
Laadpalen gewenst, maar spanning door stroomvraag
Politiek RaadszakenBODEGRAVEN-REEUWIJK - In de Algemene Commissie wisselden de raadsleden van gedachte over de Regionale Laadvisie Midden-Holland. Omdat het aantal elektrische voertuigen de komende jaren flink zal stijgen, is het nodig dat de gemeente een duidelijk beleid bepaalt voor de plaatsing van laadpalen.
door Bert Verver
De verwachting is dat tot 2035 23.400 extra laadpalen nodig zijn, waarvan er 15.000 in de publieke ruimte geplaatst moeten worden. De regio wil dat bewoners in woonwijken zoveel mogelijk op eigen terrein laden. Voor laadpalen op bedrijventerreinen komt er een kennisloket voor ondernemers. Daar krijgen bedrijven informatie over netcongestie, subsidies en oplossingen zoals gedeelde laadpunten. De regio wil ook collectieve laadpleinen en energyhubs verkennen, zodat bedrijven aansluitingen, stroomopwekking en laadcapaciteit kunnen delen.
Langs de A12 en A20 werkt de regio mee aan snelladers voor personenauto’s, bestelbussen en vrachtverkeer. Ook kijkt de regio naar heavy-duty laadpleinen bij logistieke routes en bestaande truckparkings. Daarnaast komen er pilots met slim laden en bidirectioneel laden.
Spanning in beschikbaarheid
De visie kon op veel begrip rekenen van de commissie. Renée Aben (D66) en Ronald van Rossum (BBR) vonden het belangrijk dat de problematiek regionaal wordt aangepakt. Van Rossum en later ook Ard van Veen (CDA) spraken wel hun zorgen uit over de vraag of er op termijn voldoende stroom beschikbaar zal zijn. Zij vroegen zich af welke afspraken gemaakt konden worden met netbeheerders waren bang dat verwachtingen niet waar gemaakt kunnen worden. Ook Jacob Biemond (SGP) zag een spanningsveld ontstaan tussen het laden van auto’s en de beschikbaarheid van stroom voor woningen.
Yvonne de Wijn (ChristenUnie) speelde in op de inspraak van de heer Van Kekem een week eerder en vroeg aandacht voor de positie van de particulier met het laden in de openbare ruimte, een vraag die later ook door Gerrit-Jan Ankoné (VVD) op tafel werd gelegd. Denk bijvoorbeeld aan laden vanuit huis met een kabel over de stoep.
Monique Jonker stelde dat duurzame mobiliteit, zoals OV en fietspaden, breder is dan alleen maar elektrische auto’s en vroeg het college ervoor te zorgen dat ook in de kleinere kernen meegedaan kan worden met de energietransitie. Zij vroeg daarbij nadrukkelijk aandacht voor het feit dat er op dit moment tot 20 cent per kilowattuur prijsverschil zit tussen verschillende laadpalen, die vaak dicht bij elkaar staan.
Technische ontwikkelingen
Wethouder Robin Kersbergen ging uitvoerig in op de reacties, maar was van mening dat er in veel gevallen sprake is van maatwerk. Op dit moment kunnen inwoners het bij de gemeente melden als er geen of weinig laadpalen zijn in hun omgeving, maar er is sprake van een vertraging bij plaatsing door juridische problemen bij de aanbesteding, die in groot regionaal verband plaatsvindt. Kersbergen was overigens van mening dat het niet nodig is om op termijn een eigen beleid op te zetten, omdat de regionale visie voldoende is. Volgens hem zullen technische ontwikkelingen in de toekomst mede bepalen hoeveel laadpalen in een wijk nodig zijn. Naar zijn verwachting komen door de aanbesteding alle laadpalen in de gemeente in één hand en zullen ook de tarieven gelijkgetrokken worden.











