Logo kobr.nl
Foto uit de fotocollectie Martinus van den Berg

Natte voeten in Waarder en Driebruggen

Waarder - Driebruggen - Op de dag van de Waterschapsverkiezingen kijkt Jan van de Burgt terug op de doorbraken van dijken in het verleden, de extra aandacht die dit onderwerp kreeg en de huidige rol van de waterschappen. Met als exponent de werkzaamheden aan de zuidelijke dijk van de Oude Rijn tussen Nieuwerbrug en Woerden die dezer dagen worden afgerond en voor extra bescherming tegen het water zorgen. Zodat natte voeten worden voorkomen.

Op vrijdag 28 juli 1916 om ongeveer 18.30 uur brak het water door de oostelijke kade van de Dubbele Wiericke en stroomde door een gat van bijna 25 meter de polder Westeinde van Waarder in. Gelukkig waren de gevolgen niet al te ernstig, want de sluis bij Hekendorp naar de IJssel bleef dicht en de schotdeur bij Nieuwerbrug naar de Oude Rijn werd dichtgedaan. Het Weekblad van Woerden schreef echter: "De Wiericke loste zich geheel en al in den polder op, daar het doorgebroken gat ruim een meter dieper was dan den bodem van het water."

Het Groot-Waterschap van Woerden was als toezichthouder op de polders in hun gebied verantwoordelijk voor de afvoer van water door de Dubbele en Enkele Wiericke. De zelfstandige polderbesturen waren verantwoordelijk voor de noodzakelijke werkzaamheden in hun eigen polders, waaronder ook het juiste onderhoud aan de kades van de Wierickes. Dat werk werd voornamelijk door de ingelanden zelf gedaan. Dit wordt nu ten dele nog steeds gedaan, zoals het bijhouden van de eigen watergangen. Maar in dit geval waren de onderhoudsplichtigen waarschijnlijk nalatig geweest en had het polderbestuur niet tijdig ingegrepen met dit noodlottige gevolg. Sterker nog, het Groot-Waterschap concludeerde: "… dat bij locale opneming den 31 Juli daaraanvolgende bleek, dat de onderhoudplichtigen bezig waren om de doorbraak met bagger, rietspecie en houtgewas aan te vullen en alzoo de kade op onvoldoende wijze te herstellen …"

Deze werkwijze was een voorbeeld van de manier waarop in deze polders gewerkt werd aan de kades en waar het Groot-Waterschap en de provincie niet mee akkoord gingen. Het bestuur van het Groot-Waterschap hamerde bij de polderbesturen al veel langer op serieus onderhoud, maar men trok zich daar in de polder niet veel van aan. Het herstel van de schade in 1916 door het polderbestuur verliep tot ongenoegen van de heren in Woerden ook niet goed. Zelfs toen in 1918 nog een doorbraak volgde, bleef men nonchalant op de oude voet doorgaan.

Tien jaar strijd

In de loop der eeuwen waren er steeds meer en strengere regels gekomen over het waterbeheer, waaraan iedereen zich diende te houden. Die regels waren per polder en waterschap vastgelegd in zogenaamde Keuren. Volgens de regels van de Keur moesten ook de kades onder meer op de juiste hoogte en breedte worden gebracht en onderhouden. Daar hielden de vijf polders rond de Dubbele Wiericke zich niet aan. Ze deden soms niets, heel weinig, of gebruikten het verkeerde materiaal zoals zand en straat- of huisvuil om de kades op te hogen. Kleigrond en voldoende personeel waren immers duur en zouden de kosten voor de polderbelasting maar opdrijven. Er ontspon zich een strijd van tien jaar tussen het Groot-Waterschap van Woerden en de provincie Zuid-Holland aan de ene kant en de besturen van de polders Westeinde van Waarder, Weijpoort, Lange Weide, Ruige Weide en Groot-Hekendorp aan de andere kant. De polderbesturen wilden niet gedwongen een deel van hun zelfstandigheid zoals de macht over de kades uit handen geven. Terwijl provincie en Groot-Waterschap zo groot mogelijke veiligheid en zekerheid wilden.

In de voorgaande eeuwen had men ook al problemen met de kades gehad en nu binnen enkele jaren twee keer. Hoe meer de hoge heren Dijkgraaf en Hoogheemraden vanuit het Gemeenlandshuis in Woerden druk zetten, hoe harder men in de polders de hakken in het zand zette en vasthield aan eigen ingenomen werkwijzen en standpunten. Niet onvoldoende onderhoud was de belangrijkste oorzaak vond men, maar te snel varende motorschepen veroorzaakten de grootste problemen. Er was al een snelheidsbeperking, op enig moment kwam er zelfs tijdelijk een vaarverbod voor motorschepen.

Overdracht van bevoegdheden

Op 10 december 1924 brak de oostelijke kade weer eens door. Het herstel duurde lang en de leiding door het polderbestuur werd als gebrekkig en onvoldoende beoordeeld. Niet lang daarna op 15 augustus 1925 brak de kade opnieuw. Die was wel snel, maar nog onvoldoende gedicht, want in de nacht van 25 op 26 augustus was het weer raak. Het water stroomde op dezelfde plaats, bij de huizen in het dorp Driebruggen, weer de polder in. Het provinciebestuur ging zich er actiever mee bemoeien, voor hen was de maat vol. Daarop kwam het in een stroomversnelling en gingen de polderbesturen en de vergaderingen van ingelanden snel akkoord met de overdracht van de verantwoordelijkheid over de kades aan het Groot-Waterschap. Op 15 april 1926 werden de overeenkomsten getekend met daarin opgenomen de afkoopsom die de polders elk bij het zetten van de handtekeningen moesten voldoen. Die varieerden van f 2300 voor Ruige Weide, tot f 31.500 voor het Westeinde van Waarder. Een heel bedrag, waarvoor die polder zich tientallen jaren in de schulden moest steken. Op 29 april konden aannemers inschrijven voor "… baggerwerk in de dubbele Wiericke en het verzwaren van de kaden langs de dubbele Wiericke tusschen Hekendorp en Nieuwerbrug." Eind november dat jaar had aannemer S. Kuijper uit Schoorldam het werk bijna klaar en tot tevredenheid voor een aanneemsom van f 16.420 gedaan! Dit serieuze onderhoud kon niet voorkomen dat in 1967 de Wierickerkade bij Waarder weer eens zou doorbreken. Maar sinds het wegschuiven van de dijk in Wilnis begin deze eeuw, is men daar nu op bedacht bij veendijken.

Droge voeten in 2019

De polders verliezen na eeuwen in 1975 hun zelfstandigheid aan het Groot-Waterschap van Woerden, dat gaat in 1995 op in het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden. In Bodegraven ten noorden van de Oude Rijn en ten zuiden In Driebruggen, Waarder en Nieuwerbrug zorgt De Stichtse Rijnlanden voor droge voeten. Zo werden de afgelopen droge zomers de kades van de Dubbele Wiericke regelmatig natgehouden om ze voldoende stevig te houden. De afgelopen jaren werden bovendien de beide Wierickes uitgebaggerd en de kades verhoogd en versterkt.

Recent is de zuidelijke dijk van de Oude Rijn tussen Nieuwerbrug en Woerden aangepakt. Het ging hierbij niet simpel om het verhogen en verbreden van de Hoge Rijndijk, maar om een aantal andere werkzaamheden. Zo werden er op enkele plaatsen kwelschermen aangebracht, werd een aantal grote bomen op de dijk gekapt en op een deel van het traject werd het land tussen de weg en het jaagpad opgehoogd. Verderop in Barwoutswaarder plaatste men bovendien in enkele vlieten kantelstuwen. Ten oosten van de tolbrug zijn over enkele honderden meters stalen damwanden ingetrild. Dit veroorzaakte schade aan nabij gelegen bebouwing en deze werkzaamheden duurden daardoor wat langer dan aanvankelijk de bedoeling was.

Tekst: Jan van de Burgt

Beeld: Jan van de Burgt en fotocollectie Martinus van den Berg

Meer berichten