er nu een heel goed, solide en sociaal plan ligt in plaats van een massaal verdienmodel. Het rapport geeft een goede borging om draagvlak en perspectief te kweken. Maar natuurlijk blijf ik het in de gaten houden!”

Tekst: Key Tengeler

Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten. Info: www.fbjp.nl

Meer berichten